Rector V.: Krijgertje spelen voor beginners
“Aanvallen!� bulderde rector V. tegen zijn manschappen. Hij verplaatste het linkerbataljon tinnen soldaatjes vastberaden naar het midden van de tafel, waar het de daar in formatie opgestelde collega’s een genadeloos pak slaag gaf. Er waren nog wat schermutselingen, maar V.’s zege was onontkoombaar. Triomfantelijk wierp hij het laatste soldaatje van de slechten omver. Zo, alweer gewonnen! Dat was toch wel één van de voordelen van alleen spelen, bedacht hij.
Rector V. begon bevelen uitdelen leuk te vinden. Het werd ook wel een klein beetje tijd. Nu hij eenmaal de smaak te pakken had, oefende hij waar en wanneer hij maar kon. Als eenvoudige zoon van een eenvoudige dorpspriester wist hij beter dan wie ook dat je onderaan de ladder moest beginnen. Daarom had hij eerst volop met de tinnen soldaatjes geoefend en toen die niet meer protesteerden, was hij langzaam het personeel dat het dichtst rond hem werkte beginnen te tiranniseren. Wie was er hier per slot van rekening de baas?
Rector V. dééd een aantal dingen sindsdien gewoon, zonder anderen daarover te informeren, laat staan om hun mening te vragen. Nietjes bijvoorbeeld: hij keek in de kantoorartikelencatalogus, koos het mooiste doosje eruit en bestelde er een gros van. Paperclips: exact dezelfde procedure. Niets, geen overlegmodel meer, rector V. was de baas en dat zou de universiteit geweten hebben.
Er werd natuurlijk wat gemord toen de nietjes niet in de nietjesmachines bleken te passen en de paperclips zo klein bleken dat je er nauwelijks twee pagina’s uit de Willibrordvertaling mee aan mekaar kon bevestigen. Maar kijk, dat waren beginnersfouten. Hij had geen enkel boos telefoontje meer ontvangen sinds hij de interne telefoonnummers op het rectoraat eens eigenhandig had geherstructureerd (dringend nodig, want in de loop der jaren was de logica daarin ver zoek geraakt) en dat kon maar één ding betekenen: zijn ondergeschikten legden zich eindelijk neer bij zijn heerschappij. Hij was een waar heerser aan het worden!
Tijdens deze fijne overpeinzingen plaatste V. alle soldaatjes netjes terug in het kistje. Hij ging nog snel even met de föhn door zijn haar en vertrok dan haastig naar de Raad van Bestuur van de universiteit. Onderweg oefende hij nog een beetje op zijn streng-arrogante blik, maar toen hij daar vooral langslopende kinderen mee aan het lachen bracht, stopte hij daar maar mee. Hij zou het moeten hebben van zijn charisma. Met fiere tred en blik trad hij de vergaderzaal binnen.
Het was al een eerste tegenvaller dat de vergadering zonder hem begonnen was. De aanwezigen knikten hem afwezig goedendag en discussieerden verder. V. wou plaatsnemen aan het hoofd van de tafel, maar daar bleek Jef Purper, de voorzitter van de raad al te zitten, die de bijeenkomst met strakke hand leidde. Een beetje geïntimideerd schoof rector V. een stoel bij en wachtte geduldig op zijn agendapuntje.
Het was een tweede tegenvaller dat de vergadering beeindigd werd zonder dat het puntje besproken werd. V. probeerde hier voorzichtig gewag van te maken, maar Purper blafte meteen terug. “Die nota van twee bladzijden? Ik dacht dat dat een aprilgrap was! Enfin, ‘t is nu toch te laat, want ik heb de vergadering al gesloten verklaard en ik ben nu eenmaal de baas. Iedereen naar buiten jongens, ik moet op tijd thuis zijn want ik moet nog asperges uitdoen!�
Danig ontmoedigd sjokte V. weer naar zijn eigen kantoortje, zijn derde tegenvaller tegemoet. Hij had toch gedacht dat de baas spelen hem nu op hogere echelons beter zou afgaan. Hij plofte neer in zijn fauteuil en tastte beverig naar de telefoon. Dra werd er opgenomen: “Ministerie van Onderwijs, met de minister zelve!â€? V. veerde enthousiast recht — eindelijk zat het hem mee. “Ik wou eens vragen of jullie mijn mail al hadden ontvangen. Daar zat namelijk een klein documentje bij, en…â€? De Minister onderbak hem: “Klein documentje? Dan zal het wel niet belangrijk geweest zijn. Documenten onder de honderd pagina’s komen trouwens niet door onze spamfilter. Maar ik moet u laten, ik moet zo meteen nog het huiswerk van onze kleine nakijken. Prettige dag verder!â€?
Volledig ontmoedigd, nu, zakte V. diep weg in zijn zetel. Ja, het was beslist leuker als je in je eentje de baas kon spelen. Hij zou nog flink moeten oefenen op zijn naaste medewerkers, als hij écht met de grote jongens wilde meespelen.
Paul-Henri Giraud