maandag 18 mei 2009 - jaargang 35 - nummer 25
Rector-elect Mark Waer
"Liever geen aula met mijn naam"
Een nieuwe rector, een nieuwe wind. Mark Waer staat aan de drempel van een vierjarig rectorsmandaat en niemand kan voorspellen welke richting het uit zal gaan met onze universiteit. Toch lijkt het niet onaannemelijk dat de man die de komende jaren aan het roer staat een behoorlijk idee kan geven.
Ruben Bruynooghe & Els Dehaen
Veto: U stelt momenteel het College van Bestuur samen. Wat zal daarna uw eerste beleidsdaad zijn?
Mark Waer: «Er zijn een tweetal zaken die vrij snel moeten worden aangepakt. Dat is vooreerst het globale structurele plan: er is nu heel wat onduidelijkheid rond structuren dus ik denk dat we de discussie moeten voeren wat de optimale beslissing- en beleidsstructuren voor de universiteit zijn. Dat brengt uiteraard een aanpassing van het reglement met zich mee, dus daar zal met veel personen over gesproken moeten worden.»
«Een tweede, meer praktisch punt dat ik heel snel zou moeten aanpakken, zijn de zaken rond de diplomaruimte. Dat is iets waar we onmiddellijk zowel qua ondersteuning, studiebegeleiding als qua ICT heel snel zullen moeten kijken of de zaken op punt staan.»
Veto: U denkt ook iets te veranderen aan de rectorsevaluatie?
Waer: «Ja, dat is een deel van het structurele plan. Dit zijn allemaal zaken die terug moeten beginnen bij de Academische Raad. Ik vind dat onze Academische Raad het parlement van de universiteit moet zijn. Ze is de laatste jaren veel te weinig met de echte belangrijke inhoudelijke zaken bezig geweest en dat zou moeten veranderen.»
Onderwijs
Veto: Wat was uw motivatie om u kandidaat te stellen?
Waer: «Ten eerste was ik tot op het laatste moment ook enorm verwonderd. Er werd gesuggereerd dat de rectorsevaluatie negatief zou kunnen zijn, maar er werd altijd gedacht dat men misschien wat opmerkingen of suggesties zou maken en niet dat dit zou leiden tot het stopzetten van het mandaat. Dan was het de vraag hoe rector Vervenne daarmee om zou gaan. We kwamen we pas twee weken voor de kandidaatstelling te weten dat hij zich niet opnieuw kandidaat stelde en toen is het idee in feite pas ontstaan.»
«Er zijn twee grote redenen waarom ik het vier jaar geleden niet heb gedaan. Ten eerste was ik op dat moment zeer sterk bezig met biomedische wetenschap in het ziekenhuis, ik was toen ook hoofdgeneesheer. Een andere reden was dat wij hier in het ziekenhuis ook in een overgangsfase zaten waarin we bijvoorbeeld financiële problemen hebben weggewerkt zodat Gasthuisberg nu tot de best presterende ziekenhuizen van België hoort.»
Veto: Tijdens uw beleid in de ziekenhuizen is er meer aandacht geweest voor onderzoek. Zal dat ook zo zijn voor uw beleid aan de universiteit?
Waer: «Nee. Er moet natuurlijk altijd enorme aandacht zijn voor onderzoek, maar ik ben er van overtuigd dat dit binnen de universiteit al zeer goed werkt.
«Wat me meer interesseert in de universiteit ligt op het niveau van het onderwijs. Voor mij is onderwijs aan de universiteit een beetje hetzelfde als de klinische dienstverlening in de ziekenhuizen: er is dezelfde kritiek. In de ziekenhuizen zegt men dat men voor promoties teveel kijkt naar de publicaties, maar niet naar hoeveel inspanningen wij doen voor onze patiënten. Aan de universiteit is dat hetzelfde verhaal: men kijkt vooral naar de publicaties, maar minder naar hoe goed wij lesgeven en hoeveel inspanningen wij daarvoor doen. De reden is niet dat men daar niet wil naar kijken, maar dat er geen goede meetinstrumenten zijn. We hebben hier wel iets van studiepunten, maar dat is meer voor financiële kwesties. Men moet vooral de belasting van het onderwijs nagaan en natuurlijk ook de kwaliteit. We hebben heel weinig controle binnen onderwijs.»
College
Veto: Heeft u al een zicht op uw College van Bestuur?
Waer: «Neen. Daar ben ik nu mee bezig. Ik zie dat mijn secretaresse de lijst hier al heeft gelegd met mensen die ik de volgende weken ga terugzien, met de vraag om wat na te praten en aanbevelingen mee te krijgen. Ik ga me bij de samenstelling van het College laten leiden door competentie, dat is de eerste voorwaarde. De tweede voorwaarde is dat de personen breed gedragen worden. Bovendien moet je zorgen dat het College een hecht team is. Je kan dan nog schitterende vicerectoren hebben, als ze niet overeenkomen, kan je niet werken. Het is een heel moeilijke oefening. En de laatste stap is de goedkeuring van de Bijzondere UniversiteitsRaad (BUR). Dus zelfs al zou ik een volgens mij ideaal team hebben, dan nog moet elk van die individuele vicerectoren via geheime stemming een meerderheid krijgen van de BUR. Dat is een complexe procedure, volgens mij een te complexe procedure. Ik denk dat men daar voor de volgende verkiezingen eens over moet nadenken.»
Democratie
«Een interessant idee dat tijdens de campagne naar voren gekomen is, is het verkiezen in verschillende rondes. Een eerste ronde waar een rector wordt verkozen op basis van zijn persoon en zijn programma. De tweede ronde - en in onze democratie weet je bijna zeker dat die er komt als je meerdere kandidaten hebt - zou wat later moeten komen zodat die gebruikt kan worden door de kandidaten om hun ploeg samen te stellen. Dan zou je de tweede ronde kunnen doen met de ploeg. Dan zou je ook kunnen stemmen op basis van wie er in de ploeg zit. Dat vind ik persoonlijk een vrij goed idee. Dan stel je je ploeg samen en kan je je kiezers dat ook laten meenemen. Dat zijn zaken die de Academische Raad volgens mij beslist. Dan kunnen we daar verder in de toekomst aan gaan werken.»Veto: Klopt het dat u voor onderwijs huidig vicerector Ludo Melis zal kiezen?
Waer: «Als er één persoon is waar ik tot op vandaag niets dan positiefs over hoor, dan is het professor Melis. Het kan natuurlijk dat dat met de consultatie anders uitdraait. Maar nog eens, dat is een naam die iedereen met veel bewondering en appreciatie hoort. De implementatie van de diplomaruimte is zeker ook een argument om Melis nog langer te laten aanblijven, om hem vier jaar te houden. Het is alleszins iemand die ik enorm apprecieer, zowel qua kennis als persoonlijkheid.»
Veto: Hoe zal u de universiteit weer tot één geheel smeden?
Waer: «Dat zijn de emoties, hé. Het is in dit soort zaken belangrijk de problemen te herleiden tot hun essentie. En als je er goed over nadenkt, zie je de essentie van het probleem, dat we eigenlijk de filosofie van het bestuursmodel willen veranderen. Dat is een beetje de spanning die je tegenwoordig in alle universiteiten hebt. Oxford en Cambridge zijn ook door een soortgelijke crisis gegaan. Er zijn er die vinden dat een universiteit meer een bedrijf moet zijn, terwijl anderen voorstander zijn van een duidelijk democratisch systeem. En dat botst overal een beetje. Wat wij de laatste jaren hebben meegemaakt is een uiting van crisis omdat we een reeks zeer extreme personen gehad hebben die die interne systemen veruitwendigden. Ik denk dat rector Vervenne iemand is die heel sterk de democratische gedachte onderschrijft, maar ook als persoonlijkheid zeer sterk is. Tegelijk zijn er andere mensen die erg overtuigd zijn van een meer bedrijfsmatige aanpak en die ook een sterke persoonlijkheid hebben. Ik denk dus dat het probleem tot de keuze tussen twee modellen moet herleid worden en dat we nu in alle sereniteit moeten kiezen en dat dan ook heel consequent toepassen. De emotionaliteit is al een beetje uitgedoofd. Het therapeutische effect van de verkiezingen zal goed doen, denk ik. Ook een goede, neutrale ploeg zijn zal daar toe bijdragen. Geen ploeg die terecht of onterecht de indruk geeft tot één of ander kamp te behoren.»
Veto: Uw visie op de associatie en de vraag al dan niet inkantelen. U pleit tegen de inkanteling?
Waer: «Ik ben niet tegen de inkanteling as such, maar ik ben niet voor een ondoordachte inkanteling alvorens de criteria duidelijk gesteld zijn. We gaan er nu wel sowieso tijd voor hebben om erover na te denken, want de decreetgever heeft geen wettelijk kader willen creëren. Ik vraag me trouwens ook af, als hij dat nu niet heeft willen doen, wil dat niet zeggen dat er heel wat weerstand tegen is?»
VATEN
Veto: Wil u ook een aula met uw naam, zoals Pieter de Somer, de vorige medicus die het tot rector schopte?
Waer: «Neen, dat heb ik niet nodig. Als ik dat zou mogen kiezen, dan liever niet.»
Veto: Is daar een reden voor?
Waer: «Ja, er is daar eens een aantal jaren geleden en heel goede wetenschappelijke studie over verschenen. Dat was toen met het grote Enron schandaal in de States. Er waren toen nog verschillende van die bedrijven totaal ontspoord en men heeft die vergeleken met een aantal goed presterende bedrijven. Het grootste verschil dat men zag, was in de figuur van de CEO. Als de CEO veel met zichzelf bezig was dan ging het de verkeerde kant op. Wie een organisatie leidt, moet met die organisatie bezig zijn en daarin geïnteresseerd zijn, niet in zichzelf.»
Veto: Wat mogen de studenten van u verwachten?
Waer: «Een goede rector! En naar ik vermoed enkele vaten hé, dat is afgedwongen door LOKO.»
«Nee, ik denk dat ik iemand zal zijn die zeer open zal proberen te discussiëren, een intellectueel en een principieel open debat. Ik zal waarschijnlijk niet altijd toegeven. Qua medebestuur ben ik zeer enthousiast over het bestuur van de studenten. Ik vind dat de bestuurders zowel op raad van bestuur als Academische Raad en het College van Bestuur degene zijn die de dossiers het beste voorbereiden en die ook heel kritisch waren. Zelfs inzake confidentialiteit, waar in het begin aan getwijfeld werd toen er studenten kwamen in het bestuur zijn er totaal geen problemen geweest, dus wat mij betreft mag het medebestuur zelfs uitgebreid worden. Het enige waar ze niet in tussenkomen is de bijzondere academische raad rond de promotie van de professoren, de benoemingen. Wat mij betreft kunnen zij daar ook bij zijn. Zij zullen daar ook bijdrage kunnen leveren.»
