Integraal (1) | “We waren zeker niet de makkelijkste klant.” Integratie. Het woord galmt al jaren als een mantra in universiteiten en hogescholen, want vanaf 2013 integreren de academische opleidingen van de hogescholen in de universiteit. Veto werpt tweewekelijks de Leuvense bril af en gaat praten met de directeurs van de verschillende hogescholen. Dirk de Ceulaer, directeur van de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB), schuift als eerste aan. Pieter Haeck Veto: Er wordt wel eens over de HUB gezegd dat ze de hogeschool is die zich het meest afzet tegen de KU Leuven. Klopt dat? De Ceulaer: «Dat beeld is onterecht en wel om twee redenen. Ten eerste zijn wij een instelling die al vanaf de jaren ’80 pleit voor een sterkere integratie. Verder hebben we ook heel veel geïnvesteerd in de specifieke relatie met Leuven. We stonden mee aan de wieg van de Associatie KU Leuven en hebben de huidige associatievoorzitter nog moeten overtuigen van het nut ervan.» «De associatie ligt ons na aan het hart. We hebben het gevoel dat we daar eigenaarschap aan hebben, wat maakt dat je dan ook automatisch een grotere gevoeligheid hebt voor de wijze waarop zo’n project gestalte krijgt. Een deel van de vervelende houding van de HUB heeft te maken met onze grote betrokkenheid bij dat project.» «Verder ligt de sensibiliteit heel hoog vanwege de cijfers. Als we spreken over de academische opleidingen die bij ons geïntegreerd worden, gaat dat over de helft van de studenten, de helft van het personeel en dus de helft van het middelen. De gevoeligheid voor dat project is groot, zeer groot. Dat betekent ook dat wanneer dat project uitgerold wordt, we zeer kritisch zijn.» Veto: Jullie uitten wel vaker de vrees dat de eigen opleidingen een kopie zullen worden van KU Leuven-opleidingen. Is dat niet teveel een Calimerohouding? De Ceulaer: «Helemaal niet, in geen geval. Door die grote betrokkenheid ontstaat er een beeld: “Brussel, die willen niet integreren”. Het omgekeerde is waar, maar we willen wel mee het eindresultaat bepalen.» «Het is een grote belofte geweest van twee rectoren, de vorige en de huidige, dat de universiteit zichzelf ook zou aanpassen aan de integratie. We hebben dan ook heel hard gehamerd op het gebruik van het woord “integratie” in plaats van “inkanteling”. Misschien is het een symbolisch discours, maar als je spreekt over inkanteling, wil je louter zeggen dat je een aantal richtingen oppakt, ergens anders neerplant en die zich daar moeten aanpassen. Dat kan niet de bedoeling zijn.» Veto: Eigenheid van opleidingen blijft voor jullie dus zeer belangrijk. De Ceulaer: «Het is noodzakelijk dat de universiteit zich aanpast aan de eigenheid van de opleidingen. Daar zijn discussies rond geweest waarin we niet de makkelijkste klant waren. We zijn dat nog altijd niet.» «De profilering van de opleidingen was voor ons heel erg belangrijk: dat die gestalte krijgt in Leuvense faculteiten die functioneel zijn voor elke specifieke situatie. Zo gaan we in de Humane Wetenschappen werken met subfaculteiten. Subfaculteiten die uiteraard samen een Leuvense faculteit vormen, maar toch wel met een bijzondere autonomie voor de verschillende locaties. Die autonomie was oorspronkelijk niet aanwezig.» Veto: Was u oorspronkelijk dan ontgoocheld? De Ceulaer: «We kennen dat proces, we hebben zelf twee fusies meegemaakt. Het is vaak zo dat de grootste partner de kleine overneemt. Je kunt je daar bij neerleggen of je kunt vragen om op een behoorlijke manier onthaald te worden. Dat is op een vriendelijke manier gezegd wat we gedaan hebben.» «We wilden onze eigen plek. Onze opleidingen hebben hun eigen profiel en trekken nu veel studenten aan. We wilden de waarborg dat studenten in de toekomst ook naar daar komen. Maak Handelswetenschappen niet gelijk aan TEW, laat het Handelswetenschappen zijn! We moeten de grote praktijkoriëntatie behouden en zorgen dat er een personeelsbeleid gevoerd wordt dat die profielen kan waarborgen. » «Het is gelukt bij de Groep W&T, daar hebben de Industriële Ingenieurs hun eigen faculteit gekregen. In Humane Wetenschappen hebben we echter voor een andere methode gekozen, aangepast aan de verschillende faculteiten. Zo is de situatie voor Rechten heel anders dan voor de opleiding Toegepaste Taalkunde. Rechten is een universitaire opleiding die van de KUB komt, waardoor we daar gewoon een gezamenlijke opleiding hebben gecreëerd. Het verhaal van de KUB stopt dus. Zij integreert mee in de KU Leuven. Veto: De KUB wordt dus ten grave gedragen? De Ceulaer: «Je kunt dat zo stellen, dat klinkt natuurlijk bijzonder somber. Aan de andere kant kun je zeggen dat het potentieel van de KUB gered is in een grotere structuur. Dat was een universiteit die toch wel bizar klein was, zeker als je dat op Europese schaal bekijkt. Veto: Hoe zullen de studentenvoorzieningen georganiseerd worden? De Ceulaer: «Ik denk dat vicerector Baelmans, samen met haar gesprekspartners tot een voorstel gekomen is dat zeer verdedigbaar is. Het voorstel is vooral gericht op een lokale serviceverlening. Of een student nu een student van de lerarenopleiding is of van de Toegepaste Taalkunde: als je op een bepaalde locatie studeert, moet je dezelfde sociale rechten krijgen.» «We moeten in alle gevallen vermijden dat je twee klasses van studenten krijgt. Een categorie die met een groene kaart in het studentenrestaurant gaat eten en één categorie met een blauwe kaart. De student mag niet aan de service voelen dat hij gecategoriseerd wordt tot de alfa’s of de beta’s.»