Rector V.: Denken en doen, zeggen en schrijven
Rector V. zat lichtjes bezweet achter zijn bureau. Hij had net zitten spelen met de vering van zijn bureaustoel totdat die het begeven had, zodat zijn hoofd nu maar met moeite boven het eikenhout uitkwam. Beteuterd legde hij zijn kin op het blanco blad dat voor zijn neus lag. Eigenlijk had hij een speech moeten schrijven voor de opening van het academiejaar, zoals zijn medewerkers hem hadden opgedragen, maar na uren zoeken had hij enkel nog maar twee mogelijke titels gevonden: ‘Denken en doen’ en ‘Zeggen en zijn’. Daarna waren zijn gedachten afgedwaald naar zijn bureaumeubelen en kwam er van schrijven niets meer in huis.
Zoals altijd wanneer hij met de handen in het haar zat, greep hij naar de telefoon. Het sloeg slechts één keer over aan de andere kant van de lijn alvorens een elektronische dame hem toesprak. “Welkom bij de medialijn van Ik Torfs. Belt u voor een sterk opiniërend artikel met een kwinkslag, druk 1. Wenst u intellectuele humor toe te voegen aan uw radio- of televisieprogramma en is Marc Reynebelle reeds bezet, druk 2. Bent u een beleidsman zonder inspiratie en zoekt u inspiratie zonder beleidsman, druk 3.� Rector V. zocht cijfertje drie op het toetsenbord. Het lukte. “Ik Torfs hier. Zijt gij het weer, V?� V. antwoordde beleefd en legde zijn probleem voor aan Torfs. Die zuchtte diep terwijl hij V. onderbrak en voor de zoveelste keer zei: “Wanneer gaat ge het nu eens onthouden, V? Als ge twee keuzes hebt en ge weet niet welke de beste is, dan moet ge helemaal niet kiezen. Ge neemt ze gewoon allebei, zo kan niemand u iets verwijten!� V. klaarde op en riep uit, alsof hij het zelf verzonnen had: “Maar ja: ‘Denken en doen, zeggen en zijn’! Dat klinkt nog filosofisch ook!�. Ik Torfs knikte vermoeid, al zag V. dat niet. “Maar wat moet ik nu verder schrijven? Ik heb alleen nog maar een titel, en ik moet wel vijftien minuten lang spreken!� Ik Torfs had er nu wel genoeg van, hij werd normaal gezien betaald voor het schrijven van zo’n dingen. “Ge had maar op nummer 1 moeten drukken, V, nu belt ge Marc Reynebelle maar op voor uw zever!� De hoorn vloog op de haak.
Rector V. staarde even verdwaasd voor zich uit. Hij was er nooit aan gewend geraakt dat mensen tegen hem riepen. Toen nam hij een besluit. Hij kon zelf toch ook wel proberen die speech te schrijven – hij had potdorie al een prachtige titel! “Eerst,â€? mompelde hij in zichzelf, “eerst moet ik iets vinden dat de mensen zal interesseren. Iets boeiends en uitdagends tegelijk, en toch iets nieuws, maar ook weer niet te moeilijk, natuurlijk. Enfin, iets zoals de Feeling, dus.â€? Na lang tobben en een hele poos heen en weer door het bureau te hebben gewandeld kwam een geniale gedachte in hem op. “Ik ga iets zeggen over de universiteit!â€? Ja, dat leek hem wel wat. En bovendien zou het de professoren in de zaal ongetwijfeld bevallen. Er waren immers maar twee dingen die hen interesseerden: eten en drinken. En was de universiteit nu niet net de plaats waar je beide kon doen?
Nu nog iets vinden waaruit bleek dat de universiteit belangrijk was, en hij zat gebeiteld. V. kwam op dreef. “Eigenlijk vind ik dat de wereld niet mooi genoeg is. Er zijn gewoon te weinig bergen, ja: de wereld is veel te vlak. Daar moeten we als universiteit iets aan doen! We kunnen bergen maken en putten graven en gebouwen zetten, dan kunnen zelfs die ingenieurs eens iets doen!� Geestdriftig nam rector V. zijn vulpen op en schreef in sierlijke letters en met het puntje van zijn tong tussen de lippen: “Hoe de universiteit een verschil kan maken in een vlakke wereld. Door Rector V.�
Paul-Henri Giraud
