Splinter | Tegenstromers

Masterstudenten kunnen na een hele tijd in hun kleine, vertrouwde kring plots wel eens geconfronteerd worden met een bende nieuwe gezichten. Zij-instromers heet dat dan. Schlemielen die en route amper tien percent van de studiepunten hebben gescoord in de desbetreffende bachelor van die richting en daarom als volrijp worden aanzien om ook aan de master deel te nemen. Volrijp, amehoela!

Een voorbeeld uit eigen levenssfeer. Iedere sociale wetenschapper zal het u meteen diets maken dat statistiek en de bijhorende methodologische shizzle cruciaal zijn om enig relevant en nuttig onderzoek te kunnen volbrengen. Theorie! Observaties! Vragenlijsten opstellen! Significantieniveaus! Dat is van zo'n fundamenteel belang, man, je kan je dat niet voorstellen.

Enig onderzoek leert ons echter dat het voorbereidingsprogramma voor, bijvoorbeeld, de master in Vergelijkende en Internationale Politiek bestaat uit amper tien à veertien studiepunten. En u raadt het nooit, geen enkel methodologisch vak is daarin opgenomen. Iemand die uit Rechten komt en dus geen kaas heeft gegeten van die zeer specifieke methodologische werkwijzes, kan zonder enige remediëring aan een masterproef beginnen. Alleszins, dat zijn het soort fabeltjes waar het huidige onderwijssysteem lijkt in te geloven. Zelfs een kind van zes jaar is minder naïef.

Bovendien getuigt het voorbereidingsprogramma van wel meer debiele ingrepen. Vijf van de zes vakken van het voorbereidingsprogramma bevinden zich in het tweede semester, wanneer de helft van de master al achter de rug is. Laten we even kijken naar de definitie van "voorbereiden" in de Dikke van Dale: van tevoren het nodige verrichten of gereedmaken. Je maakt niet het nodige van tevoren gereed als je pas goed en wel begint aan je voorbereidingsprogramma in het tweede semester van je master.

Sucken & fucken

Studenten die schamele voorbereidingsprogramma's afleggen en bepaalde fundamentele vakken niet opnemen. Voor éénieder is het duidelijk dat het voorbereidingsprogramma zijn doel totaal voorbij schiet. En niet alleen de studenten uit het voorbereidingsprogramma lijden hieronder. Ook andere studenten voelen de gevolgen hiervan.

Bij proffen is er immers een manifeste drang tot empathie met die arme zij-instromers. "We moeten die arme mensen toch helpen, nietwaar?" Dus worden er vakken ingericht die boeken gebruiken uit de tweede bachelor en worden er mastervakken ingericht die een korte samenvatting zijn van de afgelopen jaren. Verveling en saaiheid tergt de arme masterstudent. Het dilemma om al dan niet naar de les te gaan als blijkt dat er wordt voorgelezen uit een boek dat je in het tweede jaar al van buiten leerde, neigt heel erg snel naar "Laten we toch maar niet gaan." En je krijgt ook niet meteen het gevoel dat je je tijd nuttig besteedt.

Geloof mij nu maar, er is een fundamenteel probleem met voorbereidingsprogramma's. De vaksamenstelling suckt. De timing suckt. Die arme masterstudenten zijn gefuckt. Denk er eens over na. En je zal zien dat het systeem suckt.

Pieter Haeck

Een Splinter is een opiniestuk dat een Veto-medewerker ten persoonlijke titel schrijft.

Dit artikel verscheen op maandag 7 maart 2011 in nummer 16 van jaargang 37. - Disclaimer