Pascal Smet | Geen hogere inschrijvingsgelden, geen extra middelen

Pascal Smet is Vlaams Minister van Jeugd, Onderwijs, Gelijke Kansen en Brussel. Wij zijn steeds geïnteresseerd in een gesprek over onderwijs. Smet geeft voorzichtig toe dat er op een achterhaalde manier lesgegeven wordt. Daarnaast benadrukt hij dat er geen hogere inschrijvingsgelden zullen komen. Ook van de overheid krijgen de instellingen geen extra middelen, behalve het reeds beloofde geld.

Pieter Haeck & Jelle Mampaey

Veto: Het onderwijs aan onze hogeronderwijsinstellingen is vaak massaonderwijs. Eén professor voor een gigantische groep studenten. Krijgt een student nog wel voldoende begeleiding?

Pascal Smet: «De manier waarop onderwijs gegeven wordt, behoort tot de bevoegdheid van de hogescholen en universiteiten. Ikzelf denk dat men naar andere vormen van onderwijs moet evolueren. Toch begrijp ik de actie van de studenten Politieke Wetenschappen in Leuven, waarbij ze zich verzetten tegen weblectures. Het lesgeven met weblectures was niet geïntegreerd in een strategie. Het was om de verkeerde reden, puur uit ruimtegebrek. Ik denk echter dat we op een andere manier gaan moeten lesgeven. Als een chirurg op duizend kilometer kan opereren, kan een student op twee kilometer studeren. Maar het moet wel onderdeel zijn van een strategie. Je moet na de les naar de professor of assistent kunnen gaan om bijkomende informatie te vragen. Je moet met de professor kunnen samenzitten om problemen in kleine groepen op te lossen.»

Veto: Is dat haalbaar?

Smet: «Dat is zeker haalbaar. Dat is een kwestie van organisatie. Je moet creatief nadenken hoe je daarmee omgaat. Je kan dat creatief oplossen door de rationalisering van opleidingen. Als je twee kleine opleidingen samenzet kan je professoren uitsparen en heb je nog altijd een vrij kleine groep. Er is zeker nog ruimte om het onderwijs in Vlaanderen op een meer rationele manier in te richten. Het is te gemakkelijk om altijd te zeggen dat er meer geld nodig is. De vraag die je je moet stellen is de volgende: “Kan ik met het bestaande budget op een efficiëntere manier omgaan?” Het is belangrijk te kijken of de opleidingen die aangeboden worden, ook gevraagd worden door de arbeidsmarkt. Het is belangrijk om te kijken wat de samenleving nodig heeft. Vanuit dat vertrekpunt moet je je aanbod vormgeven.»

Veto: Zijn hogere inschrijvingsgelden een mogelijke oplossing voor het geldgebrek waar veel instellingen mee kampen?

Smet: «Het inschrijvingsgeld mag niet verhoogd worden. Ons hoger onderwijs mag niet duurder worden. Mijn antwoord is duidelijk: “Nee!” Niet tijdens deze legislatuur. Voor sommige mensen is een hoger inschrijvingsgeld een drempel. We moeten drempels verlagen, niet verhogen. Moet de overheid dan meer investeren in hoger onderwijs? Wij investeren zeer veel geld in onderwijs. We geven meer uit dan het OESO-gemiddelde. De instellingen krijgen extra middelen door de stijging van de studentenaantallen, en daarnaast komen er nog academiseringsmiddelen. Je kan niet zeggen dat we weinig investeren. De gemakkelijkheidsoplossing, altijd meer geld vragen, moet men verlaten. Als men niet oppast gaan andere sectoren zeggen: “Die zijn nooit content.”»

Antwerpen

Veto: Wij horen onze rector pleiten voor een brede bachelor, wat vindt u daarvan?

Smet: «Ik heb rechten gestudeerd in Antwerpen. Mijn eerste jaar was daar ook zeer breed. Ik kreeg filosofie, logica, politieke wetenschappen en sociologie. Ik vond zo’n breed eerste jaar niet slecht. Nu wordt er gedacht aan een brede bachelor in humane wetenschappen en een andere in exacte wetenschappen. De student zou heel breed beginnen en na zijn eerste jaar een specifiekere richting kiezen. Dat is een vorm van oriëntering waar ik niet tegen ben. Ik vind het idee de moeite waard om te bekijken. De oriëntering in het hoger onderwijs is echter onlosmakelijk verbonden met de oriëntering in het secundair onderwijs, dus we moeten eerst de hervorming van het secundair afwachten.»

Veto: Bij die hervorming van het secundair onderwijs vervalt het onderscheid tussen ASO, BSO, TSO en KSO. Vreest u niet dat dat onderscheid in de hoofden van de mensen zal blijven bestaan?

Smet: «Dat is een risico. In de hoofden van de mensen kan er een hiërarchie tussen scholen ontstaan. We moeten dat proberen tegen te gaan door in één school zowel praktische als theoretische richtingen in te richten. Later moet een burgerlijk ingenieur ook samenwerken met een metser. Het is niet evident, maar we moeten een grondige hervorming van het secundair onderwijs doorvoeren, anders komen we binnen tien jaar in grote problemen.»

Veto: Hoe wil u de studenten begeleiden bij hun studiekeuze?

Smet: «Je moet het onderscheid maken tussen oriëntering in het secundair onderwijs en oriëntering naar het hoger onderwijs. Een oriënteringsbeleid in het secundair onderwijs wordt gerealiseerd met de hervorming die we voorbereiden. We willen jongeren keuzes leren maken. Doorheen het hele secundair onderwijs willen we jongeren informeren en leren kiezen. Zo zal je, als je achttien jaar bent, al bezig geweest zijn met wat je interesseert. Die vaardigheid willen we aanleren. Dat zal niet in een apart vak gebeuren, het gaat om een vakoverschrijdende vaardigheid. Ook op weg naar het hoger onderwijs moet je oriënteren. Een mogelijkheid daarbij is een oriënteringsproef. Ik vind een oriënteringsproef aanvaardbaar, maar je moet ermee oppassen. Zo’n proef mag niet op zichzelf staan, maar moet onderdeel zijn van een keuzeproces.»

"Ik begrijp de actie van de studenten Politieke Wetenschappen in Leuven"

"Het is te gemakkelijk om altijd te zeggen dat er meer geld nodig is"