Rector V.: De vrouwtjes
Rector V. lag zachtjes te ronken in het rectorale bed. Het was nacht, en dat is voor V. steevast het moment van opperste ontspanning. Hij droomde dat hij een eigen televisieprogramma had op een zender voor meerwaardezoekers. Dat was hij zelf namelijk ook. Hij zag zich al glunderend zitten onder de sobere letters “V.’s Visieprogramma�, een woordspeling die hij overigens zelf gevonden had. Of waren het toch zijn stafmedewerkers die het hem hadden ingefluisterd?
Lang kon hij er alleszins niet over nadenken, want plots weerklonk er een luide bons. De deur. Welke onverlaat stoort een rector in zijn slaap op dit late uur? Nog niet helemaal bekomen van zijn reis naar dromenland opende V. de deur voor de nachtelijke bezoeker. Hij wreef het prut uit zijn ogen en zette zijn slaapmuts wat rechter op zijn hoofd om deftig uit zijn ogen te kunnen zien. Toch moest hij twee keer kijken, want wie hij voor zijn neus zag staan was wel de laatste die hij had verwacht: Cloclo Zijns, hoofd van de dienst der daklozen. Een hoofd dat overigens behoorlijk rood was aangelopen op dit nachtelijke uur. “Excuseert u mij dat ik zo laat nog bij u kom aankloppen, mijnheer de rector, maar ik zou het niet gewaagd hebben als het niet om zeer zwaarwichtige zaken zou gaan,� stotterde Cloclo. Nog steeds vol ongeloof staarde V. de ander aan: zoveel stoutmoedigheid had hij niet verwacht van muurbloempje Cloclo. Van zichzelf overigens ook niet, maar dat was nu eenmaal het voordeel aan rector zijn: je moest nooit een drempel overwinnen om naar de rector te gaan. “Geen probleem, Cloclo,� antwoordde V. “Laat gij maar eens horen welke gebeurtenissen uw gemoed verzwaren.� Het schaamrood steeg Cloclo zo mogelijk nog hoger naar de wangen en kleurde zelfs zijn vale haarwortels mee.
Wat daarnet nog een zaak van leven of dood had geleken, verloor als sneeuw voor de zon zijn gewichtigheid in het aanschijn van rector V, Cloclo’s hoogste baas. Na een ongeduldige kuch van V. besloot Cloclo toch maar van wal te steken. Hij viel maar meteen met de deur in huis: “Ge weet misschien dat ik nooit zo succesvol ben geweest bij de vrouwtjes.� Cloclo keek schuchter op, maar V. hield zijn gezicht met veel moeite in de plooi. “Welnu, vanavond vindt er een fuif plaats in Albatros als reünie voor de mensen die tien jaar geleden studeerden aan de faculteit Letteren. Ge weet zeker wel dat ik erg actief was in het kringleven, maar ondanks mijn status in het studentenleven heb ik de prachtige muurbloem Marietje nooit voor mij kunnen winnen.� Cloclo ging zo sterk op in zijn nostalgische terugblik op het verleden dat hij alle besef van tijd en ruimte verloor. “Zij vond dat ik niet aantrekkelijk genoeg was, maar zegt nu zelf, ik mag er best wezen. Oké, ze vond mijn spleetogen en pluisjeshaar misschien niet bij haar passen, maar toch mag ik er zijn. Mijn naam is niet voor niets Cloclo Zijns.� Rector V. doezelde weg tegen de deurpost tot hij besefte dat het pijnlijk stil bleef. Hij keek op in de verwachtingsvolle ogen van Cloclo. “Hmm, ja. Wat verwacht ge nu precies van mij?� vroeg Rector V. Teleurgesteld murmelde Cloclo: “Ik had het kunnen denken. Ik was beter naar Martini Buikers gegaan. Gij hebt evenmin als ik verstand van vrouwen, laat staan van het versieren van een droomvrouw als Marietje. Martini zal mij wel kunnen helpen, die weet meer af van de sport van het versieren dan van managen. Misschien krijg ik nog danslessen van hem!� In zichzelf pratend wendde Cloclo zich af van de rectorsdeur en strompelde hij alle fakbars af, wetend dat hij daar wel ergens Martini Buikers zou tegenkomen. Het leek wel of het nooit meer licht zou worden.
Paul-Henri Giraud