Geschiedenis schrijven | Emeritaat van Louis Vos
Toen de dieren nog spraken, olie goedkoop was en Leuven marxistisch, begon hij aan zijn loopbaan. Dit jaar ging historicus Louis Vos onder grote belangstelling met emeritaat. Of hij al die commotie nog niet beu is? “Ach, het is altijd leuk als mensen willen weten waarom je iets gedaan hebt.”
Daniel Wirt
Veto: Vindt u het een goed moment om met emeritaat te gaan?
Louis Vos: «Wel, je stopt wanneer de maatschappij dat van je verwacht. Ik vind zelf niet dat ik te oud ben, maar op een gegeven moment moet je gewoon kunnen loslaten. Je moet de kans geven aan de nieuwe generatie om zelf ervaring op te bouwen. Ik ga geen les meer geven, anders dan sommige collega’s die tot hun zeventigste blijven doorgaan. Onderwijs is veeleisend geworden, meer nog dan vroeger, en ik wil liever nog wat publiceren. Het is wel jammer dat door mijn vertrek de lange traditie van onderzoek naar de Vlaamse Beweging aan deze universiteit wegvalt. Die wordt nu voortgezet in Gent en Antwerpen.»
Veto: Bent u tevreden met uw intellectuele erfenis?
Vos: «Wat ik gegeven of wat ik gekregen heb? (lacht) Mijn vrouw (prof. Lieve Gevers, red.) en ik, we zijn zonder betaling aan ons doctoraat begonnen. Maar wij hebben geluk gehad uiteindelijk beiden aan de universiteit te zijn benoemd. Ik ben wel fier op wat ik heb bereikt, maar ook erg dankbaar.»
Veto: U behoort tot een generatie van wereldverbeteraars. Hoe denkt u daar nu over?
Vos: «Dat wereld verbeteren gaat terug op een lange traditie. Ik ben geboren in 1945 en kwam terecht in een middelbare school en jeugdbeweging waar sterk de nadruk werd gelegd op sociale actie: je moet iets doen. Hoe deed je dat? Bijvoorbeeld door te werken aan de jeugdbeweging. Ik zat in de Katholieke Studenten Actie (KSA)op een moment waarop vernieuwingen in de kerk begonnen op te borrelen. We vroegen ons af: hoe kunnen we de KSA aanpassen aan die nieuwe doelen? Dat raakte natuurlijk erg nauw verbonden met de opkomende contestatiebeweging.»
«Mijn geschiedschrijving over de Vlaamse studentenbeweging is daarom voor een deel autobiografisch. Ik hoef niet op te zoeken hoe de sfeer was tijdens de januarirevolte van 1968, zoiets schrijf ik vanuit mijn eigen ervaringen. Er was op een zeker moment wel een breuk, want je kan niet actie voeren en tegelijk wetenschappelijk werk verrichten over deze actie. Ik koos voor de wetenschap, dat zag ik als mijn roeping.»
«Waarin ben ik van mening veranderd? De ontdekking van nieuw-links in ’68 was voor mij, als katholieke jongen, helemaal nieuw. In die zomer heb ik Lenin gelezen, fascinerend vond ik dat! Ondertussen heb ik het Leninistische denken afgezworen, ik vind het een gevaarlijk iets. Wat ik ook niet meer geloof, is dat je van vandaag op morgen de wereld kan veranderen. Toen dachten we dat echt: er komen andere tijden, de revolutie is nabij!»
Veto: U bent wel altijd overtuigd katholiek gebleven
Vos: «Het geloof versterkte het engagement. De maatschappij veranderen kon niet gebeuren door in de biechtstoel te zitten, nee, we wilden de structuren aanpakken. Geloof en politiek kwamen samen. Ik zeg het niet alle dagen, maar geloof betekent echt iets voor mij. Katechismusgeloof heb ik niet meer, mijn geloof is gerijpt. Voor mij is het een essentiële verrijking van het leven.»
Veto: Wat vindt u dan van het recent afgesloten K-debat aan deze universiteit?
Vos: «Er is een verwijdering van de katholieke institutie, maar de Kerk is meer dan dat. We hebben nog altijd een belangrijke theologische faculteit, waar systematisch wordt nagedacht over God en geloof. Het bestaan van zo’n kritisch centrum is in het voordeel van de Kerk. We mogen ons denken niet ondergeschikt maken aan de Kerk, maar ik vind toch dat we niet zomaar de katholieke traditie overboord mogen gooien. Ik zou het jammer gevonden hebben als we de K hadden weggelaten om pragmatische redenen. In die zin vind ik de uitkomst van het debat niet slecht. Het is misschien een wijze oplossing.»
”Geloof en politiek kwamen samen”

