Extreme Sports | Waaghalzerij in Leuven

Wij zijn in Leuven nog nooit een vliegveld tegengekomen. Wij stootten nog nooit onverwachts op een wildwaterrivier. In het Leuvens grottencomplex zijn we nog nooit verdwaald en de Naamsestraat zullen we niet snel catalogeren als hooggebergte. Toch ontdekten wij in de Leuvense straten enkele hemelbestormers die leven van adrenaline, kicks en op tijd en stond een pintje. Zij zijn verenigd in vier Leuvense clubs: LUAC, LUAK, LUK en Spekul.

Jelle Mampaey

Wildwaterkajak

Het hele zwembad drijft vol peddelende kajaks. Sommige modellen zien er vrij normaal uit, maar andere kajakkers zitten in bootjes die nauwelijks langer zijn dan hun benen; rodeokajaks. Ze draaien acrobatisch rond en gaan onder en boven water alsof het zwembad van het sportkot een wilde stroom is. Ze proberen te loopen. Ze springen, zittend in hun boot, van de kant in het water. Daarbij verdwijnt de neus van de kajak onder water, waarna de hele boot opnieuw omhoog gekatapulteerd wordt. Vervolgens proberen ze een salto uit te voeren. Waaghalzen.

"De club bestaat nog maar sinds negentien oktober," zegt Servaes Timmerman, penningmeester van de Leuvense Universitaire Kajakclub (LUK). "Maar de sportdienst organiseert al jarenlang kajaktraining op woensdagavond en bovendien kunnen sportkotters in het derde jaar kiezen voor de optie outdoor specificatie kajak. We hebben dus een grote rekruteringspool."

"Op donderdagavond doen we conditietraining op de Dijle. In België is er geen wildwaterrivier. In Nederland is er wel een kunstmatige betonnen piste met waterpompen, de Dutch Water Dreams in Zoetermeer. Daar gaat de club regelmatig naartoe. Daarnaast is er een club in Luik waar men een baantje heeft gemaakt met een verval van anderhalve meter en een golf. Alles wat we oefenen kan je in een golf doen. Als de waterstand goed is, kunnen we ook hoger op de Ourthe en minder bekende rivieren in België, waar meer verval is, gaan varen. Daar zijn ook meer golven. Je ziet echter pas vijf dagen op voorhand op internet of de waterstand goed zal zijn, en dan moet je alles snel regelen.”

Daarom gaan we vaak naar het buitenland, naar Slovenië, Frankrijk of Oostenrijk bijvoorbeeld. Vooral in de zomer, als de sneeuw smelt, is daar veel water en kan je er goed kajakken.” Inne Sterckx is al sinds het begin bij de club. "Het is meer dan kajakken alleen. Je moet de rivier kunnen lezen. Je moeten weten waar de sifons zitten, waar de walsen en de stopgolven zijn. Je moet prospectie doen."

Klimmen

LUAK (de Leuvense Universitaire Alpinismeklub, red.) houdt zich bezig met verschillende takken van de klimsport, zegt Tobias Pans, de voorzitter van LUAK. “We gaan vaak buiten op de rotswand klimmen in de buurt van Dinant of in Luxemburg. Ook doen we aan boulderen, dat is klimmen op lage rotsen zonder touw en met een landingsmat, een crashpad van ongeveer tien centimeter dikte die onze val breekt. Daarnaast doen we aan alpinisme en toerskiën. Bij toerskiën gebruik je een lichte ski met een losse hiel, waar je een vel onder plaatst om bergop te wandelen, zodat je niet wegschuift. Als je moet afdalen, haal je dat vel weg. Het is een erkende sporttak, er is zelfs een Belgisch Kampioenschap van.”

”Ten slotte gaan we ook regelmatig binnen klimmen, vooral in klimzaal Hungaria in Leuven. Ook in de Sportoase kan je klimmen. Die zaal is kleiner, lager en er zijn minder overhangende stukken. De routes zijn er ook makkelijker. Beide zijn ze goede zalen, maar de Sportoase is toegankelijker voor beginnende klimmers, terwijl de betere klimmers meer hun ding vinden in Hungaria.”

”De mooiste beklimming die ik al heb gedaan, was deze zomer in Peru. We gingen klimmen in Huaraz, op de berg Pisco in de Cordillera Blanca. Dat is zuiver alpinisme, op een hoogte van ongeveer zesduizend meter, met veel sneeuw en ijs. We hebben daar een onbekende route gedaan. We hebben geen enkele beschrijving van die route gevonden op internet, waarschijnlijk is ze nog nooit door een Belg gedaan. Het was een ijswand van 600 meter.”

”We zijn vertrokken om elf uur ’s avonds. Vervolgens zijn we over de gletsjer naar de ijswand getrokken. Om zes uur ’s ochtends zijn we beginnen klimmen. De eerste 300 meter was heel makkelijk, met een steiltegraad van 60 graden. Daarna ging de ijswand loodrecht omhoog. Er volgde een verschrikkelijk lastig stuk met ijs, rotsen en heel losse poedersneeuw, waar Peru bekend om staat. We hebben geslapen in de ijswand, op een ijsplateau. Slaapzakken hadden we niet, enkel reddingsdekens. Dat was heel zwaar.”

Speleologie

Björn van Staeyen, voorzitter van de Leuvense speleologievereniging Spekul, komt, net als de kajakkers, al eens in aanraking met het water. “Als je een ondergronds meer tegenkomt, moet je zwemmen. Ook heb ik al eens een kort stukje moeten duiken. Je kon de andere kant van de passage onder water wel zien, maar vooral de koude was erg lastig.” De speleologen van Spekul verkennen grotten in binnen- en buitenland.

”In België is de mooiste grot die ik reeds bezocht de Bois de Waerimont, nabij Rochefort. In veel grotten in België heeft men immers overal zijn voeten al gezet en hangt er modder op de witte muren die daar achtergelaten werd door bezoekers met vuile kledij. In de meeste grotten in België is dat een groot probleem.

”Niet alleen naar Belgische normen is de grot van Waerimont erg goed bewaard. De ontdekkers hebben lintjes gehangen waar je niet mag komen, en je mag de grot enkel bezoeken onder strenge begeleiding en op aanvraag. Bij een bepaalde passage moesten we zelfs ons overpak uitdoen en in onderkledij, een overall, kruipen om niets vuil te maken. De muren zijn daar immers schitterend wit. Het was een voorrecht om daar eens te mogen passeren.”

”Wat me zo aantrekt aan de speleologie is de rust,” zegt Björn. “In de grot vallen de geluiden om je heen weg. Je bent alleen met de omgeving. Je moet obstakels overwinnen: een hoogte, een diepte of een vernauwing. Je denkt enkel aan dat obstakel en hoe je erover geraakt. Er is geen plaats voor andere prikkels.”

Zweefvliegen

Alexander Prinsier, de secretaris van de Leuvense Universitaire Aeroclub (LUAC) is gelukkig nog niet al te vaak in het water terechtgekomen. “De club brengt zweefvliegfanaten samen die gaan vliegen in Zwartberg, bij Genk. Een lesvlucht duurt meestal een twintigtal minuten, maar je kan langer in de lucht blijven. We stijgen door op zoek te gaan naar warme lucht. Zolang de zon goed schijnt kan je erg lang blijven vliegen. Iemand op onze club bleef eens negen uur in de lucht, al is dat fysiek niet vanzelfsprekend. Ikzelf vlieg meestal een tweetal uur.”

Alexander legt uit dat het niet vanzelfsprekend is lange vluchten uit te voeren in België. “Een groot gebied rond de luchthaven van Zaventem is gereserveerd voor de commerciële luchtvaart. Daar mogen wij niet komen. Hoe langer hoe meer wordt er ruimte gereserveerd voor de commerciële luchtvaart, wat nefast is voor de hobbyluchtvaart. Je kan wel uitwijken naar Nederland en Duitsland, waar meer plaats is. In de zomer gaan we op kamp naar Frankrijk, daar heb je een zee van plaats.î”

“Soms hang je op 50 kilometer van het vliegveld en zit je op lage hoogte. Dan geraak je niet terug en moet je een veld zoeken zonder koeien of prikkeldraad en zonder hoogspanningslijnen. Daar kan je dan landen, waarna je belt naar de club om je te komen halen. Vervolgens komen enkele mensen van de club met een aanhangwagen, wordt de zweefvlieger gedemonteerd en meegenomen.”