Kringen financieel afhankelijk van cursusdienst De cursusdienst is een plek waar we allemaal wel eens langskomen. Een plek waar we allemaal ook wel eens enkele euro's armer buitenkomen. Maar waar gaat dat geld naartoe? En hoe belangrijk zijn die inkomsten voor de kringen? Els Dehaen, Wouter Goudeseune & Jelle Mampaey Sommige kringen zijn financieel erg afhankelijk van hun cursusdienst, dat blijkt uit navraag. “Zonder de cursusdienst zou de kring in financiële problemen komen,” zegt Quirin Dalemans, preses van de Psychologische Kring. “De cursusdienst levert een substantieel deel van het inkomen van de kring. Dat geld vloeit echter via de kring terug naar de studenten. Bij td's en andere evenementen is onze winstmarge ongeveer nul procent, daar steken wij al ons geld in. De cursusdienst geeft dat extraatje dat wij daarvoor kunnen gebruiken. We maken per boek zeker niet veel winst, maar doordat we veel studenten hebben is het totaalplaatje zeker de moeite waard.” Ook bij Babylon worden inkomsten van de cursusdienst gebruikt voor het organiseren van activiteiten. "Maar het gaat om vrij kleine winstpercentages,” aldus Babylonpreses Niels Vanacker. “Het is nog steeds een belangrijke bron van inkomsten, maar dit jaar wordt er toch minder geld binnengehaald dan andere jaren.” "Er is een verschil tussen grote kringen die gemakkelijk geld binnenhalen en kleine kringen die het helemaal niet zo gemakkelijk hebben,” zegt Marlies Brepoels, oud-cursusdienstverantwoordelijke bij de Pedagogische Kring. “Kleine kringen zijn vaak afhankelijk van hun cursusdienst voor een groot deel van hun inkomsten." Ten slotte vloeit ook bij Scientica geld door naar activiteiten, al benadrukken ook zij dat het om kleine winstmarges gaat. Pintjes “De vraag die steeds terugkomt is of je de prijs van de pintjes mag verlagen met winst op cursussen,” zegt Koen Torremans. “Dat is een principiële kwestie.” Koen deed twee jaar geleden uitgebreid onderzoek naar de financiële gegevens van cursusdiensten voor de Leuvense studentenraad LOKO. Alexander Hamels, preses van het Vlaams Rechtsgenootschap (VRG), is duidelijk: “Wij rekenen slechts een minimummarge winst in, louter als buffer voor onvoorziene omstandigheden. Er vloeit absoluut niets door naar de kring of de fakbar. Dat is voor ons een principiële kwestie. We werken met een afzonderlijke rekening, boekhouding en apart beheer voor de cursusdienst, die volledig los staat van de andere kringwerking. Wij willen sociaal eerlijk en zo goedkoop mogelijk zijn.” Matthias Nijs, preses van Mecenas, is dezelfde mening toegedaan: "Ik vind niet dat cursusdiensten systematisch winst mogen maken. Het moet zo goedkoop mogelijk. Kringen moeten geld binnenhalen door feestjes en dergelijke te organiseren, niet door winst te maken op de boeken." Openheid Niet alle kringen zijn even open over hun financiële huishouding. “We willen daar graag open in zijn, maar dat gaat voor ons niet,” zegt Saartje Verfaillie van Medica. “Wij verkeren in een speciale situatie van levering. Als we cijfers vrijgeven zal daaruit blijken dat onze cursussen inderdaad duurder zijn dan andere kringen, maar onze leverancier geeft ons verschillende kortingen, bijvoorbeeld bijna onbeperkt gratis affiches en levering aan de deur. Wij proberen in elk geval break-even te draaien. Onze cursusdienst wordt hoe langer hoe minder winstgevend, vooral ook omdat Acco steeds duurder wordt. Ook Thomas Devroe, preses van Ekonomika, is terughoudend: "We mogen geen financiële info geven, we hebben daarvoor de toestemming nodig van de Algemene Vergadering. Het lijkt me wel logisch dat een grote kring als Ekonomika niet zomaar dergelijke info mag vrijgeven. Ik kan dus ook niet zeggen of er winst van de cursusdienst gebruikt wordt voor andere activiteiten."