maandag 16 mei - jaargang 37 - nummer 24
Schakelstudenten | Lage slaagkans
Met schakeltrajecten kunnen studenten van de ene opleiding aansluiten bij een andere opleiding. Het is zelfs mogelijk om van een professionele naar een academische opleiding over te schakelen. Maar in de praktijk worden de schakelende studenten te weinig begeleid.
Linde Smeets
Bij de Leuvense studentenraad LOKO leeft het idee dat de slaagcijfers bij studenten uit een professionele vooropleiding die een schakelprogramma naar een academische master volgen, veel te laag liggen. Volgens LOKO-ondervoorzitter Thijs Van Den Brande zijn er geen harde cijfers beschikbaar, maar LOKO vreest dat de situatie in Leuven die in Gent zou kunnen benaderen.
"In Gent heeft onderzoek uitgewezen dat schakelstudenten dezelfde slaagcijfers halen als eerstejaarsstudenten," aldus Thijs, die zich de vraag stelt of dat wel wenselijk is. Gemiddeld slaagt immers slechts 38 procent van van de eerstejaars aan een van de Vlaamse universiteiten. LOKO is bezig met de uitwerking van enkele voorstellen om het probleem aan te pakken, maar de grote lijnen daarvan moeten eerst nog door de Algemene Vergadering van 20 mei worden goedgekeurd.
Ook vicerector Studentenbeleid Tine Baelmans heeft weinig zicht op het gemiddelde slaagcijfer van alle schakelstudenten: "De slaagcijfers zijn zeer uiteenlopend voor de verschillende schakelprogramma's en variëren van minder dan 25 tot 80 procent Hierdoor heeft het weinig zin om ze in hun algemeenheid te bekijken. De percentages worden onder meer bepaald door de natuurlijke afstemming van de instroom op het schakelproject. Volgens Baelmans wordt er geprobeerd de slaagcijfers omhoog te krikken, maar wordt er niet gefocust op een centrale aanpak van de schakelprogramma's als geheel.
Momenteel zijn het de Permanente Onderwijscommissies (POC) van de master waarop het schakelprogramma voorbereidt, die waken over de kwaliteit en de inhoud van het schakelprogramma. "Meestal liggen die programma's vast," zegt Baelmans, "hoewel afhankelijk van het individuele voortraject van de student vrijstellingen kunnen verkregen worden."
Willekeur
Volgens LOKO vormt de samenhang van de schakelprogramma's vaak een probleem. De volgtijdelijkheid van vakken wordt niet altijd gerespecteerd. Zo zijn er gevallen bekend waarin het vak Statistiek 2 voorafgaat aan Statistiek 1. Thijs: "Er zijn zelfs situaties bekend waarin twee studenten met eenzelfde vooropleiding een verschillend vakkenprogramma voorgeschoteld krijgen, waarbij het enige verschil het tijdstip van de inschrijving is." Een van de oorzaken is ongetwijfeld de ad-hocbenadering van de schakelstudenten met verschillende achtergronden. Die individuele benadering heeft voordelen, maar maakt ook willekeur van de programmadirecteur mogelijk.
De ad-hocbenadering van de programmasamenstelling is niet de enige factor die bijdraagt tot de lage slaagcijfers van schakelstudenten. Thijs haalt aan dat er werk moet worden gemaakt van een duidelijker informatiebeleid. Schakelprogramma's zijn behoorlijk zwaar en het is daarom belangrijk in de eerste plaats gemotiveerde en goed voorbereide studenten aan te trekken. De mogelijkheid om de student reeds tijdens zijn professionele bachelor een academisch keuzevak te laten opnemen als proevertje, kan in overweging worden genomen. Navraag bij de studenten en een rapport van de Associatie K.U.Leuven wijzen bovendien uit dat er momenteel zeer weinig begeleiding voorzien is voor schakelstudenten.
LOKO is van oordeel dat ook het gebrek aan een sociaal vangnet voor schakelstudenten een belangrijke negatieve invloed uitoefent op hun slaagcijfers. Individuele programma's en beperkte gezamenlijke lesmomenten zorgen ervoor dat schakelstudenten moeilijk aansluiting vinden bij andere studenten. Bovendien is het om diezelfde redenen moeilijk om lotgenoten op te sporen. "Het lijkt ons een goed idee een introductiemoment en een communicatietool te voorzien voor schakelstudenten," stelt Thijs. "We denken ook aan een buddyprogramma waarbij schakelstudenten van het voorgaande jaar nieuwe schakelstudenten begeleiden."
Het reeds behaalde professionele bachelordiploma onderscheidt schakelstudenten van anderen. Doorgaans komen die eersten matuurder en mét stage-ervaring de universiteit binnen. Daarom zijn zij in sommige gevallen beter geplaatst om innovatief onderzoek te doen en hebben zij meer ervaring met de markt. Samengevat moet hun diploma als geheel worden aangewend in het schakeltraject. Dat gebeurt volgens LOKO momenteel nog te weinig.
Dit artikel verscheen op maandag 16 mei in nummer 24 van jaargang 37. - Disclaimer