Michael Cunningham | "Belgian writers, shut the fuck up!"

Hij won een Pulitzer Prize voor zijn boek The Hours dat verfilmd werd met Nicole Kidman en Meryl Streep. Afgelopen week was Michael Cunningham te gast in Leuven op uitnodiging van 30CC. Over de macht van seks, zeurende Belgische schrijvers en onmogelijk in te lossen verwachtingen.

Jelle Dehaen & Jaana Hombroux

Veto: In een essay schreef u dat een auteur moet lijden tijdens het schrijven. Moet de lezer dat ook?

Michael Cunningham: «(lacht) Neen, de lezer heeft al genoeg geleden. Ik respecteer mijn lezers en denk altijd dat ze net iets slimmer zijn dan ikzelf. Een boek moet je hart breken. Het moet het hele spectrum aan emoties bevatten en verdriet is een deel van het leven. Een doel van de roman is een emotionele catharsis te weeg brengen, maar je lezer mag zich niet vervelen. Je moet je lezer verzorgen.»

Veto: Bij het schrijven van welk boek beleefde u zelf het meeste pijn?

Cunningham: «Bij allemaal. Als je een goede, een echte schrijver bent dan twijfel je altijd. In elk boek wil je diepere emoties verkennen of een meer precieze taal gebruiken. Telkens opnieuw worstel je daarmee. Als je jezelf een expert vindt, ben je eigenlijk een halve gare. Het wordt wel op een andere manier moeilijk. Ik panikeer minder. Als ik vroeger een slechte week had, dacht ik dat alles om zeep was. Nu weet ik dat het goed komt als ik rustig blijf.»

«Ik word wel bij elk boek beter. Ik beheers de taal nu beter dan ten tijde van The Hours – hoewel iedereen dat ziet als mijn beste werk. Maar mijn eigen verwachtingen zijn ook steeds groter geworden. Bij het eerste boek ben je dolblij dat je überhaupt een roman hebt kunnen schrijven. Erna wordt duidelijk hoe klein je bent in vergelijking met de Tolstojs of de Faulkners, de echt groten. Maar zulke gedachten moet je onderdrukken.»

«Natuurlijk heb je altijd het gevoel dat het beter kon. Na het verschijnen is er zelfs een periode waarin je je werk haat. Het is nooit het glorieuze meesterwerk dat je gehoopt had. Virginia Woolf pleegde zelfmoord omdat ze het gevoel had dat het nooit genoeg was. Ik wil niet te dramatisch klinken, maar je riskeert veel. Een boek is een volledig solitair project: als je faalt, is het niet de fout van je staf of je uitgever maar enkel van jezelf. Dat is bijzonder gevaarlijk.»

Veto: Hebt u zelf al zelfmoord overwogen daardoor?

Cunningham: «Als ik zelfmoord pleeg zal het om vele redenen zijn maar niet vanwege mijn boeken. (lacht)»

Empathie

Veto: In By Nightfall, uw laatste boek, laat het hoofdpersonage zich bijzonder laatdunkend uit over het commerciële aspect van kunst.

Cunningham: «Promotie hoort erbij. Ik doe niet alles maar als je wil dat je boek gelezen wordt, moet je met mensen praten. Niets is zo vervelend als schrijvers die weigeren promotie te doen maar dan naar hun uitgever bellen om te zeuren dat hun boek niet verkocht wordt.

Veto: Belgische schrijvers klagen vaak dat enkel kookboeken nog verkocht worden.

Cunningham: «Belgische schrijvers, shut the fuck up about it! De markt voor goed proza is inderdaad kleiner geworden, maar daar kan je niets aan doen. Misschien wordt proza wel zoals poëzie. Toen Keats een nieuwe bundel uitgaf, waren dat bestsellers, maar nu zijn er nog weinig mensen in geïnteresseerd. Als je populair wil zijn, moet je een andere job zoeken.

Veto: Staat de literatuur er slecht voor?

Cunningham: «Integendeel. Goed, de roman wordt niet gerevolutioneerd zoals modernisten als Virginia Woolf of James Joyce deden, maar er zijn echt heel wat interessante artiesten.

«Literatuur blijft ook sociaal zeer relevant. Als schrijver kun je de lezer helpen te begrijpen hoe het is iemand anders te zijn. Je produceert empathie bij de lezer. De meest primaire taak van de roman is het gevoel te geven dat je niet helemaal alleen bent op de wereld; het gevoel dat je gezelschap hebt, dat er anderen zoals jij zijn geweest in de geschiedenis. Wie dat heeft, die ervaring van de menselijkheid van anderen, zal bijvoorbeeld minder snel Irak bombarderen. Er zit daarom altijd een politiek aspect aan literatuur.»

Veto: Is de schrijver moreel superieur?

Cunningham: «Absoluut niet. Ik kan zo tientallen voorbeelden bedenken van schrijvers die absolute rotzakken waren. Net omdat literatuur zo krachtig is, kan het ten goede en ten kwade gebruikt worden.»

Veto: Maar de schrijver heeft een bepaald talent voor empathie en het morele?

Cunningham: «Ik weet als schrijver eigenlijk niets dat de lezer al niet lang weet. Ik kan misschien schrijven over emoties of situaties die jij niet goed kent, maar ik weet niets meer. Ik kan het enkel beter en grondiger beschrijven. Soms stellen mensen me heel diepzinnige vragen zoals wat de betekenis van het leven is. Die mensen lijken te denken dat ik de wijsheid in pacht heb maar ik ben daar niet de juiste persoon voor.»

Autoriteit

Veto: In By Nightfall staat dat een goed boek autoriteit moet hebben.

Cunningham: «Elk goed boek heeft het. Wat dat net is kan je moeilijk omschrijven, maar je herkent het wanneer je het ziet. Vergelijk het met stijldansen. Je voelt onmiddellijk of het klikt met je partner, zelfs als is het de eerste keer dat je samen danst. Echt grote schrijvers hebben het vermogen om je onmiddellijk te grijpen. Je voelt het aan hun woorden, hun zinnen, de opeenvolging van klanken.»

Veto: Als die autoriteit iets ongrijpbaar is, wordt de taak van de recensent dan niet onmogelijk?

Cunningham: «Het is moeilijk om een goede recensie te schrijven. In het Engelse taalgebied zijn er dan ook nauwelijks goede recensenten. Je kan wel over het technische spreken maar wat met de magie van het boek? Weinig recensenten kunnen het gevoel van een boek overbrengen. Ik lees geen recensies. Als het goed was ben je er niets mee en als het slecht was, trek je je het veel te hard aan.»

Veto: Het hoofdpersonage in By Nightfall beklaagt dat hij 44 is en nog altijd geen eigen stem heeft. Is uw stem, als mens en auteur, volledig gevormd?

Cunningham: «Mijn stem is gevormd. Ze verandert nog wat maar ze is er grotendeels. Je eigen stem hebben is cruciaal voor de schrijver. Je voelt ze in het ritme van de zinnen of in kleine details. Als je dat niet hebt, ben je geen echte auteur. Toch is er geen groot, maar wel een subtiel verschil tussen hoe ik met jullie praat en hoe ik dat met vrienden zou doen. Ik verzin nu niets of meet mezelf geen vals accent aan maar ik speel toch een beetje een rol. Op dit moment speel ik de auteur, het is een kleine performance

Seks

Veto: U hecht veel belang aan de rol van de literaire vertaler.

Cunningham: «Zo'n vertaler is ontzettend belangrijk, maar hij wordt enorm onderbetaald en ondergewaardeerd. Een vertaler moet een boek echt opnieuw schrijven in een taal waarin het ritme, de betekenis of de cadans van de woorden helemaal anders is. Natuurlijk ben ik soms bezorgd dat de vertaler niet goed is, maar mijn teksten zijn niet het onveranderlijke woord van God. Soms wil ik naar de boekenwinkel gaan om met een pen wijzigingen aan te brengen in mijn teksten. Van die schrijvers die fanatiek zijn over hun eigen tekst, come on, get the fuck over it.

Veto: In By Nightfall staan enkele erotische scènes die opwindend zijn. Bent u opgewonden tijdens het schrijven?

Cunningham: «Je vraagt of ik constant met een stijve zit? (lacht) Het is moeilijk om over seks te schrijven. Je wil sexy schrijven maar niet pornografisch en dat is bijzonder subjectief. Er is echter een leuk aforisme van Oscar Wilde: “Alles in de wereld draait rond seks. Behalve seks, dat draait rond macht." Iemand kust en iemand wordt gekust. Wanneer ik over seks schrijf, hou ik in het achterhoofd dat het rond macht draait. Daardoor behoud ik afstand.»

"Seks is macht"

"Ik lijd bij elk boek"