Rector V.: Ere wie ere toekomt
Rector V. was in zijn nopjes. Eindelijk had hij iets gedaan waar hij fier op kon zijn. Het betrof dan ook niet het minste: de eer van de universiteit, en meer in het bijzonder van zichzelf. V. had namelijk net zijn eredoctoraten bekendgemaakt. Nu ja, ‘zijn’ eredoctoraten: die waren natuurlijk gekozen door een speciaal daartoe aangestelde commissie. Maar daar was hij nu net zo fier op: eindelijk had hij, rector V, een commissie helemaal naar zijn hand kunnen zetten. “Ziet ge wel,� zo dacht hij flink, “dat ik niet zomaar formaliteitenrector ben. Ik kan ook mensen onder druk zetten, zoals Westerlinck deed toen hij nog rector O. heette!�
V. had wel meer redenen om tevreden te zijn: zijn goeie vriend Sintidesbald Kieken, de vermaarde musicus die steeds op oude muziekinstrumenten speelde omdat hij geen nieuwe kon betalen, werd op V.’s voorstel voor hun jarenlange vriendschap beloond met een eredoctoraat. Ze zaten samen in SPES, de ‘Speelpleinwerking in Economie en Samenleving’, gingen altijd samen naar optredens — V. als toeschouwer, Sintidesbald als muzikant — en hielden allebei van een stevig hapje haute cuisine. Zonder de vrouwen erbij, dat spreekt.
Sintidesbald Kieken had vriend V. meteen gefeliciteerd met zijn keuzei: “Eindelijk krijgt iemand die het waard is een eredoctoraat. Want wat is voor ons, katholieken, nu eenmaal het hoogste goed in de wereld? Vriendschap, natuurlijk. En die is onbetaalbaar. Behalve misschien met een eredoctoraat. Ja, dat hebt ge goed gedaan, V, ik ben fier op u.� Rector V. voelde zich helemaal warm worden, en dit keer niet omdat hij het toilet niet op tijd had gehaald. “Daarvoor doet ge het toch, hé, rector zijn. Dan neemt ge al die ongemakken zoals medewerkers die competenter zijn dan gij en al die beslissingen die genomen moeten worden er volgaarne bij.� Hij mijmerde even voort, zette zich dan in de rectorale zetel voor het plasmascherm dat Hedwige Naaiens nog voor zichzelf had laten aankopen en sprak door de parlofoon: “Breng me nog eens die film van Robert Benikni, Vitten op Bella of zoiets. Ik vind dat een schone film. Misschien moeten we die mens toch ook maar een eredoctoraat geven.�
Paul-Henri Giraud