Marc Vandewalle, secretaris-generaal VLHORA

Nog eens 500 afvloeiingen in hogescholen door besparingen

De onderwijswereld verwelkomt Marc Vandewalle als nieuwe secretaris-generaal van de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA). Vanaf maandag begint het voormalig departementshoofd van de Katholieke Hogeschool Limburg aan zijn taak. Gelet op de nakende besparingsrondes staat Vandewalle voor een zware opdracht.

Ruben Bruynooghe & Maud Oeyen


Veto: Welke zijn voor u de grootste uitdagingen voor de VLHORA?

Marc Vandewalle: «De grootste bekommernis is het bekomen van een correcte financiering voor het hoger onderwijs en de hogescholen in het bijzonder. In het Pact 2020 (waarin 20 concrete doelstellingen worden geformuleerd die Vlaanderen tegen 2020 wil bereiken in het kader van Vlaanderen In Actie, red.) wordt een grote rol toegeschreven aan het hoger onderwijs. De taken die aan het hoger onderwijs worden opgelegd kunnen wij zeker aan, maar daar moet dan wel een correcte financiering tegenover staan.»

«Verder streven we naar een betere communicatie. De overheid moet duidelijk zien dat de hogescholen een belangrijke rol spelen op het vlak van innovatie. Ook het personeelsbeleid moet een stuk performanter.»

«Ten slotte zijn er nog het nieuwe accreditatiesysteem, de samenwerking met de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en natuurlijk de academisering.»


Veto: U heeft het over een correcte financiering, maar er worden wel besparingen aangekondigd. Toon Martens, de voorzitter van de VLHORA, zei vorig jaar in Veto dat er sprake kon zijn van 250 afvloeiingen bij het onderwijzend personeel in de hogescholen als er geen extra financiële inspanningen zouden komen.

Vandewalle: «Concrete cijfers heb ik nog niet, maar de voorzitter zal wel weten waarover hij spreekt wanneer hij het over die cijfers heeft. Het ging toen over afvloeiingen wanneer er geen extra inspanningen zouden worden geleverd om de partiële indexering te compenseren, maar momenteel staan we zelfs tegenover besparingsmaatregelen. Het lijkt me dan ook niet onwaarschijnlijk dat we met nog meer afvloeiingen te maken zullen krijgen. De besparingen voor het hoger onderwijs worden nu op dertig miljoen euro per jaar geraamd, dan spreken we over nog eens 500 jobs»

«we zijn niet tevreden met besparingen in plaats van de beloofde groei van tien percent.. Momenteel moet er financieel gezien ingeleverd worden op het hoger onderwijs, maar de minister heeft het over structurele maatregelen in plaats van eenmalige aanpassingen. Doordat we in 2010-2011 geen indexering meer zouden krijgen op onze financiering, terwijl de lonen wel worden geïndexeerd, krijgen we eigenlijk te maken met een systeem waarbij we ieder jaar minder geld ontvangen. Bovendien stijgen de studentenaantallen jaarlijks en vraagt dat in principe extra werkingsmiddelen. Die werkingsmiddelen zouden ook niet meer jaarlijks worden aangepast aan de realiteit, maar in plaats daarvan voor een langere periode hetzelfde nominale bedrag blijven. In feite kunnen we met het geld dat we krijgen van de overheid nu al niet meer alle taken die we hebben naar behoren uitvoeren.»


Veto: Tegen 2009 moet er een nieuw samenwerkingsverband zijn dat de taken van zowel de VLHORA als de VLIR overneemt. Wat moet er dan gebeuren met de huidige VLHORA en VLIR en hun personeel?

Vandewalle: «Na 2009 zullen er nog steeds evenveel opleidingen bezocht en geëvalueerd moeten worden. Het lijkt me waarschijnlijk dat die integratie geen afvloeiingen tot gevolg zal hebben. Misschien zelfs het tegendeel. Een herstructurering van het personeel lijkt me dan weer wel normaal. Bovendien zullen de VLIR en de VLHORA ook niet meteen ophouden te bestaan. Ik denk dat mijn recente aanstelling als secretaris-generaal daar een duidelijke aanwijzing voor is. De integratie in dat nieuwe samenwerkingsorgaan, de Vlaamse Universiteiten- en Hogescholenraad (VLUHR), zal eerder geleidelijk aan gebeuren.»

Dit artikel verscheen op maandag 16 november 2009 in nummer 08 van jaargang 36.