In mijnen tijd (2) | Carl Devlies "In mijnen tijd was het beter!" We horen het de bomma vaak zeggen en knikken goedgelovig. Maar was dat ook wel zo? Om dat te weten te komen, gaan we wekelijks op bezoek bij een oud-preses die zich op een bepaalde manier bekend heeft gemaakt. Deze week is het de beurt aan Carl Devlies, voormalig staatssecretaris voor Fraudebestrijding, parlementslid en Leuvens schepen van Financiën en Ruimtelijke Ordening (CD&V). Jelle Mampaey Veto: U was preses van het Vlaams Rechtsgenootschap. Had u als preses ook een invloed op het beleid van de universiteit? Carl Devlies: «Ik was niet alleen preses, ik zat ook in de Academische Raad (AR), één van de belangrijkste universitaire beleidsorganen, als vertegenwoordiger voor de studenten Humane Wetenschappen. De studenten konden wel hun stempel drukken. Zo was er een onderwijshervorming in de faculteit Rechten die door de AR goedgekeurd moest worden. De studentenvertegenwoordigers haalden samen met het wetenschappelijk personeel de meerderheid zodat het voorstel verworpen werd.» «Roger Dillemans, die later rector werd, was toen verantwoordelijk voor die hervorming in de faculteit Rechten. Hij nodigde me uit bij hem thuis om het een en het ander te bespreken. Ik herinner me nog dat hij zei: “Beste vriend Carl, binnenkort zijn het examens, en dan zult ge toch geen tijd meer hebben om daar mee bezig te zijn.” Er was een goede relatie tussen studenten en professoren, maar we durfden kritisch te zijn. We waren de uitlopers van de jaren '60, we kwamen ook soms nog op straat.» Veto: Jullie waren maatschappelijk geëngageerd? Devlies: «Wij deden wel eens een betoging in Brussel waarbij met studenten van andere steden werd afgesproken. Een samenscholingsverbod kon ons niet tegenhouden. Dat collectief gevoel is er nu minder, denk ik. Ik denk niet dat er minder onrecht is om tegen te vechten. Onrecht vind je wel als je er naar zoekt. Naast betogingen waren we ook nog op andere manieren maatschappelijk geëngageerd.» «Zo hebben we met de studenten landbouwhulp georganiseerd. Het was een heel regenachtige herfst. De boeren konden nergens nog met de tractoren op het veld en de oogst dreigde weg te rotten. Enkel handarbeiders konden nog op de velden. Toen hebben we acties georganiseerd met de studenten van Leuven om te helpen met het binnenhalen van de oogst. Elke dag hebben we vele honderden studenten overal naartoe gestuurd met bussen.» «Dagelijks kwamen de boeren hen in Leuven ophalen, maar als het verder weg was, gingen de studenten met bussen en bleven ze daar soms twee dagen. We hadden het bij de universiteit klaargespeeld dat de studenten twee dagen per week vrij kregen. Er waren er ook wel die geprofiteerd hebben, maar er hebben toch vele duizenden studenten aan deelgenomen.» Veto: De studentenvertegenwoordigers mengden zich in het maatschappelijk debat. Namen jullie ook politieke standpunten in? Devlies: We hadden volksvergaderingen. Daarop waren alle studenten van de faculteit uitgenodigd. Soms zat de hele aula Pieter De Somer vol, of toch minstens de leslokalen van De Valck. Dat waren driehonderd tot achthonderd mensen. We hielden ons bezig met politieke dossiers, maar er moest wel een link zijn met onderwijs.» «We waren politiek neutraal, maar er was wel een stevige linkse stroming in Leuven met AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders, de voorloper van de Partij van de Arbeid, red.) en de trotskisten van RAL (Revolutionaire Arbeidersliga, red.). Zij hadden actiecomités per faculteit en een centraal actiecomité.» «Er was rivaliteit tussen de kringraad van LOKO (De Leuvense studentenraad, red.) en het linkse centraal actiecomité. We hadden geen invloed op de acties van het centraal actiecomité. Uiteindelijk heb ik me teruggetrokken als voorzitter van de volksvergadering zodat ik me met vier anderen van het presidium van VRG kandidaat kon stellen voor het centraal actiecomité. We werden alle vijf verkozen, en hetzelfde gebeurde in andere faculteiten. Zo konden we als faculteitskringen toch onze stempel zetten op het politieke gebeuren.» Veto: U bent nu schepen in Leuven, plukt u nog de vruchten van het netwerk dat u opbouwde als preses? Devlies: «Wij beschouwen dat niet als een netwerk. We waren vrienden. Je komt die mensen nog regelmatig tegen op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen. Dat is een band die blijft bestaan. We kennen elkaar van hier in Leuven. Dat is een heel andere band dan mensen die je nadien leert kennen. Je weet wat je aan elkaar hebt. Het waren bewogen tijden. Er gebeurde enorm veel in het studentenleven. Zo leer je elkaar goed kennen.» Veto: Komt u als schepen voor ruimtelijke ordening in aanraking met de studenten? Devlies: «Dat is mogelijk, maar dat is tot nu toe nog niet gebeurd. Ik ben nog maar een paar weken terug van het federale niveau. Ik heb wel veel contact met de universiteit en met de hogescholen. In het begin van mijn politieke carrière, toen ik schepen van Cultuur was, kwam ik wel veel in aanraking met studenten. Mijn bureau was toen in de Muntstraat. Men wist nog wel dat ik preses was geweest en dat men een beroep kon doen op mij. Ik was een heel pak jonger en ik sloot nog aan bij de studenten. Als de studenten iets nodig hadden, kwamen ze gemakkelijk bij mij terecht. Bart De Wever heb ik zo leren kennen als student, omdat hij zich ook bezig hield met cultuur.