Rector V. en Voorzitter V.: het dubbelinterview
De drie grote V.’s van de universiteit: Vermeulen, Vervenne en Verveling zijn eindelijk verenigd in één artikel. Een interview over mensen en waarden. Een gesprek met waardevolle mensen.
KULeugen: Jullie komen allebei uit een warm christelijk nest. Heeft die achtergrond een invloed op jullie manier van communiceren?
V.: “Die band met de familie is inderdaad zeer belangrijk voor mij. De verbondenheid met ouders, broers, zussen en vrienden is zeer waardevol en die moet je koesteren. Nu begrijp je wel: heel de christengemeenschap aan de universiteit is één grote familie. Ook daar kan ik thuiskomen in warme generositeit. Daar vind ik ook de kracht en de inspiratie om me alle dagen, keer op keer, in te zetten voor mensen die de moeite waard zijn. Mensen die mekaar willen begrijpen, die niet zeggen “Hier stop jij en begin ikâ€?.”
V.: “Ik gevoel dat op zeer sterke wijze op diezelfde manier aan. Weet je, ik word nog elke morgen wakker met als eerste gedachte: “Ben ik het wel waard een leider te zijn voor zovele mensen die ik vrienden noem?â€? En telkens is het antwoord: misschien wel, maar dat weet je pas écht aan het einde van de rit. Je moet je elke dag opnieuw bewijzen.”
KULeugen: Hoe doen jullie het om ondanks de heersende kritiek toch gemotiveerd te blijven?
V.: “Kritiek kan ook positief zijn. Dat wil zeggen: constructieve kritiek, opbouwende commentaar van mensen die zich betrokken voelen bij het gezamenlijke project waar wij ons achter scharen. Mensen die zeggen (knipt energiek met de vingers): “Verdorie, zou het misschien nog beter kunnen door het anders aan te pakken?â€? Dat vind ik een zeer waardevolle gedachte. Zo ontstaat ook intern een forum voor wederzijdse dialoog.”
V.: “Dat kan ik ten volle en met graagte onderschrijven. Dialoog kan zeer verrijkend werken. Nog geen drie weken geleden kwam ik zelf verrijkt uit een gesprek. Een jeugdvriend die ik alreeds lange tijd niet getroffen had, kruiste als bij Toeval mijn pad. We raakten aan de praat over Christus als ‘lijder’ en tevens als ‘leider’. Plots zei ik (knipt energiek met de vingers): verdorie, die man heeft me verrijkt. Dankzij hem, maar ook door vele anderen, sta ik nu zekerder in het leven en completer in mijn functie.”
KULeugen: Vreemd dat u dat zegt, want…
V.: “Die formulering raakt me, waarde collega V. Ik herken de onderliggende idee bovendien: nog geen twee weken geleden raakte ik als bij Toeval op een receptie aan de praat met een jeugdvriendin wier levenspad het mijne reeds geruime tijd niet gekruist had. Ze kon me blijvend boeien met een gesprek over Christus als ‘bevrijder’ en als ‘bevreider’. Plots dacht ik (knipt energiek met de vingers): ook deze persoon van vrouwelijke kunne heeft mij gevormd tot de bescheiden christenmens die ik nu nog altijd ben en hoop te blijven kunnen worden.”
V.: “Die oprechte getuigenis pakt me zeer. Ontroering kan naar de toekomst toe als motor fungeren ten behoeve van het bewerkstelligen van een positieve verandering die het innerlijke van de mens als gemeenschapsdier enkel maar versterkt.”
V.: “Versterkt en verrijkt, dat kan ik slechts beamen. (legt hand op schouder V.) We moeten kunnen durven denken aan de goedheid van onze broeders en zusters.”
KULeugen: Durf denken, bedoelt u?
V.: “Voilà , je verwoordt het exact. Durf denken. En voelen.”
V.: “En doen, durf doen.”
V.: “En begrijpen.”
V.: “En betoveren.”
V.: “Vergeven…”
V.: “Inspireren…”
V.: “Liefhebben…”
V.: “En durf vooral met mekaar spreken. Durf spreken, want dat is wat ons nader tot elkander brengt. Het is de cruciale sleutel tot de ziel van onze naaste.”
V.: “Ik denk inderdaad dat deze boodschap waardevol genoeg is om mee te geven aan de lezer die de kracht en de innerlijke moed heeft gehad om de schriftelijke neerslag van dit vraaggesprek — en zovele andere — uit te lezen.”
V.: “Amen.”
Paul-Henri Giraud