Rector V.: Midden de mensen (*)
Rector V. stond recht in zijn bureau maar zag het niet zitten: er stond vandaag weer een receptie op stapel. V. had altijd gehouden van recepties, tot op het moment dat hij rector was geworden. Toen bleek hij zich immers niet meer consequent met de schaal nougat te kunnen wegstoppen in een hoekje van de zaal, zoals vroeger. Als rector stond hij in het middelpunt van de belangstelling. Vooral wanneer hij moest spreken voor K.U.Leuven-mensen — Ik Torfs noemde dat altijd ‘optreden voor eigen publiek’, maar V. voelde dat anders aan — sloeg de bibber hem op de stem. Vandaag werd hij verwacht op een receptie van de Universitaire Parkieten, en bovendien was V. eregast, aangezien de prominente genodigden al hadden afgezegd. “Moet ik echt zelf speechen,� vroeg hij dreinerig aan Katrien De Plus, zijn chef protocollair, “kunt ge niet iemand inhuren die wat op mij lijkt en wél kan spreken? Bo Koolzaad ofzo?� Maar straatmadeliefje De Plus was onverbiddelijk: “Die mannen van de UP zijn niet van de domste, Vennie, ge zult uw eigen boontjes moeten doppen.� Ze huppelde weg en liet de rector met trillende lippen achter — echter niet na een netjes opgesteld papier achter te laten met daarop een uitgetypte speech. Want V. álles zelf laten doen, vond De Plus dan toch weer te onbarmhartig en te riskant.
Toen rector V. aankwam op de receptie leek alles meteen tegen te zitten: er was geen nougat voorzien, er hadden zich al vele praatgroepjes gevormd waarbij hij nog onmogelijk aansluiting kon vinden, de pupiter waarachter hij straks zou moeten spreken was weer veel te laag en tot overmaat van ramp zag hij in één van de enthousiaste praatgroepjes zijn vrouw staan. Ze was de enige die zwaaide wijl hij binnenkwam. Had hij nu niet gezegd dat ze weg moest blijven als hij ging spreken! Het was al erg genoeg dat de mensen meer naar haar keken dan naar hem als ze samen over de straat liepen, laat staan dat ze hem ook nog op officiële gelegenheden moest lastigvallen. V. kon zijn woeste gedachten — die overigens nooit langer dan enkele seconden duurden — gelukkig bedwingen en zwaaide gedwee terug. Hij glimlachte flauwtjes naar de jobstudent die hem een drankje aanbood. “Ge hebt geen tomatensap, zeker?� vroeg hij weinig hoopvol. De jongen met de plateau trok zijn wenkbrauw even op en draaide zijn rug naar de rector.
“Gelukkig,� dacht V, “duren die recepties van de Universitaire Parkieten nooit lang. Die UP is er namelijk voor mensen onderweg, trekvogels die geen reden hebben om te lang te blijven. Weet ge wat: ik begin gewoon meteen met die speech, dan kan ik naar huis en kunnen die andere mensen verdergaan naar waar ze naartoe moeten.� Hij wrong zich door de groepjes naar voren, negeerde de smakelijke lach van Martini Buikers die blijkbaar weer goed op dreef was, besteeg het geïmproviseerde podium en plaatste zijn handen op de pupiter. Zoals hij bij het binnenkomen al verwacht had, was die veel te laag en stond hij dus lichtjes voorover gebogen. Hij kuchte even in de microfoon. Die piepte, wat alvast bewees dat ie op stond. In de zaal reageerde echter niemand, zodat V. zich gedwongen zag nog luider te kuchen. Niets. Hij klopte een paar keer met trillende hand op de microfoon en begon als een basso continuo de mensen aan te manen tot stilte, maar dat alles bleek een maat voor niets. Plots maakte een stem zich los van het geroezemoes: “Mensen, wees nu even sportief en zwijg een momentje, de rector zou graag spreken, denk ik.� V. knikte bijna onmerkbaar dankbaar naar Buikers, die met zijn ontwapenende naturel het publiek meteen enigszins stil had gekregen. Martini fluisterde nog een grappige opmerking in het oor van een iedereen onbekende jongedame, legde zijn hand om haar middel en keek dan, uit respect voor V, naar de pupiter, waar hij nog net getuige was van de val van de rector.
Het laatste dat Rector V. had gehoord voor hij ineenzakte was de snijdend vrolijke stem van zijn vrouw: “Allez, er luisteren toch al meer mensen dan vorig jaar.�
Paul-Henri Giraud
(*) De K.U.Leugen-redactie is zich er terdege van bewust dat deze uitdrukking niet tot het Standaardnederlands wordt gerekend. Op uitdrukkelijk verzoek van de auteur en na anonieme politieke druk van zowel Rector V. als Jo Vandeurzen hebben we echter besloten ze zo te laten staan. Onze oprechte excuses aan alle schoolvossen en andere pedanten.