Universiteit in de toekomst | Nieuwe leervormen
Technologische vernieuwing lijkt sneller te gaan dan ooit. Dat in tegenstelling tot de bestaande onderwijsvormen, die slechts sporadisch gebruik maken van multimedia en ander technologisch vernuft. Omdat alles beter kan, zochten we uit hoe technologie in het voordeel van de student kan worden gebruikt.
Pieter Hiele
Velen hebben zich in het verleden laatdunkend uitgelaten over de zogenaamde millenniumstudent: de met technologie vergroeide schoolganger die continu bereikbaar is en een aandachtsspanne heeft van hooguit enkele minuten. Weinigen hebben zich de vraag gesteld of er andere, betere onderwijsmethoden te verzinnen zijn waarin de mogelijkheden van die technologie meer worden benut. Moet de millenniumprof nog opstaan uit de luwten van het conservatisme, of lopen zij reeds in groten getale rond?
Sociaal pedagoge Eva Kyndt haalde dit voorjaar de nationale pers met haar doctoraatproefschrift over de manier waarop studenten leren. "Het belangrijkste is dat studenten worden gestimuleerd om de stof te begrijpen en niet zomaar van buiten te leren," aldus Kyndt.
"Ze moeten aangezet worden om geziene materie uit verschillende domeinen onderling aan elkaar en ook aan de praktijk te koppelen. Ze mogen deze niet alleen in een afzonderlijke theoretische context zien. De manier waarop examens vandaag worden georganiseerd geeft studenten jammer genoeg niet voldoende de mogelijkheid om dat waar te maken. Het verplicht hen eerder om stof op korte tijd uit het hoofd te leren en op het examen te reproduceren, hoewel de prof dit niet beoogt."
Vooruitgang
Er is echter ook positief nieuws. "Probleem gestuurd onderwijs wordt populairder, en vooral in de ingenieurswetenschappen en medische wetenschappen wordt hier veel belang aan gehecht. Zulke projecten zorgen er juist voor dat kennis in praktijk wordt omgezet, hoewel niet alle pedagogen het erover eens zijn of dit daadwerkelijk het leerproces verbetert."
De rol die nieuwe technologieën in deze context kunnen spelen zijn gevarieerd, maar wordt zeker niet altijd door de onderwijsinstellingen aangeboden. "We merken dat studenten voornamelijk zelf met Facebook en Google Docs komen aandraven om te werken in groepsverband. Het zijn gemakkelijke manieren om informatie centraal te verzamelen, wat voor de opkomst van die platformen veel minder vanzelfsprekend was. Nieuwe technologieën hebben dus ongetwijfeld een rol in het onderwijs."
De K.U.Leuven komt ook zelf met initiatieven. Een evident voorbeeld is het Toledo-systeem dat al sinds jaar en dag de online ontmoetingsplek is voor professoren en studenten. "Dat platform wordt ook steeds uitgebreider," vertelt Kyndt. "De ICT-dienst is er voortdurend aan bezig en organiseert bijscholingen voor professoren om met nieuwe tools te leren omgaan."
Een ander voorbeeld is de websurvey-dienst (of enquêteservice) die - met het oog op thesisstudenten - de mogelijkheid biedt om gemakkelijk een enquête op te stellen die door een groot publiek kan worden ingevuld, en dat alles zonder publiek te moeten gaan opzoeken in organisaties en onderwijsinstellingen.
7 minuten
"Het is echter onzin dat de aandachtsspanne van 'de millenniumstudent' minder lang zou zijn dan die van vorige generaties studenten. In tegendeel, door allerhande factoren zoals gezondere voeding en dergelijke zijn er indicaties dat het aandachtsvermogen van de huidige generatie iets groter is dan vroeger het geval was.
”Het is moeilijk te zeggen hoe lang die juist is, maar er heerst een algemene consensus dat de gemiddelde aandachtsspanne een zevental minuten bedraagt. Het verschil is dat studenten tegenwoordig hun aandacht anders verdelen doordat zij aan veel meer impulsen worden blootgesteld." Het is dus aan de proffen om studenten te introduceren tot en begeleiden met nieuwe technologieën, voor zover de student het heft niet in eigen handen neemt.
Op verschillende blogs gaan stemmen op die beweren dat technologieën zoals bijvoorbeeld de personal assistant Siri - een smartphone applicatie op de recentste iPhone-modellen die interpreteert wat je zegt en vragen kan beantwoorden met behulp van achterliggende kennisbanken - een volwaardige vervanger kan worden voor handboeken en encyclopedieën.
De focus van de student zou veeleer liggen op het toepassen van kennis dan op louter memorisatie zoals dat nu nog te vaak het geval is. Een terechte kritiek is echter dat studenten op die manier te afhankelijk worden van technologie, waarmee het hele idee van werken met nieuwe technologieën op wankele poten komt te staan.

