Nader Verklaard (3) | De Lerarenopleiding

Elke week neemt Veto één onderwijsdossier onder de loep dat stof deed opwaaien in de media. En wij hebben het goed voor met u, want wij brengen die kurkdroge informatie even sexy als de borsten van Marie Vinck. Toen minister van Onderwijs Pascal Smet een ballonnetje opliet over de vermastering van de lerarenopleiding, wisten wij meteen waarover te schrijven. Alles wat u ooit wilde weten over de lerarenopleiding.

Margot Hollevoet & Pieter Haeck

Eerst en vooral is het al bijzonder fout om te spreken over de lerarenopleiding. Je kan in het hoger onderwijs immers verschillende trajecten volgen als je later les wil geven in het secundair onderwijs. Het lagere- en kleuteronderwijs laten we in dit artikel buiten beschouwing.

SLO

De universiteit biedt de zogenaamde SLO, de Specifieke Lerarenopleiding, aan. Dit is een programma van 60 studiepunten dat je kan volgen na je masteropleiding in een bepaald vakgebied. Zonder masterdiploma op zak mag je na je SLO zelfs niet voor de klas staan. Bij bepaalde richtingen kan je ook ervoor kiezen om de SLO voor 30 studiepunten deel te laten uitmaken van je masteropleiding. Indaling heet dat dan. Tegenwoordig wordt er heftig gediscussieerd over de indaling van de lerarenopleiding in de bachelor, maar hier bestaat absoluut nog geen consensus over.

De SLO’s zijn georganiseerd volgens de drie grote groepen: Humane Wetenschappen, Biomedische Wetenschappen en Wetenschap & Technologie. De reden dat de SLO’s niet perfect aansluiten op de faculteit, heeft uiteraard te maken met het feit dat deze eerder georganiseerd moeten zijn volgens het vakkenpakket van het secundair onderwijs. Zo heb je onder meer de voor een universiteitsstudent bekende SLO Economie, SLO Wiskunde, maar ook algemenere SLO’s zoals gedragswetenschappen en maatschappijwetenschappen.

Net zoals de hieronder besproken professionele bachelor, bestaat de SLO uit een onderdeel theorie en een onderdeel stage. De K.U.Leuven legt bovendien veel nadruk op de praktijkgerichte benadering.

Professionele Bachelor

Aan de hogeschool kan je dus ook beginnen om professionele bachelor in het secundair onderwijs te worden. In Leuven kan je daarvoor terecht bij Groep T of de KHLeuven. Beide opleidingen duren drie jaar, waarna je in het eerste tot het vierde middelbaar ASO en TSO mag lesgeven. In het BSO mag je dan in alle studiejaren lesgeven.

De professionele bachelor zelf bestaat uit een gemeenschappelijke basisvorming en twee specifieke onderwijskeuzevakken, zoals Engels, Fysica, Nederlands of Frans. De algemene vorming omvat vakken zoals Religie, Zingeving en Levensbeschouwing, Opvoedkunde en ICT. Daarin leer je algemene vaardigheden en attitudes die voor een leerkracht goed van pas komen. De specifieke onderwijsvakken bestaan uit twee grote pijlers: vakinhoud en didactiek. Bijvoorbeeld, bij het onderwijsvak Nederlands krijg je drie jaar lang literatuur en linguïstiek. In de didactische vakken leer je die vakinhoud om te zetten naar lesmateriaal, waarbij je de didactische principes inoefent en je als vanzelf een betere leerkracht wordt.

Stage

Stage is ook een belangrijk aspect van de opleiding. Professionele bachelors zijn in se praktijkgericht, bij de lerarenopleiding is dat niet anders. Doorheen de drie bachelorjaren neemt de stage aanzienlijk veel tijd en studiepunten in beslag. Lesvoorbereidingen opstellen, zelfreflecties neerpennen, stageverslagen fabriceren, elke student uit de lerarenopleiding zal er al eens op gevloekt hebben.

En dan ben je afgestudeerd als volwaardige leerkracht. Gaan werken lijkt dan een evidente keuze. Toch is er een aanzienlijk aantal studenten die voor een bachelor na bachelor (BanaBa) kiezen. Zo is er de vervolgopleiding voor het Buitengewoon Onderwijs, waarbij je leert omgaan met de specifieke doelgroep die in het Buitengewoon Onderwijs terecht komt.