Saint Amour | “Rouw is niets anders dan verliefdheid zonder verlossing” Wij waren ooit hopeloos verliefd op een onbereikbare jongen en dachten dat de gapende leegte in ons hartje nooit meer zou helen. Wij voelden ons alleen op de wereld, hoewel we eigenlijk enkel deelgenoot werden van een literair subgenre. Een subgenre dat met grote klasse bezongen werd op de 19de editie van Saint Amour. Wij zijn niet langer speciaal, maar Saint Amour was dat wel. Els Dehaen & Sophie Huys Mannen willen eigenlijk onbereikbare vrouwen en mannen zijn nooit onbereikbaar, zo opent Sven Speybrouck de literaire avond. Wij gaan niet volledig akkoord met die uitspraak, maar de toon is wel meteen gezet. De onbereikbare liefde is de leidraad voor een literaire avond die verzorgd wordt door Behoud de Begeerte, het kunstencentrum voor literatuur. Volgens het hoofdpersonage van David Vann’s Caribou Island ligt de remedie tegen onbereikbare liefde in eten. Ze huldigt dat adagium terstond door het verorberen van pastei en een reusachtig ijsje. “Moe, lieverd?” vraagt de serveerster. “Nee, alleen maar ongetrouwd en onbemind.” Waarop de serveerster een vrijgezel omschrijft als een pastei zonder vulling. Of hoe zelfs eten deprimeren kan. Vann wordt afgelost door Peter Buwalda, die recentelijk zijn debuut Bonita Avenue schreef. Sven Speybrouck leidt hem in met de opmerking dat "vreemdgaan de gezondheid schaden kan", en Buwalda belooft een stuk uit zijn roman te brengen. Het hoofdpersonage, een oudere en getrouwde man, hoort sms’jes die er niet zijn en schrijft mails die hij niet verstuurt. Met deze symptomen zijn we allemaal vertrouwd, maar zelden hebben we het iemand zo goed weten verwoorden. Voeg daar nog een weerbarstige minnares aan toe en de conclusie luidt dat we die roman gaan halen, en u zou dat beter ook doen. Ontoerekeningsvatbaar Wim Helsen wordt dan weer ingeleid als de man die van ontoerekeningsvatbaarheid zijn beroep heeft gemaakt. Hij blijkt die omschrijving waardig tijdens een literaire analyse van Aan Rika van Piet Paaltjens, waarin hij Paaltjens zowel verguist als ophemelt. “Waarom toch die blauwe ogen, wonderdiep en klaar? Gij weet toch dat ik daar niet tegen kan?” “Leg eens uit, hoe moest zij dat in hemelsnaam weten?” Het gedicht wordt uiteen gehaald en besproken en er ontspint zich een bizarre vergelijking met Mel van Mel & Kim (een popgroep uit de 80’s), waarvoor Helsen een boontje blijkt te hebben. Connie Palmen leest voor uit haar Logboek van een Onbarmhartig Jaar, maar voorspelt dat het na haar enkel leuker zal worden. Dat is waarlijk niet gelogen. Het is slechts weinigen gegeven twee keer de ware liefde te vinden, maar wanneer je die geliefde een tweede keer uit handen moet geven, snijdt het verdriet even diep als de eerste keer. Het overkomt Palmen wanneer ze haar man Hans van Mierlo in 2010 verliest, nadat ze in 1995 al Ischa Meijer had moeten begraven. Palmen staakt terstond het reguliere schrijven en legt een dagboek aan over de allesoverheersende pijn die ze ervaart. Ze stelt vast dat we vergeten hoe hard het is om een dierbare te verliezen: “Je weet dat het verschrikkelijk was, maar je herinnert je de pijn niet echt meer. Het was vreselijk en het duurde lang, maar wie zou ooit nog baren en liefhebben als we ons precies konden herinneren hoeveel pijn zoiets deed?” Zelfs als de onbereikbare toch binnen handbereik komt, moet je hem soms afgeven. In dat opzicht, zegt ze treffend, is rouw niets anders dan verliefdheid zonder verlossing. Negerlul Na Connie Palmen volgt een iets langere muzikale onderbreking, met drie liedjes gebracht door Dez Mona. Noodzakelijk om de drukkende sfeer te breken. Toch maakte een zekere droefgeestigheid zich van ons meester en konden we onze aandacht niet meer geheel op de volgende schrijvers richten. Floortje Zwigtman las een homo-erotische passage voor uit haar roman Spiegeljongen. P.F. Thomèse fleurde ons nog even op met gênante belevenissen in een frituur, waar een "negerlul special" geen vreemde bestelling was. Vergeet bloemen, vergeet pralines. We waren het er roerend over eens: wanneer mensen ons zouden meedelen dat hun lief hen had getrakteerd op deze voorstelling, dan zouden wij stikjaloers zijn. Volgend jaar staat Saint Amour in het teken van Hugo Claus, wij boeken onze tickets nu al.