Wat moet student met politiek? Geregeld laait de discussie op: moeten studentenvertegenwoordigers zich meer politiek uitspreken? Studentenvertegenwoordigers uit een woelig, maar vooral vervlogen verleden vinden van wel. Bij de huidige generatie klinkt het bijna unaniem: “Neen.” Jens Cardinaels Politiek drijft studenten uit elkaar Studenten en politiek waren vroeger sterk met elkaar verbonden. Zo zit het studentenprotest van 1968 in het collectieve geheugen. De vaak grimmige protesten hadden als doel om de tweetalige Leuvense universiteit eentalig Nederlands te maken. Toen de Leuvense universiteit gesplitst was en de rust weerkeerde, vonden veel studenten dat de studentenkoepels zich te veel bezighielden met politiek. Er moest een orgaan komen dat alle studenten vertegenwoordigde. Daarom werd de Algemene Studenten Raad (ASR) opgericht. Al snel laaide de discussie over de vraag of studentenvertegenwoordigers zich al dan niet politiek mochten uitspreken opnieuw op. Het te links geachte ASR moest hervormd worden, vond vooral Ekonomika. Maar de economisten kregen de steun van slechts 8 van de in totaal 27 kringen die lid waren van ASR. Daardoor besloot Ekonomika in 1984 uit de studentenraad te stappen. De economische kring richtte een nieuwe koepel op met de naam Kring Unie Leuven (KrUL). De zeven andere ontevreden kringen, waaronder Apolloon, het toenmalige Romania en VRG, sloten zich ook aan bij KrUL. ASR en KrUL werkten een tweetal jaren naast elkaar, maar al snel werden er verzoeningspogingen ondernomen. Dat vertelt Patrick Van den Bosch, die meewerkte aan Een kwarteeuw studenten in beweging, een brochure die naar aanleiding van het 25-jarige bestaan van LOKO werd geschreven. “Het probleem was dat KrUL niet beter werkte dan ASR, omdat ze niet de nodige middelen en de ervaring had. Bovendien had KrUL vooral problemen met de onderwijs- en de sociale werking van ASR. De samenwerking tussen de sport- en cultuurdivisie verliep wel vlot. Verder was het al van bij de oprichting van KrUL de bedoeling dat de twee studentenkoepels ooit opnieuw één zouden worden.” De hereniging gebeurde in november 1986, toen de Leuvense Overkoepelende Kringorganisatie (LOKO) werd opgericht. Alle kringen waren lid, met uitzondering van Ekonomika, dat pas drie jaar later lid zou worden. Opnieuw rees de vraag met wat een studentenraad zich moest bezighouden. “LOKO meed partijpolitiek,” vertelt Van den Bosch. “Maar ze kwam wel op voor de zwakkeren in de maatschappij. Zo protesteerde de studentenraad tegen dictaturen en tegen de personeelsuitbuiting van oliemaatschappij Royal Dutch Shell.” Maar in 2004 besloot LOKO zich volledig politiek neutraal op te stellen, nadat er protest rees doordat de studentenraad een optocht tegen het toenmalige Vlaamse Blok steunde. Politiek is voor politici Sinds 2004 is LOKO officieel politiek neutraal, al meed ze in de praktijk voordien al zo veel mogelijk politieke standpunten. De politiek geëngageerde studentenvertegenwoordigers behoren tot het verleden. Dat blijkt ook uit een rondvraag bij 21 van de in totaal 30 Leuvense presessen: 19 zijn tegen een politiek LOKO, 2 willen zich er niet over uitspreken. Ook LOKO-voorzitter Bram Smits vindt dat zijn organisatie neutraal moet zijn. “We vragen ons altijd af of een thema alle studenten aanbelangt. Als dat het geval is, dan nemen we een standpunt in.” Verder schuwt LOKO partijpolitiek. Toen Jong Groen onlangs protesteerde tegen het sluitingsuur van de nieuwe fietsenstalling op het Fochplein, was LOKO dezelfde mening toegedaan. Maar het is ondenkbaar om samen met een politieke partij een campagne op te starten. “Dat zou nefast zijn voor de beeldvorming,” meent Smits. Nochtans was studentenvertegenwoordiging vroeger wel veel politieker getint. “Maar daardoor is het toen compleet misgelopen,” weet de LOKO-voorzitter. “Bovendien hebben we het al druk genoeg met onze kerntaken.” Daarin wordt Smits bijgetreden door de vertegenwoordiger voor LOKO in de Academische Raad van de KU Leuven, Ruben Bruynooghe. “Om serieus genomen te worden aan de universiteit, zoeken we altijd een link tussen de thema’s waarover we beslissen en de studenten. Dat is nu eenmaal wat studentenvertegenwoordigers moeten doen.” Bovendien kan de vraag gesteld worden of LOKO de legitimiteit zou hebben om de student politiek te vertegenwoordigen. De studentenvertegenwoordigers worden immers niet rechtstreeks door de studenten gekozen. De studenten kiezen hun presidium. Dat komt vaak neer op een stem voor of tegen het enige kandidaat-presidium. Het presidium kiest dan weer wie er in de Algemene Vergadering (AV) van LOKO terecht komt. De AV verkiest ten slotte de LOKO-mandatarissen, waaronder de LOKO-voorzitter. Bruynooghe erkent dat er een democratisch deficit is. “Zoals in elke organisatie. Bovendien is de AV zowel rechter als partij: er is geen controleorgaan. Ook kan een organisatie zich verbranden als ze buiten haar eigen domein treedt. Dat is jammer, maar het is nu eenmaal zo.” Dat betekent niet dat LOKO volledig apolitiek is. Als LOKO bijvoorbeeld een standpunt moet innemen over het taalbeleid aan de universiteit, dan nemen ze in feite ook een politiek standpunt in. “Zo legt N-VA de nadruk op een zo groot mogelijke rol voor het Nederlands, terwijl Open Vld meer open staat voor verengelsing,” zegt Bruynooghe. Uiteindelijk zal ook LOKO zich daar over moeten uitspreken. De ondervoorzitster van LOKO, Inge Geerardyn, beklemtoont dat ook in deze zaak het belang van de student primeert. “Wij hebben altijd gezegd dat meertaligheid een voordeel is. Het speelt geen rol wat de politiek daar van vindt.” Politiek geëngageerde studentenvertegenwoordigers behoren tot het verleden