ArchiCultuur (5) | Museum M
Elk huisje heeft zijn kruisje, en dat is niet anders voor de Leuvense culturele instellingen. Tweewekelijks gaat Veto op zoek naar het verhaal achter het gebouw van een cultureel huis dat u wel eens pleegt te bezoeken. Deze week vindt u hier wat u nog niet wist over Museum M.
Ellen Van Cutsem
Op 20 september 2009 opende het vernieuwde Museum M zijn deuren na een volledige renovatie door architect Stéphane Beel. De oudste sporen van M stammen uit de verre zestiende eeuw, met het toenmalige Savoye College van Eustachius Chapuys. In de negentiende eeuw maakte de Leuvense burgemeester Leopold Vander Kelen er zijn kunsthuis van, maar zijn zoon Victor Vander Kelen schonk het huis later aan de stad. Zijn enige voorwaarde was dat het huis een museum bleef, en dat het de familienaam van de eigenaars kreeg. Zo geschiedde.
Venster op de stad
Door de drie jaar aanslepende renovatie en recente opening lijkt Museum M een gloednieuw museum. Het beschermde fronton, het negentiende-eeuwse huis en een toegangspoort aan de Savoyestraat herinneren winkelende passanten echter aan het verleden van het museum. De witte travertijn doet de buitenmuur van het museum alle eer van een antieke kunsttempel aan. De nieuwbouw van de hand van Stéphane Beel verbindt de onderdelen van de museumsite die voordien uit onafhankelijke gebouwen bestond. De plannen om het museum Vander Kelen-Mertens grondig te renoveren werden eind jaren negentig concreet; zo’n tien jaar later opende het Museum M zijn deuren op een symbolische - zoek het niet te ver - datum.
Dankzij de witte kubus worden oude en nieuwe ruimten met elkaar verbonden. Zo worden er enorme ruimten gecreëerd, waar plaats is voor zowel moderne als oudere kunst, tijdelijke en langdurige opstellingen. Doorheen het museum bieden de grote ramen een uitzonderlijk uitzicht op de omgeving, en kaderen de stad in, als ware het een kunstwerk. Maar als favoriete plaats stipt conservator Veronique Vandekerchove het dakterras aan. Dat is de plaats waar je je rondleiding in het Museum M beëindigt en vanwaar je een fenomenaal - bijna 360° - uitzicht over Leuven krijgt.
2016
Bij de naam Eustachius Chapuys rinkelt allicht geen belletje. De man kocht in 1549 een voormalig refugehuis in het centrum van de stad om er zijn College van Savoye te stichten. Daar wou hij armere studenten uit de Savoyestreek die aan de Leuvense universiteit filosofie, theologie of rechten studeerden, opvangen en onderhouden. Het college werd met z’n prachtige kapel en bibliotheek aanzien als een van de mooiste. Voorts had de man dankzij zijn diplomatieke carrière aan het Engelse hof rijke contacten met Thomas Morus. Maar de band tussen Morus en de stad Leuven reikt verder dan de vriendschap tussen beide heren. Morus’ Utopia werd in 1516 voor het eerst in Leuven gepubliceerd. Naar aanleiding van de 500ste verjaardag van die publicatie wordt er een grootse tentoonstelling gepland.
Kunsthuis
De eeuwen nadien kende het college geregeld verschillende eigenaars, die het college aan hun behoeften aanpasten: in 1900 woonde er een gezondheidsofficier in de gebouwen en later de beeldhouwer Charles Geerts. Die kon de grote ruimten goed gebruiken als atelier voor zichzelf en zijn studenten van de nabijgelegen academie.
De familie Vander Kelen kocht het huis midden negentiende eeuw en gebruikte voornamelijk de bijgebouwen en de kelders voor haar wijn- en likeurhandel. Voorts bewoonde de familie een herenhuis in de Savoyestraat dat zoals het een rijk burgerhuis betaamde volledig afgesteld was op luxe en kunst in het interieur. De stijlkamers die Leopold had laten inrichten, moesten getuigen van zijn goede smaak, en zijn verzameling eigentijdse kunstwerken huisvesten.
De inrichting van deze ruimtes werd minder gesmaakt in de jaren zestig van de vorige eeuw: het negentiende-eeuwse interieur werd verstopt achter wanden en plafonds.
Ook Beel wou het huis aanvankelijk neutraal inrichten, maar uiteindelijk werd het rijkelijke interieur behouden. De prachtige parketvloeren met roodbruine patronen werden in alle glorie hersteld, en de weelderige plafonds en haarden kregen hun functie terug in de stijlkamers. De uitgestalde gebruiksobjecten in een van de zalen creëren een rijkelijke sfeer en geven het huis de negentiende-eeuwse ‘grandeur’ terug. De warmte die je overvalt in deze ruimte op het gelijkvloers lijkt te contrasteren met de modern ingerichte museumruimte, maar vormt een essentiële link tussen de geschiedenis van de site, het huidige museum en de huidige museumcollectie.