Start > KULeugen > Rector V.: Praten werkt

Rector V.: Praten werkt

Rector V. snuffelde behoedzaam aan de boterhammetjes met salami die hij van thuis had meegekregen. De indringende lookgeur en het zwetende plakje vlees deden hem denken aan die ene keer dat hij een boek had gelezen van Louis-Paul Geeraerts, ‘Zwarte Venus’ obscene jeugd’ of iets in die trant, een roman waarin zo veel bloed en gekapt vlees in voorkwam (en nog erger: onbedekt vlees!) dat V. nooit meer zonder te rillen naar salami kon kijken. Hij keek en rilde. De vershoudfolie ging snel terug rond zijn lunch. V. zuchtte en dacht met fatalistische weemoed: “Dan eet ik straks wel een beetje meer op de receptie van Divina.� Ja, dat was waar ook: straks kwam Divina Dejuffrouw haar eredoctoraat van de faculteit geneeskunde ophalen. V. bekeek de fiche nog eens die een medewerker voor hem had klaargelegd: “Divina Dejuffrouw, geboren op 13 december 1943 te Aalst, Landbouwkundig Ingenieur�. Dat begreep V. niet: een landbouwkundige die een eredoctoraat kreeg voor geneeskunde. Dat was zoiets als aan zijn voorganger, ererector O, een eredoctoraat van de faculteit Letteren geven.
Maar goed, rector V. vond het allemaal best zo: op de academische zitting kon hij nog een beetje wegdoezelen in zijn warme toga en daarna was het eten geblazen. En praten natuurlijk, want daarvoor dienen recepties. “Praten, kijk, dat doe ik nu eens graag, zie. Dan leert ge de mensen kennen, en dat is belangrijk voor een rector. En op een receptie is toch iedereen blij en tevreden, dus waarom zou iemand iets kwaads zeggen tegen mij?�
Iedereen zou blij en tevreden zijn, dacht V, maar hij vergat die ene persoon die de laatste week wel erg nukkig was geweest. Nukkiger dan zijn gezicht liet merken, en dat wilde al wat zeggen. Het was Mijnheerke Louis, de burgemeester van de stad waarin V.’s universiteit zich bevond. V. vond zichzelf al een behoorlijke burgemeester, niet alleen van het Groot Begijnhof, maar zelfs van de universiteit. Om zich helemaal aan te passen had hij zelfs enkele zelfbouwvliegtuigjes in zijn bureau geplaatst, net als de burgemeester van zijn favoriete tv-show. Maar Mijnheerke Louis was natuurlijk de échte burgemeester, en die zijn altijd minder onschuldig.
Enfin, vanavond op de receptie van Divina zou Mijnheerke Louis er ook zijn, en dat vond V. minder prettig. Hij keek altijd al zo vervaarlijk en gehaaid naar hem, maar sinds vorige maandag was het hek helemaal van de dam. Mijnheerke Louis was niet echt blij en tevreden geweest met de toespraak die de studenten hadden gegeven, en dat was te voelen geweest op het rectoraat. V.’s mensen hadden moeten lobbyen, al hield hij niet van het woord: ‘praten’ was veel mooier. ‘Lobbyen’ vond hij maar een abject neologisme voor zelfzucht. V. zelf had zelfs moeten beloven zijn steun te geven aan de verkiezingscampagne van Mijnheerke Louis, die nogal jaloers was geweest op zijn collega uit Antwerpen. Nochtans had V. stil geopperd dat het toch niet zijn schuld was wat de studenten zeiden tijdens een speech. Hij had er zelfs alles aan gedaan opdat het er niet al te kritisch aan toe zou gaan. “Maar,� zei rector V. plots fiks, “ik vind één ding erg belangrijk, Louis, en dat is dat er gepraat wordt. Of het nu voor een publiek is of tegen elkaar, altijd moet ge praten. Alleen in de wandelgangen zou ik graag hebben dat het wat stiller was, maar ja, ge kunt niet alles hebben. Gij bent misschien burgemeester, maar ik ben rector, en ik ben maar van één ding heel erg zeker: praten werkt!� Mijnheerke Louis kon er niet mee lachen, al was er de laatste keer dat hij dat had gedaan zelfs nog geen sprake van kreten als ‘Leuven Vlaams!’. Hij blafte terug: “Praten werkt misschien, V, maar pratend werkt ge niet!� Zwijgend verliet hij het rectoraat.

Paul-Henri Giraud

Bookmark and Share
Categorieën:KULeugen Tags:
  1. Nog geen reacties.
  1. Nog geen trackbacks.
Je moet ingelogd zijn om te reageren.