Rector V.: Paniek op het Leuvense Rectoraat!
Neen, het is niet de titel van de nieuwste van Agatha Christie, maar bittere realiteit. Klappertandend en bevend zat Rector V. te wachten op zijn nemesis: Ere-rector O. “Oh, wat een hoogmoed,� zuchtte V. diep, “ik had nooit rector mogen worden.� In zichzelf gekeerd snotterde het levende bewijs van het Peterprinciple(*) lichtjes verder.
Reden voor V.’s ontreddering: Vlaams Minister Fiona Boerman was aan haar Hersentoer door Vlaanderen begonnen en de eerste universiteit die ze had aangedaan was de UGent. Gent, nota bene, dat door jarenlange onderfinanciering in de rankings zelfs onder de VUB was gesukkeld, en uitgerekend daar zou Boerman haar toer starten. V. voelde zich vernederd en hij was zeker dat de situatie er niet op zou verbeteren als dit O. ter ore zou komen.
Aanvankelijk was de K.U.Leuven zelfs niet opgenomen in de Hersentoer van de minister. Daarom had V. vorige week iemand anders een boos telefoontje naar de minister laten plegen. Die had haar schouders opgehaald en de UHasselt met één pennenstreek van haar lijstje geschrapt om in de plaats “kul� te schrijven, in kleine, haast onleesbare lettertjes.
En nu zat V. dus als een kind met een slecht rapport te wachten op zijn straf. Plots zwaaide de deur open en een goedgeluimde maar slecht geïnformeerde Ere-rector O. denderde binnen met een brede glimlach. “Ahwel, wat zitten we weer fier op onze stoel, wat scheelt er nu weer aan?� vroeg hij vaderlijk aan zijn opvolger. V. had geleerd in dergelijke situaties gewoon vlakaf de waarheid te zeggen. Het betrof immers O., die subtiliteit gelijkstelde aan overbodigheid.
Toen V. zijn uitleg gedaan had, reageerde O. niet zoals het een vader betaamt te reageren bij het lezen van een slecht rapport: geen vermaning, geen pak rammel, zelf geen kwade blik. O. vroeg gewoon: “Ja, en? Wat is uw probleem?� V. begon stamelend van verbazing een uitleg bijeen te scharrelen, maar werd al vlug onderbroken door een docerende O.: “Het gaat er niet om dat ge bij zo’n Hersentoer eerst in de rij staat, V.’ke. Het is maar een onnozele publiciteitsstunt van de zoveelste minister. Denkt ge nu echt dat er ook maar één wetenschapper die over de plas zit, terug wil komen naar Leuven?� Neen, inderdaad, zelfs V. was niet zo naïef te geloven dat die Hersentoer ook maar enig verschil zou maken. “Wel dan,� zei O, “het enige wat ge doen moet is van de publiciteitsstunt van de minister uw eigen PR-stunt maken.� Op bevel van O. liet V. zich uit zijn veel te ruime bureaustoel glijden en trippelend liep hij achter zijn voorganger aan, richting de Dienst Communicatie van de universiteit.
O. stormde de burelen vastberaden binnen en begon meteen bevelen uit te delen. Vreemd genoeg bewoog er niemand. Toen zag O. dat alle werknemers hevig transpirerend op hun toetsenborden zaten te typen alsof de duivel ermee gemoeid was. Ze hadden wallen tot op de grond en de meesten hadden al enkele dagen niet meer gegeten. “Wat gebeurt er hier?� vroeg een verbaasde O. De rector beet op zijn onderlip en het ontbrak hem ditmaal aan moed om vrij en vrank de waarheid te zeggen. Helaas voor V. deed een wanhopende medewerker, blij dat hij zijn razende typwerk even kon staken, dat wel: “Wij zijn druk bezig met het verbeteren van typfouten in de online-speeches van rector V.�
“Nog eens, graag,� zei O. die echt niet begreep wat er gaande was. “Wel,� vervolgde de onschuldige werknemer, “de rector herleest zijn speeches en andere teksten op het internet en als hij fouten vindt, dan geeft hij ze aan ons door. Wij moeten die dan onmiddellijk corrigeren, maar de laatste tijd krijgen wij honderden mailtjes per dag van de rector. We doen al een maand niets anders dan het verbeteren van zijn typfouten. En excuseert u mij, maar ik moet dringend verder werken. Ik heb ondertussen al een achterstand opgelopen van 345 aanslagen.� Vol ongeloof draaide O. zich om naar V, maar die stond schuldbewust naar de punten van zijn schoenen te kijken.
Wat er toen volgde, was een vaderlijke tik tegen het hoofd van V. en een vinger die hem terug naar het rectoraat stuurde. O. stroopte zijn mouwen op en mompelde strijdvaardig: “Ik voel het al, ik ben hier vandaag nog niet meteen weg.� Het zou nog een hele Heksentoer worden om van V.’s prutswerk weer stuntwerk te maken.
Paul-Henri Giraud
(*)�In een hiërarchie stijgt elke werknemer tot zijn niveau van incompetentie�