Archief

Archief voor februari 2007

Rector V.: Paniek op het Leuvense Rectoraat!

Neen, het is niet de titel van de nieuwste van Agatha Christie, maar bittere realiteit. Klappertandend en bevend zat Rector V. te wachten op zijn nemesis: Ere-rector O. “Oh, wat een hoogmoed,� zuchtte V. diep, “ik had nooit rector mogen worden.� In zichzelf gekeerd snotterde het levende bewijs van het Peterprinciple(*) lichtjes verder.
Reden voor V.’s ontreddering: Vlaams Minister Fiona Boerman was aan haar Hersentoer door Vlaanderen begonnen en de eerste universiteit die ze had aangedaan was de UGent. Gent, nota bene, dat door jarenlange onderfinanciering in de rankings zelfs onder de VUB was gesukkeld, en uitgerekend daar zou Boerman haar toer starten. V. voelde zich vernederd en hij was zeker dat de situatie er niet op zou verbeteren als dit O. ter ore zou komen.
Aanvankelijk was de K.U.Leuven zelfs niet opgenomen in de Hersentoer van de minister. Daarom had V. vorige week iemand anders een boos telefoontje naar de minister laten plegen. Die had haar schouders opgehaald en de UHasselt met één pennenstreek van haar lijstje geschrapt om in de plaats “kul� te schrijven, in kleine, haast onleesbare lettertjes.
En nu zat V. dus als een kind met een slecht rapport te wachten op zijn straf. Plots zwaaide de deur open en een goedgeluimde maar slecht geïnformeerde Ere-rector O. denderde binnen met een brede glimlach. “Ahwel, wat zitten we weer fier op onze stoel, wat scheelt er nu weer aan?� vroeg hij vaderlijk aan zijn opvolger. V. had geleerd in dergelijke situaties gewoon vlakaf de waarheid te zeggen. Het betrof immers O., die subtiliteit gelijkstelde aan overbodigheid.
Toen V. zijn uitleg gedaan had, reageerde O. niet zoals het een vader betaamt te reageren bij het lezen van een slecht rapport: geen vermaning, geen pak rammel, zelf geen kwade blik. O. vroeg gewoon: “Ja, en? Wat is uw probleem?� V. begon stamelend van verbazing een uitleg bijeen te scharrelen, maar werd al vlug onderbroken door een docerende O.: “Het gaat er niet om dat ge bij zo’n Hersentoer eerst in de rij staat, V.’ke. Het is maar een onnozele publiciteitsstunt van de zoveelste minister. Denkt ge nu echt dat er ook maar één wetenschapper die over de plas zit, terug wil komen naar Leuven?� Neen, inderdaad, zelfs V. was niet zo naïef te geloven dat die Hersentoer ook maar enig verschil zou maken. “Wel dan,� zei O, “het enige wat ge doen moet is van de publiciteitsstunt van de minister uw eigen PR-stunt maken.� Op bevel van O. liet V. zich uit zijn veel te ruime bureaustoel glijden en trippelend liep hij achter zijn voorganger aan, richting de Dienst Communicatie van de universiteit.
O. stormde de burelen vastberaden binnen en begon meteen bevelen uit te delen. Vreemd genoeg bewoog er niemand. Toen zag O. dat alle werknemers hevig transpirerend op hun toetsenborden zaten te typen alsof de duivel ermee gemoeid was. Ze hadden wallen tot op de grond en de meesten hadden al enkele dagen niet meer gegeten. “Wat gebeurt er hier?� vroeg een verbaasde O. De rector beet op zijn onderlip en het ontbrak hem ditmaal aan moed om vrij en vrank de waarheid te zeggen. Helaas voor V. deed een wanhopende medewerker, blij dat hij zijn razende typwerk even kon staken, dat wel: “Wij zijn druk bezig met het verbeteren van typfouten in de online-speeches van rector V.�
“Nog eens, graag,� zei O. die echt niet begreep wat er gaande was. “Wel,� vervolgde de onschuldige werknemer, “de rector herleest zijn speeches en andere teksten op het internet en als hij fouten vindt, dan geeft hij ze aan ons door. Wij moeten die dan onmiddellijk corrigeren, maar de laatste tijd krijgen wij honderden mailtjes per dag van de rector. We doen al een maand niets anders dan het verbeteren van zijn typfouten. En excuseert u mij, maar ik moet dringend verder werken. Ik heb ondertussen al een achterstand opgelopen van 345 aanslagen.� Vol ongeloof draaide O. zich om naar V, maar die stond schuldbewust naar de punten van zijn schoenen te kijken.
Wat er toen volgde, was een vaderlijke tik tegen het hoofd van V. en een vinger die hem terug naar het rectoraat stuurde. O. stroopte zijn mouwen op en mompelde strijdvaardig: “Ik voel het al, ik ben hier vandaag nog niet meteen weg.� Het zou nog een hele Heksentoer worden om van V.’s prutswerk weer stuntwerk te maken.
Paul-Henri Giraud
(*)�In een hiërarchie stijgt elke werknemer tot zijn niveau van incompetentie�

Categorieën:KULeugen Tags:

Beeldig, maar van hun sokkel geblazen!!

Daar waar de kwalijkheidskrant Veto in haar meest recente editie schaamteloos erkent niet te weten hoe het komt dat de beelden in het Arenbergpark van hun sokkel zijn verdwenen, biedt K.U.Leugen wél een antwoord op deze prangende kwestie. Wij hebben in tegenstelling tot de amateurs van het zelfverklaarde Leuvense studentenblad immers wel de nodige kwaliteiten en onderzoeksjournalisten in huis. Zoals hier blijkt.

Na ons enkele dagen in de meest duistere gekrochten van het verleden van de faculteit Ingenieurswetenschappen te hebben geworpen, stuitten we op een wel zeer opmerkelijke verklaring voor de verdwijning van de beelden. Professoren van andere faculteiten hielpen bij het ontsluieren van het raadsel. Eerst en vooral werd ons formeel bevestigd dat de verdwenen beelden inderdaad de ‘versteenlijking’ waren van naakte personen van slechts enerlei kunne, met name de vrouwelijke. De stokoude maar onder collegae nog steeds gerespecteerde professor emeritus Joris Van Keveren, tot zijn emeritaat in 1981 een uiterst actief historicus gespecialiseerd in fantoombeelden, geeft nadere toelichting: “De voetafdrukken die met enig chemisch speurwerk — overigens verricht door mijn goede vriend en professor in de chemie Jef Mendel — te voorschijn werden getoverd, tonen duidelijk aan dat ze werden achtergelaten door tot twee meter tachtig hoge beelden van zogenaamd ‘welgevormde’ dames. Zoals mijn buurman, die toevallig professor in de zoölogie is, het stelde: ze waren naar alle waarschijnlijkheid goed voorzien van poten en oren.�
Met die wetenschap trok K.U.Leugen hoopvol naar professor in de kunstgeschiedenis Simon Driaan, die als autoriteit wordt beschouwd binnen zijn deelvakgebied van de preColumbiaanse versieringsmotieven van sextanten bij ketchua-sprekende indianenstammen, maar net als veel van zijn vakgenoten noodgedwongen een bijbaan zocht, in zijn geval als helderziende. In die hoedanigheid wist professor Driaan ons te verzekeren dat — en we citeren — “de oorzaak gezocht moet worden in een boek kaarten plus één. En er is ook iets met ‘van de wiedeweerga’ of zoiets, maar meer zie ik niet.�
De Ramp
Die informatie bezorgde onze onderzoeksjournalisten vele slapeloze nachten, maar door volharding en toewijding vonden we de ware toedracht van professor Driaans mysterieuze woorden: de verdwijning moest zijn gebeurd in ‘53 (52 kaarten plus 1) en we moesten te rade gaan bij professor Rudy Vandewiedeweerga, meteoroloog/taalkundige en tevens bekend van zijn populaire weerspreuken.
Professor Vandewiedeweerga (“zeg maar Rudy, hoor jongens�) kon, voortbouwend op onze research, het plaatje vervolledigen. “In februari 1953 bevonden zich boven de Lage Landen enkele zeer zware stormen, die onder andere zorgden voor nooit geziene overstromingen met 1836 doden: de aanleiding voor de Delta-plannen bij onze noorderburen. In België waren de gevolgen minder ingrijpend, al bewijst deze historie (verwijzend naar het verdwijnen van de beelden in het Arenbergpark, red.) dat we misschien iets te overhaast hebben besloten dat er in het centrum van ons land geen noemenswaardige slachtoffers waren gevallen. Het is duidelijk dat de storm, die gekenmerkt werd door plotse opwaartse windvlagen, de beelden moet hebben opgetild om ze kilometers ver te slingeren, zodat enkel de netjes verankerde sokkels bleven staan in het ingenieurspark. Als u mij toestaat, wil ik bij deze graag officieel de nieuwe benaming voor De Ramp van 1953 (zoals die tot nog toe genoemd werd) lanceren: de Beeldenstorm.�
Waarom geen van de toentertijd aangestelde professoren ooit gewag maakte van de verdwijning, wordt verklaard door gewoon hoogleraar in de massapsychologie Guy Sterie: “Collectieve schaamte heeft de aanwezigen van toen ervan weerhouden ruchtbaarheid te geven aan de spectaculaire verdwijning. Niet omwille van de beelden zelf — in de jaren vijftig wisten slechts enkelen immers hoe een naakte vrouw eruit zag, dus herkende men die beelden ook niet als zodanig — maar wegens de typische ‘burgietrots’, zoals men dat in vakjargon aanduidt. Professoren van de faculteit Ingenieurswetenschappen konden toch niet toegeven dat ze niet eens een beeld behoorlijk konden bevestigen aan een zijn sokkel! De goede naam van de faculteit zou hetzelfde hebben opgelopen als het uitzicht van het Arenbergpark: onherstelbare schade. Vandaar dat door een stilzwijgende afspraak het hierboven opgeloste mysterie decennialang in dikke nevelen gehuld bleef.�
Van onze onderzoeksjournalist schlagers, astrologie en beeldende kunsten

Volgende week het antwoord op de logische vraag: waar staan de beelden nu?

Categorieën:KULeugen Tags:

KaramellenVerzenHandVest

In de rubriek KVHV gooit KULeugen telkens enkele karamellenverzen te grabbel, onder het motto ‘KaramellenVerzen Helpen Velen’. Vandaag nemen we een vliegende start met een haiku getiteld ‘Haiku’.

Een dwaas onderwerp,
zeventien lettergrepen,
vooral geen pointe.

Ingezonden door Herman Van Rompuy.

Categorieën:KULeugen Tags:

Vree Wijze Woorden

“Onze bemiddelingspositie op Vlaams niveau is momenteel niet je dat, aangezien we uit VVS zijn gestapt.�
Een godsvruchtige LOKO’ster.

Categorieën:KULeugen Tags:

Rector V.: Midden de mensen (*)

Rector V. stond recht in zijn bureau maar zag het niet zitten: er stond vandaag weer een receptie op stapel. V. had altijd gehouden van recepties, tot op het moment dat hij rector was geworden. Toen bleek hij zich immers niet meer consequent met de schaal nougat te kunnen wegstoppen in een hoekje van de zaal, zoals vroeger. Als rector stond hij in het middelpunt van de belangstelling. Vooral wanneer hij moest spreken voor K.U.Leuven-mensen — Ik Torfs noemde dat altijd ‘optreden voor eigen publiek’, maar V. voelde dat anders aan — sloeg de bibber hem op de stem. Vandaag werd hij verwacht op een receptie van de Universitaire Parkieten, en bovendien was V. eregast, aangezien de prominente genodigden al hadden afgezegd. “Moet ik echt zelf speechen,� vroeg hij dreinerig aan Katrien De Plus, zijn chef protocollair, “kunt ge niet iemand inhuren die wat op mij lijkt en wél kan spreken? Bo Koolzaad ofzo?� Maar straatmadeliefje De Plus was onverbiddelijk: “Die mannen van de UP zijn niet van de domste, Vennie, ge zult uw eigen boontjes moeten doppen.� Ze huppelde weg en liet de rector met trillende lippen achter — echter niet na een netjes opgesteld papier achter te laten met daarop een uitgetypte speech. Want V. álles zelf laten doen, vond De Plus dan toch weer te onbarmhartig en te riskant.
Toen rector V. aankwam op de receptie leek alles meteen tegen te zitten: er was geen nougat voorzien, er hadden zich al vele praatgroepjes gevormd waarbij hij nog onmogelijk aansluiting kon vinden, de pupiter waarachter hij straks zou moeten spreken was weer veel te laag en tot overmaat van ramp zag hij in één van de enthousiaste praatgroepjes zijn vrouw staan. Ze was de enige die zwaaide wijl hij binnenkwam. Had hij nu niet gezegd dat ze weg moest blijven als hij ging spreken! Het was al erg genoeg dat de mensen meer naar haar keken dan naar hem als ze samen over de straat liepen, laat staan dat ze hem ook nog op officiële gelegenheden moest lastigvallen. V. kon zijn woeste gedachten — die overigens nooit langer dan enkele seconden duurden — gelukkig bedwingen en zwaaide gedwee terug. Hij glimlachte flauwtjes naar de jobstudent die hem een drankje aanbood. “Ge hebt geen tomatensap, zeker?� vroeg hij weinig hoopvol. De jongen met de plateau trok zijn wenkbrauw even op en draaide zijn rug naar de rector.
“Gelukkig,� dacht V, “duren die recepties van de Universitaire Parkieten nooit lang. Die UP is er namelijk voor mensen onderweg, trekvogels die geen reden hebben om te lang te blijven. Weet ge wat: ik begin gewoon meteen met die speech, dan kan ik naar huis en kunnen die andere mensen verdergaan naar waar ze naartoe moeten.� Hij wrong zich door de groepjes naar voren, negeerde de smakelijke lach van Martini Buikers die blijkbaar weer goed op dreef was, besteeg het geïmproviseerde podium en plaatste zijn handen op de pupiter. Zoals hij bij het binnenkomen al verwacht had, was die veel te laag en stond hij dus lichtjes voorover gebogen. Hij kuchte even in de microfoon. Die piepte, wat alvast bewees dat ie op stond. In de zaal reageerde echter niemand, zodat V. zich gedwongen zag nog luider te kuchen. Niets. Hij klopte een paar keer met trillende hand op de microfoon en begon als een basso continuo de mensen aan te manen tot stilte, maar dat alles bleek een maat voor niets. Plots maakte een stem zich los van het geroezemoes: “Mensen, wees nu even sportief en zwijg een momentje, de rector zou graag spreken, denk ik.� V. knikte bijna onmerkbaar dankbaar naar Buikers, die met zijn ontwapenende naturel het publiek meteen enigszins stil had gekregen. Martini fluisterde nog een grappige opmerking in het oor van een iedereen onbekende jongedame, legde zijn hand om haar middel en keek dan, uit respect voor V, naar de pupiter, waar hij nog net getuige was van de val van de rector.
Het laatste dat Rector V. had gehoord voor hij ineenzakte was de snijdend vrolijke stem van zijn vrouw: “Allez, er luisteren toch al meer mensen dan vorig jaar.�
Paul-Henri Giraud

(*) De K.U.Leugen-redactie is zich er terdege van bewust dat deze uitdrukking niet tot het Standaardnederlands wordt gerekend. Op uitdrukkelijk verzoek van de auteur en na anonieme politieke druk van zowel Rector V. als Jo Vandeurzen hebben we echter besloten ze zo te laten staan. Onze oprechte excuses aan alle schoolvossen en andere pedanten.

Categorieën:KULeugen Tags:

Politieke advertentie

Ben je je onbezoldigde functie bij een belangenvereniging beu? Ben je te jong voor een serieuze job en te oud om nog studentenvertegenwoordiger te zijn? Heb je er genoeg van geen voldoening te voelen omdat je toch geen resultaten behaalt bij wat je doet? Pols dan eens een politieke partij als Jong-CD&V, wij hebben zeker een plaatsje voor je vrij! Vergeet die vreselijke verenigingen waar macht niet op een voetstuk staat: met reeds gewonnen federale verkiezingen voor de boeg staat Jong-CD&V garant voor een plaatsje aan de top. Verlaat je huidige schip, kom naar ons en voel je goed!
Want hij weet het die ons kent: niet enkel op goed bestuur hebben wij een patent.

Categorieën:KULeugen Tags:

Altijd weer vogelen…

Een ontstellende soap ontspon zich deze week op de blogsite van het weekblad Knack: professor Nederlandse literatuur Hugo Brems zou een wereldvermaarde vrouwelijke Vlaamse auteur annex professor taalfilosofie aan de K.U.Leuven zijn ‘vergeten’ in zijn geschiedenis van de Nederlandse literatuur na 1945, getiteld “Vogels die altijd weer in nesten zitten� (zie ook Veto 19, jaargang 32). De gedupeerde auteur draagt niet toevallig de naam Patricia de Martelaere, en ze claimt dat Brems haar moedwillig is vergeten te vermelden omdat de twee een tiental jaar geleden een relatie zouden hebben gehad. Met elkaar dan nog, want elk apart hebben ze natuurlijk ook hun bezigheden.
Professor Brems — door kwatongen ook wel ‘de Vogelaar van Letteren’ genoemd — relativeerde de hele zaak meteen: “Dat ik Pamela-hoe-heet-ze-ook-al-weer ben vergeten zegt misschien meer over haar bedkwaliteiten dan over mijn Alzheimer. Tussen ons gezegd en gezwegen: veel soeps was die relatie niet, hoor. Bovendien: het zou maar al te gek zijn als mensen met mij naar bed moesten gaan om níet in mijn standaardwerk te worden opgenomen. Voorbeelden als Neeltje Maria Min, Charlotte Mutsaers, Oscar van den Boogaard, Annelies Verbeke, Saskia De Coster, Joke Van Leeuwen en vele anderen bewijzen precies dat wie met mij slaapt net wél wordt beloond met een vernoeming. Alleen Kristien Hemmerechts heb ik gevraagd van mijn lijf te blijven in ruil voor drie pagina’s in “Vogels die altijd…â€?, want ik weet niet of de verhalen die over haar de ronde gaan waar zijn, maar als er SOA’s aan te pas komen, neem ik toch liever geen risico’s.â€?
Ondertussen heeft professor De Martelaere een communiqué de wereld ingestuurd waarin ze aanklaagt dat ze evenmin terug te vinden is in het kookboek van Steve Stevaert (“Steve stunt in bed trouwens helemaal niet�), de Witte Gids, de boekenspecial van Humo en “Stemmen op schrift�, het andere reeds uitgekomen deel van de nieuwe literatuurgeschiedenis dat handelt over de Oud- en Middelnederlandse literatuur tot 1300, van de hand van Frits Van Oostrom. “Ook ik heb aardige psalmen geschreven,� protesteert De Martelaere, “maar die blijven weer geheel onvermeld in Frits’ boek. Ongetwijfeld omdat we ooit op de Groeningekouter nog hebben liggen vogelen en ik hem toen gezegd heb dat zijn fluit geen fluit waard was. Maar dat is meer dan zevenhonderd jaar geleden, wie spreekt daar nu nog van? Kunnen die mannen nu nooit hun rancune doorslikken? Ik doe verdorie de hele dag niets anders!�

UPDATE: Intussen heeft het bericht de redactie bereikt dat ook Hugo Claus terug te vinden zou zijn in het standaardwerk van Hugo Brems. Het op relationeel vlak niet onbesproken verleden van de schrijver van ‘De Spaanse Hoer’ indachtig, vrezen we het ergste voor de twee Hugo’s.

Categorieën:KULeugen Tags:

Prijs K.B.

Regelmatig beloont K.U.Leugen nationale media-iconen die zonder enige bronvermelding berichten overnemen van bevriende persinstituten.
Deze week verdient Guy Tegenbos van het kwaliteitsvolle ochtendblad De Standaard de prijs, voor zijn puike overname van het nieuws over het onderzoeksbeleid van vorige week.
Go Guy!

Categorieën:KULeugen Tags:

CantusKramp wordt maandstond!

De geruchtenmolen draaide al een tijd op volle toeren, maar nu is het officieel: CantusKramp wordt een maandblad. K.U.Leugen kampeerde enkele weken in de wandelgangen en kwam terug met voetafdrukken op het gezicht, een koppige verkoudheid en dit verslag.
Vennie, onze alom gerespecteerde rector, was jaloers,â€? aldus de eerste wandelgangster:“Ampersand, het blad van de CD&V, is een maandblad, net als het SP.A-partijblad tapas. Het VLD Magazine komt maar vijf keer per jaar uit, maar met die liberalen wil niemand hier worden geassocieerd – behalve de associatie, natuurlijk. Maar goed, de rector wilde toch ook een maandblad. Dat staat chiquer, is goedkoper, past in het rijtje van de partijbladen en vooral: het past bij Vennie’s beleid. Na het eerste jaar onder zijn rectorschap was immers al gebleken dat de CantusKrampen elkaar te snel opvolgden om altijd met iets nieuws te kunnen afkomen. En het is natuurlijk te gek om je beleid af te stellen op een gazet, dus heeft men het publicatieritme maar aan Vennie aangepast.â€?
L.M, eveneens wandelaar maar ook een CantusKramp-redacteur die zijn naam liever niet gepubliceerd ziet in een concurrerend blad, vult aan: “Op een crisisvergadering in augustus hebben we besloten toch nog even door te gaan met de driewekelijkse uitgave, maar dat we het dit jaar anders zouden aanpakken: elke week minstens twee pagina’s voor de vice-rectoren, coördinatoren en als het moest zelfs de algemeen beheerder. De rector zouden we negeren. Dat bracht de nodige rust op de redactie: de geïnterviewden schreven zelf een stuk in de eerste persoon, ik bracht wat taalkundige verbeteringen, aanhalingstekens en stijlcodes aan en plaatste mijn naam erboven. Allemaal heel relaxed. Nu, dat ging voor eventjes, maar er zat toch al vrij snel sleet op het concept. Zo bleek achteraf – daar hadden we op voorhand niet aan gedacht – dat er slechts vier vice-rectoren waren en dat ook de coördinatoren niet aan de bomen groeiden. Dan zijn we maar overgeschakeld op Plan R48bis (ja, we hebben er al een paar achter de rug): minder verschijnen. Ik moet zeggen dat ik nu met meer plezier naar de redactie ga.â€?
In de eerste CantusKramp van 2007 konden we lezen: “Personeelsleden die zich afvragen wat wij bij CampusKrant gaan doen met die zeeën van tijd nu CantusKramp niet langer om de drie maar om de vier weken verschijnt, kunnen we alvast vertellen dat er leuke dingen op komst zijn.� We zijn benieuwd!
Van onze undercoverboy

Categorieën:KULeugen Tags:

Rector V.: Poets wederom poets. Wederom poets!

Het was crisisberaad in de Schapenstraat. Ere-rector O. zat met de belangrijkste man van het rectoraat, Koenraad Banket, pralines te schrokken en lauwe thee te slurpen. “Het is ver gekomen met V.’ke,� mompelde O. misnoegd. “Dat hij die Sintidesbald Kieken een ere-doctoraat geeft, tot daar aan toe. Een persoonlijke vriend moet ge iets gunnen, dat heb ik ook gedaan met. euh, dingske, hoe heet hij weer. enfin, van de Philips. Die Hoolkaas heb ik ook niets op tegen, die vent schijnt gebouwen neer te zetten, daar ben ik altijd voor geweest. En Grootjans, dat is een Israëliër. Die mannen hebben atoomwapens, het kan nooit kwaad die te vriend te houden. Maar die Alberto Fellini! Dat gaat te ver! Koentje, wat doen we ertegen?�
“Eh, niks. Want da’s allemaal al geregeld. Aangekondigd in de pers en zo,� moest Banket, zeer tegen zijn zin, toegeven. “Dan moeten we redden wat er te redden valt: de PR,� sloeg O. met zijn vuist op tafel. “Als V.’ke dan toch zo voor gelijke kansen is, zal hij er zeker niet mee inzitten dat het ere-doctoraat van Peppini mijn nieuwste en ook mijn eerste gender-stunt wordt.� O. besloot poëtisch: “Dat is een bevel. Ingerukt!�
Die opdracht was een kolfje naar Koenraad Banket zijn hand. Net zoals Rector V. was hij een groot voorstander van een vervrouwelijking van de universiteit. Alleen hun idee over de precieze aanpak verschilde: Banket droomde van jonge, streng over hun bril kijkende professores in strakke mantelpakjes en met veel dossierkennis. Voor V. volstond het wel als alles wat vager uitgedrukt en vooral minder goed georganiseerd was. Je reinste seksisme, vond Banket, en hij walste V.’s kantoor binnen, die daar een slinger papieren ventjes aan het uitknippen was om zijn kantoor mee te versieren op het Patroonsfeest.
“V, leg die schaar neer voor ge uzelf zeer doet, en luister: gij hebt mogen kiezen wie de eredoctores werden, maar ik kies hun promotoren! En voor Filiberto Canneloni zal dat Laetitia Paola zijn. Een knappe, jonge, vrouwelijke professor, da’s goed voor ons imago. Begrepen!�“Ja maar, Koen, dat gaat niet hoor, want.� sputterde V. “Dat was geen vraag, maar een bevel,� baste Banket. “Maar professor Moussaka,� trilde rector V, “da’s een persoonlijke vriend van Begnini en die heeft dat allemaal geregeld voor ons.� V. werd, wat wel vaker gebeurt, hopeloos melodramatisch: “We kunnen dat Moussaka toch niet aandoen: hij gaat er het hart van in zijn als we hem vertellen dat hij geen promotor mag zijn voor het eredoctoraat van zijn beste vriend?� Koenraad Banket, diplomatisch als altijd, riep nog vanuit de gang de volzin: “Niet mijn probleem! Lae-ti-ti-a Pa-o-la!�
De gevolgen waren, zoals voorzien, niet te overzien. Begnini en Moussaka waren om ter ziedendst. Bengini nam geraffineerd wraak met behulp van drie flessen grappa die hij achterover sloeg, een kwartiertje voor hij het podium op moest. Dat miste zijn effect niet: zijn dankrede werd een onvervalste drankrede, vol onverstaanbaar gebrabbel, emotionele uithalen en genante gestes, zoals het uitdelen van ter decoratie in de zaal aangebrachte bloemstukken aan het publiek.
De vernedering voor rector V. was compleet. Maar als echte rector achter V. voelde ook Banket zich, niet geheel ten onrechte, aangepakt. En in tegenstelling tot V. was Banket wél een man van actie. “Die Wamberto Tagliatelli moet niet denken dat hij er zo eenvoudig mee wegkomt,� siste hij. En hij kondigde de lezing die Begnini op het emeritaat van Moussaka zou geven aan als een officieel onderdeel van het patroonsfeest. De knusse en intieme sfeer op de emeritaatsviering van Moussaka, enkele dagen later slechts, werd dan ook bruusk verstoord toen er plots vijfhonderd ongenode en vooral wildvreemde gasten extra opdoken om naar Bengini’s voordracht te komen luisteren. Het feest eindigde in een organisatorische chaos met te weinig drank en hapjes, dientengevolge ontevreden gasten, en een algemene indruk dat Bengini en niet zijn goede vriend Moussaka gevierd werd. Banket had zijn naam niet gestolen: zijn wraak was zoet.
Een week later zat Banket weer bij ere-rector O. Ze aten pralines en dronken lauwe thee, en Banket deed zuchtend het hele verhaal tegen zijn meester. O. glimlachte slechts fijntjes en sprak: “Ach, waarom heeft een universiteit ook ere-doctoren nodig, als ze ere-rectoren heeft?�
Paul-Henri Giraud

Categorieën:KULeugen Tags: