Rector V.: Heilig Vuur
Deemoedig zakte rector V. op zijn krakende knieën aan het voeteneind van zijn bed. Het was tien uur, bedtijd dus. Hij had zijn tandjes al gepoetst, zijn gezicht gewassen, nachtkaars aangestoken en nu zat hij in zijn nachthemd, aangevuld met slaapmuts en pantoffels, klaar voor zijn avondgebed. “Lieve heerke, Gij ziet hoe ik zwoeg en ploeg, ter meerdere eer en glorie van Uw universiteit, maar ach! Wee mij! Leeg is mijn geest, zwak mijn hart en bedroefd mijn gemoed. Kunt Gij niet voor even een vervanger sturen? Ik ben toe aan weekje of wat herbronning. Ik beloof dat ik een schoon souvenirtje zal meebrengen voor de begijnhofkerk.� Hoog in de hemel bromde God de Vader terug: “Allé, ‘t is goed, neem het er maar eens van. Ik stuur wel een interim.� Rector V. werkte uit dankbaarheid nog een paternoster af en kleedde zich toen meteen aan om zijn koffers te pakken.
In het begin van zijn rectorale carrière werd al eens geklaagd dat rector V. nooit op het rectoraat was en maar steeds in dat muffe begijnhof rondhing. Maar het was maar vijf minuutjes wandelen van de Naamsestraat en op den duur plukten zijn medewerkers hem gewoon uit zijn luie zetel en sleepten hem naar zijn bureau. Al het werk dat hem daar opwachtte was echter zeer stresserend en daarom boekte V. zijn vakantie naar China. Dat ze hem daar maar eens kwamen halen.
Als opperchristendemocraat had God de Vader zich aan zijn beloftes te houden en dus moest hij een vervanger sturen naar het rectoraat in Leuven. De aartsengelen bleken echter allemaal op teambuildingsweekend, Christus zelf was in ziekteverlof na een arbeidsongeval met enkele vijfduimsspijkers en zo moest in extremis de Heilige Geest worden teruggeroepen, terwijl die net van zijn recupdagen gebruik maakte om samen met zijn vrouw een romantisch weekendje Parijs te doen, want ze hadden toch al zo weinig tijd voor mekaar. De Heilige Geest zei God de Vader dat Hij de advocaatskosten zou betalen als het toch tot een scheiding kwam en vertrok, nogal tegen zijn zin, naar Leuven.
Gezien de aanhoudende droogte leek het de Heilige Geest niet aangewezen om als vlammetje te verschijnen en hij betrad het rectoraat als duif. Helaas was op dat moment Lode Milus in de promotiezaal zijn nieuwe onderwijsplannen aan het voorstellen aan het kruim van de Vlaamse onderwijswereld. Het luidruchtig gezelschap van een verdwaalde duif kon daarbij gemist worden als de rector op het rectoraat. Terstond rukte de rectorale ongediertebestrijdingsploeg uit met ladders, vangnetten en grote spuitbussen ornithocide. De arme Heilige Geest vloog steeds hoger om te ontkomen aan zijn belagers, maar bracht daarbij het brandalarm in de war, dat prompt besloot om af te gaan.
De chaos was compleet, want meteen rukte ook de rectorale evacuatiedienst uit en die gooide zonder pardon alle hoge functionarissen, inclusief Lode Milus eerst de promotiezaal en daarna de rectorale hallen uit. Milus wist dat rector V. zijn onderwijscoördinator graag buiten schopte, maar dit ging hem toch iets te ver. Nog een hele namiddag bleven er alarmen en sirenes loeien op het rectoraat, terwijl een bont allegaartje aan hulpdiensten mekaar voor de voeten liep.
De vakantie in China was V. intussen zo bevallen dat hij besloot er een paar weekjes Zuid-Afrika aan te breien. Hij trommelde enkele trouwe medewerkers op om de lokale Zuid-Afrikaanse economie, die zoveel jaren geboycot was geweest, een duwtje in de rug te geven. Vooral de Zuid-Afrikaanse wijnboeren hadden het volgens V.’s gevolg zwaar gehad. De rector en de directeur studentenvoorzieningen braken net hun derde kratje wijn van de avond open, toen de gsm van rector V. begon te piepen, maar V. nam niet op. Hij was op vakantie met de zegen van de Heer en net in een interessante discussie verwikkeld met de directeur. Onder verlichtende invloed van de wijn waren beiden zich beginnen afvragen waarom de universiteit de modelcontracten voor koten die ze had bedacht, zelf niet overal gebruikte. V. schakelde zijn gsm definitief uit en besloot van het contract werk te maken. Eenmaal hij weer thuis was, tenminste.
Het was echter de Heer zelf die gebeld had, omdat een overspannen Heilige Geest uit Leuven had laten weten dat hij het niet meer aankon en dat hij trouwens dringend Pinksteren moest beginnen voorbereiden. God de Vader had V. willen terugroepen, maar toen die niet opnam, moest het voor Hem ook niet meer. De universiteit zat immers al bijna twee jaar zonder leider en of V. er nu was of niet, dat maakte niet zo gek veel uit.