Rector V.: Mis
Rector V. zat alleen te eten. Er stond een schaaltje met kaasblokjes voor zijn neus, die hij tevergeefs op een houten tandenstoker probeerde te prikken. Hij zuchtte en keek rond. Wat waren die zondagen toch rustig! Hoe hield hij ervan om zondagochtend in zijn stulpje in het Begijnhof op zijn gemak kaasblokjes te prikken. En daar niet in te slagen.
Maar de rust was nooit van lange duur. Een schelle vrouwenstem brak de stilte: “V, telefoon, ’t is voor u. De pers!� “Zegt maar dat ze morgen terugbellen,� had V. zo graag willen zeggen, maar hij mompelde alleen maar treurig: “Allez, ‘t is goed. Ik kom eraan.� Hij schoof het kaasschaaltje van zich weg, kromde zijn rug en nam de tafel vast om overeind te komen. Terwijl hij naar het telefoontoestel schuifelde, keek hij nog even in de spiegel om zijn haar goed te leggen en een drupje speeksel van zijn kin te vagen. Al was het maar een telefoongesprek, zijn moeder had hem vroeger geleerd er altijd verzorgd uit te zien, dat hadden de mensen graag. V. nam de hoorn over en piepte “Goedemorgen, met V. Wat kan ik voor u doen?� “V, Peter Dezapper hier van De Danstaard. Ik heb gehoord dat ge straks naar de mis gaat met Jeanne Dewolf en ik mis nog een halve pagina voor de maandageditie. Kan ik langskomen met een fotograaf?� Rector V. krabte zich aan de ongeschoren kin, hij zag die hele rustige zondag in één klap tussen zijn trillende vingers wegglippen. Hij was inderdaad van plan geweest om met Zuster Jeanne Dewolf naar de eucharistieviering te gaan, gewoon met z’n tweetjes. Dewolf ontfermde zich al over kindslaafjes in India, dus kon zo’n V. er op een zondagmorgen wel bij. “Tja, Dezapper, als het echt moet, dan moogt ge wel even langskomen.� “Perfect, we staan trouwens al voor de deur!,� riep de journalist en terwijl V. de hoorn nog in de hand had, ging de bel. Dezapper stond inderdaad in de deuropening en hield een slinks kijkende Jeanne Dewolf bij de hand. “Kom, we zijn weg.�
De drie gingen op V.-tempo naar de Sint-Jan-de-Loperkerk, gevolgd door een fotograaf. Eenmaal in de kerk bood V. Dewolf hoffelijk een stoel aan en ging er zelf met gekruiste benen naast zitten. Omdat de mis nog niet begonnen was, vertelde V. tegen de zuster op zachte toon over zijn heldendaden in het Vaticaan. Hij was godbetert tegen de Paus ingegaan, hij als katholieke rector! Daar had Penedictus niet van terug gehad. Dewolf was weinig onder de indruk maar wel beleefd genoeg om hem niet te onderbreken. Tot V. zozeer in zijn betoog en vooral fantasie opging dat hij met hand en tand begon uit te leggen hoe hij zo koppig was geweest als Moeder Theresa en weerspannig als Maarten Luther om de vrijheid van het wetenschappelijk onderzoek te bepleiten. Jammer genoeg werd hij, vergetend waar hij was, hoe langer hoe meer ook handtastelijk als Gam Sooris. V. legde in het vuur van zijn betoog zijn hand op Dewolfs schoot, nam haar vingers vast, tikte haar tegen het voorhoofd en bereikte een hoogtepunt toen hij een impressie gaf van de audiëntie die de paus bij hem had gekregen: hij knielde voor haar neer, nam haar hand vast en kuste haar knieën met vochtige lippen. Dat was de spreekwoordelijke én letterlijke druppel voor Zuster Dewolf. “Ik zal nog eens de pers meenemen voor u, V. Legt het nu zelf maar uit!� Verbouwereerd bleef V. achter, en met het geluid van wegsnellende mocassins op de achtergrond zag hij plots de fotograaf en Dezapper van De Danstaard staan, allebei stevig grijnzend. Hun pagina was gevuld met sappige foto’s, ze konden terug naar huis.
V. zette zich op de kerkstoel en maakte samen met de priester, die de mis opende, uit automatisme een kruisteken. Hij kon het gebruiken.
Paul-Henri Giraud