Start > KULeugen > Rector V.: Poets wederom poets. Wederom poets!

Rector V.: Poets wederom poets. Wederom poets!

Het was crisisberaad in de Schapenstraat. Ere-rector O. zat met de belangrijkste man van het rectoraat, Koenraad Banket, pralines te schrokken en lauwe thee te slurpen. “Het is ver gekomen met V.’ke,� mompelde O. misnoegd. “Dat hij die Sintidesbald Kieken een ere-doctoraat geeft, tot daar aan toe. Een persoonlijke vriend moet ge iets gunnen, dat heb ik ook gedaan met. euh, dingske, hoe heet hij weer. enfin, van de Philips. Die Hoolkaas heb ik ook niets op tegen, die vent schijnt gebouwen neer te zetten, daar ben ik altijd voor geweest. En Grootjans, dat is een Israëliër. Die mannen hebben atoomwapens, het kan nooit kwaad die te vriend te houden. Maar die Alberto Fellini! Dat gaat te ver! Koentje, wat doen we ertegen?�
“Eh, niks. Want da’s allemaal al geregeld. Aangekondigd in de pers en zo,� moest Banket, zeer tegen zijn zin, toegeven. “Dan moeten we redden wat er te redden valt: de PR,� sloeg O. met zijn vuist op tafel. “Als V.’ke dan toch zo voor gelijke kansen is, zal hij er zeker niet mee inzitten dat het ere-doctoraat van Peppini mijn nieuwste en ook mijn eerste gender-stunt wordt.� O. besloot poëtisch: “Dat is een bevel. Ingerukt!�
Die opdracht was een kolfje naar Koenraad Banket zijn hand. Net zoals Rector V. was hij een groot voorstander van een vervrouwelijking van de universiteit. Alleen hun idee over de precieze aanpak verschilde: Banket droomde van jonge, streng over hun bril kijkende professores in strakke mantelpakjes en met veel dossierkennis. Voor V. volstond het wel als alles wat vager uitgedrukt en vooral minder goed georganiseerd was. Je reinste seksisme, vond Banket, en hij walste V.’s kantoor binnen, die daar een slinger papieren ventjes aan het uitknippen was om zijn kantoor mee te versieren op het Patroonsfeest.
“V, leg die schaar neer voor ge uzelf zeer doet, en luister: gij hebt mogen kiezen wie de eredoctores werden, maar ik kies hun promotoren! En voor Filiberto Canneloni zal dat Laetitia Paola zijn. Een knappe, jonge, vrouwelijke professor, da’s goed voor ons imago. Begrepen!�“Ja maar, Koen, dat gaat niet hoor, want.� sputterde V. “Dat was geen vraag, maar een bevel,� baste Banket. “Maar professor Moussaka,� trilde rector V, “da’s een persoonlijke vriend van Begnini en die heeft dat allemaal geregeld voor ons.� V. werd, wat wel vaker gebeurt, hopeloos melodramatisch: “We kunnen dat Moussaka toch niet aandoen: hij gaat er het hart van in zijn als we hem vertellen dat hij geen promotor mag zijn voor het eredoctoraat van zijn beste vriend?� Koenraad Banket, diplomatisch als altijd, riep nog vanuit de gang de volzin: “Niet mijn probleem! Lae-ti-ti-a Pa-o-la!�
De gevolgen waren, zoals voorzien, niet te overzien. Begnini en Moussaka waren om ter ziedendst. Bengini nam geraffineerd wraak met behulp van drie flessen grappa die hij achterover sloeg, een kwartiertje voor hij het podium op moest. Dat miste zijn effect niet: zijn dankrede werd een onvervalste drankrede, vol onverstaanbaar gebrabbel, emotionele uithalen en genante gestes, zoals het uitdelen van ter decoratie in de zaal aangebrachte bloemstukken aan het publiek.
De vernedering voor rector V. was compleet. Maar als echte rector achter V. voelde ook Banket zich, niet geheel ten onrechte, aangepakt. En in tegenstelling tot V. was Banket wél een man van actie. “Die Wamberto Tagliatelli moet niet denken dat hij er zo eenvoudig mee wegkomt,� siste hij. En hij kondigde de lezing die Begnini op het emeritaat van Moussaka zou geven aan als een officieel onderdeel van het patroonsfeest. De knusse en intieme sfeer op de emeritaatsviering van Moussaka, enkele dagen later slechts, werd dan ook bruusk verstoord toen er plots vijfhonderd ongenode en vooral wildvreemde gasten extra opdoken om naar Bengini’s voordracht te komen luisteren. Het feest eindigde in een organisatorische chaos met te weinig drank en hapjes, dientengevolge ontevreden gasten, en een algemene indruk dat Bengini en niet zijn goede vriend Moussaka gevierd werd. Banket had zijn naam niet gestolen: zijn wraak was zoet.
Een week later zat Banket weer bij ere-rector O. Ze aten pralines en dronken lauwe thee, en Banket deed zuchtend het hele verhaal tegen zijn meester. O. glimlachte slechts fijntjes en sprak: “Ach, waarom heeft een universiteit ook ere-doctoren nodig, als ze ere-rectoren heeft?�
Paul-Henri Giraud

Categorieën:KULeugen Tags:
  1. Nog geen reacties.
  1. Nog geen trackbacks.
Je moet ingelogd zijn om te reageren.