Uw dienaar, Paul-Henri Giraud, was er helaas niet bij op de laatste Academische Raad. Helaas, want voor het eerst sinds zijn bestaan is Rector V. boos geworden. Hij heeft zelfs — oh, hemeltjelief — met zijn vaderlijke vuist op de vergadertafel geslagen. “Boink!� trilden de glazen van de heren decanen.
De reden van zijn boosheid was een of andere onbenullige nota van nauwelijks twee A-viertjes, die op wat weerstand had gestuit, wat zijn nota’s — als ze al verschijnen — overigens altijd doen. Eerst had ererector O. de nota belachelijk gemaakt en de rector uitgelachen. “Dit blaadje papier is enkel goed om een vliegtuigje van te vouwen, haha!� En met de handigheid die van een ingenieur verwacht mag worden toog O. aan het werk. Amper twintig seconden later zweefde een papieren prototype van de Airbus A380 door de vergaderzaal, onder begeleiding van bulderend geschaterlach. En meteen probeerden alle decanen hetzelfde te doen, want men kan veel van de decanen zeggen maar niet dat zij geen volgzame kudde schapen zijn. Twee minuten later was het vliegverkeer boven de vergadertafel drukker dan boven Heathrow en verschillende respectabele decanen en faculteitsvoorzitters rolden onder hun stoel van het lachen.
In woedende tranen gilde V. de hele vergadering weer boven tafel: “Iedereen is altijd tegen mij! Ik kan hier nooit iets goed doen! Jullie hebben gewoon iets tegen mij en ik heb het altijd gedaan! Stomme stommeriken!� De vergadering zuchtte en rolde geërgerd met haar ogen. Enkele decanen namen uiteindelijk manhaftig hun verantwoordelijkheid. Ze wreven V. over zijn bolleke en spraken hem sussend toe: “Marcske, ‘t is al goed, we zullen uw nota’tje goedkeuren, en met de uitvoering wacht ge dan maar een paar jaartjes, tien of zo. Maar dan moet ge wel stoppen met wenen, hé.�
Met dat compromis kon rector V. leven. Hij was toch niet van plan de uitvoering te laten starten onder zijn mandaat, een nota bedénken was al ruim voldoende activiteit geweest. De implementatie van zijn hard bevochten vodje papier kon best wachten tot de volgende rector zou aantreden, die zou dat waarschijnlijk toch beter doen. “Ik ben het beu als een tweederangsfiguur behandeld te worden,� rondde V. al snotterend af, daarmee uiterst subtiel verwijzend naar zijn voorganger en il numero uno van de K.U.Leuven: ererector O. Verscheidene decanen verzekerden hem dat hij beslist een derderangsfiguur was en daarmee was de rust hersteld en kon in peis en vree het diner aangesneden worden.
We moeten daar niet flauw over doen: iedereen maakt wel eens moeilijke momenten mee in zijn carrière. Dit was zo’n moment voor V. Maar wat de arme man blijkbaar niet gegund is, is dat men siddert en beeft als de rector een woede-uitbarsting heeft. Neen, in plaats daarvan worden zakdoeken bovengehaald om rectorale tranen en snot in op te vangen, rectorale wangetjes worden geknepen en de rectorale schedel wordt gestreeld als was het een koperen schoteltje dat kost wat kost moet blinken.
Iedereen herinnert zich toch nog het bibberende achterwerk van de regeringscommissaris, dat van onder de vergadertafel uitstak, toen ere-rector O. nog gewoon rector O. was. Of het lijkbleke gezicht van de ombudsvrouw, of de bevende stem van een decaan die het gewaagd had — in een overmoedige bui — de rector tegen te spreken. Nu niets van dat alles. Ja, gegniffel, dat wel: op het kabinet Vandenpantalonne. Of, minder subtiel: sardonisch gelach in de aula’s van de Leuvense hogescholen. Kijk, dat vindt uw dienaar jammer, spijtig en bovenal: een gemiste kans.
Akkoord: uw dienaar was er niet bij en hij weet dus niet hoe het precies gegaan is, die woede-uitbarsting. Het moet inderdaad weinig overtuigend en nogal potsierlijk zijn overgekomen, maar wij vragen aan iedereen: laat rector V. het laatste beetje waardigheid dat hem nog rest en als hij kwaad wordt, steunt hem dan in zijn moedig optreden en doet alsof ge siddert en beeft. Aanziet de rector op dat moment als uw bloedeigen kind, dat niet kan tekenen, maar waarop gij toch trots reageert wanneer hij zijn gekrabbel komt tonen als was het een echte ‘Karel Appel’: “maar wat kunt gij mooi tekenen, flink zo! Ga maar leuk verder spelen.� Per slot van rekening is hij door u allemaal democratisch verkozen.
Zo ook hoort de academische gemeenschap te beven wanneer de rector boos is. Dus, zelfs wanneer ge de neiging voelt om te lachen: ademt diep in, beeft en respecteert aldus het decorum, dat toch van niet te onderschatten belang is aan zo’n oude en eerbiedwaardige universiteit als die van Leuven. Om te eindigen met de woorden van een management-goeroe: zullen we dat afspreken?
Paul-Henri Giraud
Walgelijke Wijze Woorden
“Er zitten al genoeg socialisten in LOKO.�
De Rodenbachse sossenvreter van LOKO
Waanzinnige Wijze Woorden
“Ik vetrouw de rector en zijn kompanen.�
De academische raadsman van LOKO
Watvoor Wijze Woorden!
(over de ‘k’ in K.U.Leuven) “We mogen de ‘k’ van kwaliteit niet verwarren met de ‘k’ van christelijk.�
De Wellens-Nietens-man van LOKO
Wekelijkse Wijze Woorden
“Sinds ik in Veto toch enige positieve commentaar kreeg voor wat ik zelf als een vrij warrige les ervaren heb, leef ik op een wolkje.�
Een gelukkige prof sterrenkunde die het graag in de hoogte zoekt
K.U.Leugen: Wat is de boodschap van je nieuwe plaat, I love rainbows?
Bart Astyn: «Ik hou van regenbogen.»
K.U.Leugen: Dat is een positieve titel.
Astyn: «Nee, absoluut niet. Het gaat eigenlijk over de duistere kant van de mens.»
K.U.Leugen: Het nummer Grateful, gaat dat over het succes na je hitje Hero?
Astyn: «Ehmmmmmm… ja. Hoor je dat erin?»
K.U.Leugen: Ja.
Astyn: «Oké, dan is het goed.»
K.U.Leugen: Waarover gaat het dan volgens jou?
Astyn: «Over de duistere kant van de mens.»
Velen hebben oprechte nostalgie naar de tijd toen Poetin nog gewoon een KGB’er was — meer zelfs: naar de KGB zelf. In de fakbar van Politika vond men er op een blauwe maandag iets op, zo getuigt Politikaan B.: “We hebben toen een select groepje van Politikagb’ers opgericht. Het opzet is zeer eenvoudig: we zoeken met de grootste acribie naar subversieve stemmen — die vooral te vinden zijn in het universitaire roddelblad Veto — traceren dan de daders en tuigen die vervolgens met z’n allen af.� B. illustreert het lovenswaardige initiatief met een zeer recent voorbeeld: “We lazen in K.U. Leugen, waarvoor trouwens dank, dat een oud-kringcoördinator van ons de verfoeilijke uitspraak had gedaan dat politieke wetenschappen best op twee jaar kunnen worden afgehandeld. Zulke heiligschennis kan absoluut niet door de beugel, dus schoten we in actie.�
K.U.Leugen: Dat begrijpen we best, maar konden jullie die uitspraak niet wat relati…
B.: «Relativeren? Gij zijt zot, zeker! Neen: we hebben de kwaadspreekster opgezocht, een fatwa over haar uitgesproken, haar de toegang verboden tot ons Kaffee en toen ze dat laatste verbod negeerde haar uiteraard met plezier een paar gekneusde ribben bezorgd. En lachen dat dat was!»
K.U.Leugen: Dat kunnen we ons voorstellen. Beter dan zo’n uitspraak in z’n context te plaatsen, zet je de dader ervan maar eens goed op z’n plaats. Puik werk, jongens!
Naar verluidt zoeken de Politikagb’ers nog steeds naar de cartoonist van het eerder aangehaalde roddelblad Veto, die het vorige week bestond de opleiding Communicatiewetenschappen te koop te stellen aan tachtig (!) eurocent, en de auteur van een weergaloos schandalig artikel over hun Mexican Night. De betrokkenen zijn intussen ondergedoken en laten via een gecodeerde videoboodschap weten dat zij samen met Salman Rushdie nog een vierde man zoeken om te kleurenwiezen.
Het was al een tijdje rustig op het rectoraat. De meeste beleidsmensen hadden — uit wanhoop of uit machtshonger — besloten dat ze niet meer langs de Naamsestraat moesten om een beslissing te nemen. Rector V. kreeg steeds minder bezoek, althans relevant bezoek, en dat beviel hem wel. Vandaag was hij dan ook in alle ijver bezig met een legpuzzel van vijfhonderd stukjes. Vijfhonderd, dat was niet min! Het was een afbeelding van een abdij, waarvan alle raampjes op elkaar leken. V. was blij dat hij daar in alle ernst en rust aan kon werken.
Toch zwaaide de deur plots met een slag open toen Jan De Graeyer binnenstormde. Jan De Graeyer was professor aan V.’s universiteit, maar al een tijdje uitbesteed aan het Katholicisme Adorerende Docenten OpvangCentrum (KADOC). In het KADOC stockeerde de universiteit sinds mensenheugenis professoren die meenden dat de K van K.U.Leuven niet voor ‘kwaliteit’ maar voor ‘katholiek’ stond. Nu moest rector V, enigszins tot zijn eigen verbazing, vaststellen dat die professoren onder zijn beleid blijkbaar weer vrij rondliepen. Zonder begeleiding zelfs. V. vroeg zich af of dat niet te ver ging, maar per slot van rekening liep hij zelf ook rond, zo vrij als maar kon met O. die achter elke hoek en elke beslissing school.
De Graeyer was duidelijk in paniek. Hij zwaaide wild met zijn armpjes en gilde met overslaande stem: “Rector, ik heb u nodig!� Rector V. stond verbaasd te luisteren naar zoveel onzin, maar liet de arme man uitspreken. De Graeyer bleek een congres te organiseren over de leegloop van de kerken en vooral over wat er dan met die kerken moest gebeuren. Een hele middenbeuk van zo’n kerk een week warmstoken voor vijf bedlegerige oudjes die op zondagochtend door hun verpleegsters voor een uurtje werden afgezet, dat was niet rendabel. Het Vaticaan voerde weliswaar een interessante beleggingspolitiek, maar tegen alle lege kerken in Vlaanderen kon dat fonds toch niet op. Om nog maar te zwijgen over alle kathedralen, basilieken, kapellen, abdijen, kloosters en parochiezalen. Hoogste tijd voor een vergadering dus!
“V., er komt niemand naar mijn congres,� snikte De Graeyer. “Er kán ook niemand komen. Mijn congres heeft hetzelfde probleem als zijn thema (wat eigenlijk logisch is). En gij moet dat veranderen. Ge hebt nog wel iets goed te maken!� V. was vorige zondag nog de vespers gaan zingen en vroeg zich oprecht af wat hij goed te maken kon hebben.
“Ha!,� brieste een intussen op vol toerental gekomen De Graeyer, “Gij had vandaag priester moeten zijn! Als gij uw opleiding netjes had afgemaakt, waart ge op dit moment niet aan het puzzelen, maar een mooie preek aan het voorbereiden! En als gij als rector het slechte voorbeeld geeft, is het toch niet te verwonderen dat de rest ook afhaakt?�
Rector V. was uit zijn lood geslagen door zoveel verbaal geweld. Hij zocht wanhopig waar de fout in de redenering zat, maar voor hij die had kunnen vinden, had De Graeyer al een pen in zijn rechterhand gemoffeld en de inschrijvingslijst van het congres in zijn linkerhand. “Daar tekenen. Ja, flink zo.� Hij griste pen en lijst weer uit de hand van de ontredderde rector en liep het kantoor alweer uit, maar niet voor de arme V. de genadeslag te hebben toegediend.
“Als ge dan toch komt, kunnen we het misschien laten doorgaan in het rectoraat,� voegde De Graeyer er sluw aan toe, “want heel sfeervol is dat niet, zo’n lege abdij. In orde en bedankt hé, V!� Met een identiek slaande deur verdween De Graeyer weer. V. zuchtte diep en nam zijn agenda. De opening van het academiejaar zou met een weekje uitgesteld moeten worden zag hij, toen hij het congres in september 2007 wou inschrijven.
Paul-Henri Giraud

Verwarring alom tijdens de vijftiende editie van het kunstenfestival van de Leuke Onovertroffen KringOversten (LOKO). Het kunstwerk Kankurang van de grote kunstenaar Ada Van Hoorebeke bestond uit drie ruimten, maar de bezoekers van deze tijdelijke tentoonstelling wisten niet in welke volgorde deze bezocht dienden te worden. “Ik denk dat de essentie van dit werk aan me voorbij is gegaan,� zei een Leuvense burgemeester. Hij had kamer 3 per ongeluk als eerste bezocht. Eveneens zorgden de met cement begoten vloeren voor problemen. Een gefrustreerde bezoeker wilde het werk vernietigen door erover te lopen, maar blijkbaar was dat geenszins verboden. De bezoeker ging uiteindelijk zijn gang met het werk van Jeroen Vandromme. Hij zette een doorgesneden beeld van Jezus De Christus op een slagersmachine. De doornenkroon — die de man droeg ter vergeving van onze zonden — werd ritueel verwijderd. Niemand merkte de vandalenstreek op.
“Ja, absoluut. Ik moet alleen maar mensen ongelukkig maken!�
Een medewerkster van de persdient van opperboer Yves Leterme, antwoordend op de vraag of ze een frustrerende job had.
“Misschien moet LOKO maar eens investeren in hoorapparaten voor Veto�
Een Jef Peeters die niet hard genoeg roept.
Als studentencoördinator Martinus Buekers niet weet welke studenten er in de Academische Raad zitten, waaraan ligt dat dan?
1. De naam studentencoördinator is maar een frats.
2. De studenten trekken hun bek niet open op de Academische Raad.
3. Beide.
Er zijn twee soorten zieken: zij die hun ziekte al te zeer relativeren, en zij die er een Grieks Drama rond spinnen. De eerste groep is een gevaar voor zichzelf, de tweede soort is vooral een gevaar voor zijn omgeving. Professor Mark Vlaemkens — die aan het hoofd staat van de opgravingen van het prestigieuze Sallagassos-project — behoort overduidelijk tot de tweede soort. Dat weten we sinds afgelopen vrijdag, toen naar jaarlijkse gewoonte de bijeenkomst plaatsvond van “De Geldschieters van Sallagassos�.
Dat Marc Vlaemkens een geslepen man is, weten we al langer dan vrijdag. Om geld uit de zakken te kloppen van de vele welgestelde families die Leuven rijk is, had hij enkele clevere truken bedacht. Dat ging van psychologische oorlogsvoering en het inspelen op schuldgevoel — “uw familie was fout in de oorlog, zoudt ge niet eens iets terug doen voor die arme Turken?� — tot het achterhouden en dan gecontroleerd lossen van historische vondsten. Op één jaar konden immers meerdere prachtontdekkingen gedaan worden, maar daarom moesten de sponsors niet meteen op de hoogte gebracht worden. Mark Vlaemkens’ kast puilde dan ook uit met foto’s van reeds ontdekte praalgraven en paleizen, maar zijn motto was “ééntje per jaar�.
Zijn publiek was gelukkig niet zo intelligent als het rijk was, zo schatte Vlaemkens correct in. En elk jaar ging dat rijke maar domme publiek enthousiast uit zijn dak en keek bewonderend naar Vlaemkens: “hoe slaagde hij er in godsnaam in élk jaar een historische vondst te presenteren?� Het antwoord was heel eenvoudig: fraude, ongecompliceerde, ordinaire fraude.
Wat echter dit jaar tijdens de bijeenkomst van de “Geldschieters van Sallagassos� plaatsvond, sloeg alle verbeelding. Vlaemkens’ hele uiteenzetting was niet opgebouwd rond één of andere gefraudeerde vondst die eigenlijk al dateerde van de jaren tachtig. Het thema dit jaar was: “de gezondheid van professor Vlaemkens door de ogen van professor Vlaemkens�.
Als een ordinaire hypochonder — erger dan de malade imaginaire van Molière — ging hij te keer. Het was alsof de professor-archeoloog eerst de Larousse Médical van buiten had geblokt om die vervolgens over het publiek heen te storten in de hoop dat ze hun chequeboek zouden opentrekken. Het publiek zat echter met open mond te staren naar een nutty professor die zichzelf onsterfelijk belachelijk stond te maken: “Ik lig op sterven en heb zo’n pijn. Ai, ai, arme ik.� Zelfs het kankergeval van zijn beste vriend werd er bij gehaald om meelij op te wekken: alles voor het geld, leek Vlaemkens te denken, al kost het mij mijn eer en die van mijn beste vriend.
Tot overmaat van ramp projecteerde Vlaemkens het portret van Ik Torfs op de grote aulamuur, en wees hij met trillende vinger naar de professor Kerkelijk Recht: “Deze heeft niet liever gewild en zal waarschijnlijk sardonisch lachen als hij te horen krijgt dat ik op sterven lig,� snikte Vlaemkens. Het is waar dat Torfs ooit nogal giftig reageerde op een minstens even giftige Vrije Tribune van Marc Vlaemkens. Maar dat was al lang geleden en ook niet geheel onterecht. Vlaemkens had Torfs op een bemoederende manier vergeleken met een schoenmaker die bij zijn leest moest blijven. Torfs had hierop, in de hem kenmerkende stijl, amusant vernietigend gereageerd. Maar om Torfs hiervoor nu te beschuldigen van moord met voorbedachte rade, dat ging de goede smaak toch wat voorbij.
Zo kwam het dat Vlaemkens, met ogen die traanden van zelfmedelijden, niet zag dat het publiek kokhalzend de zaal verliet bij zoveel wansmakelijkheid, het chequeboekje veilig opgeborgen.
Ja, het zit de K.U.Leuven en haar toponderzoekers niet mee deze week. Vlaemkens verknoeit zijn campagne. Prestigepaardje en stamcelonderzoekster Catherine Farfaille werd deze week in Knack beschuldigd van plagiaat en wetenschappelijke fraude. Het zou wel degelijk een graadje erger zijn dan wat oude foto’s in de archiefkast (Knack, 7 maart, pp. 28-29). Zelfs haar collega’s laten haar in de steek en laten weten “niets met dat mens te maken te willen hebben. Vraag haar zelf wat ze misdaan heeft.�
Rector V. zat andermaal met de handen in de witte krullen en wenste dat hij nooit aan de rectorverkiezingen had deelgenomen. Had hij maar nooit naar zijn vrouw geluisterd. Of neen, nog beter: was hij maar nooit getrouwd, dan zat hij nu achter de veilige kerkmuren, droomde hij vergeefs weg.
Paul-Henri Giraud