NTGent speelt 'Krapps Laatste Band' in STUK

Ejaculerende champagneflessen bieden geen meerwaarde

'Krapp's Last Tape', de eenakter die Iers auteur en Nobelprijswinnaar Samuel Beckett in 1958 schreef, ging aanvankelijk in première als voorprogramma bij zijn toneelstuk 'Endgame'. Het stuk is in uitgetypte versie dan ook niet langer dan vijf A4'tjes. Des te opmerkelijker dat NTGent uit de tekst zomaar even anderhalf uur theater puurde.

Maud Oeyen

Het concept is even eenvoudig als ingenieus. Het is ook - zo kennen we onze Samuel - betrekkelijk absurd. Een man genaamd Krapp (vertolkt door Steven Van Watermeulen) mijmert ieder jaar op zijn verjaardag over de gebeurtenissen van het afgelopen jaar, en vereeuwigt die mijmeringen daarbij op band. Bovendien luistert hij op dezelfde dag ook telkens naar een gelijkaardige band uit vroegere tijden. Wanneer het stuk zich afspeelt, zijn we aanbeland bij Krapps negenenzestigste verjaardag. Hij is alleen, bouwt een wat zielig feestje en beluistert een tape van dertig jaar terug.

Furie

Uit die oude tape blijkt dat Krapps eenzaamheid niet nieuw is. Hoewel de stem op de band jonger, vitaler en krachtiger klinkt dan de kwaakstem van de oude Krapp, is het verval al duidelijk hoorbaar. De jonge Krapp vertelt over zijn afscheid van de liefde, over de dood van zijn moeder. De oude Krapp gniffelt nu en dan schamper, beschimpt zijn jongere ik en gaat bij momenten door het lint van furie.

Eenzaamheid, verveling en vergankelijkheid op een geloofwaardige manier tot leven brengen zonder daarbij zelf in een oeverloze saaiheid te vervallen: het is een kunst die lang niet iedere kunstenaar beheerst. Dat de voorstelling uiteindelijk op zijn best is wanneer de uitvoering optimaal aansluit bij de oorspronkelijke tekst, zegt veel over Becketts talent als toneelschrijver.

Verkreukeld

Wij hebben alle begrip voor regisseurs die wanhopig worden wanneer ze zien dat hun genialiteit niet veel meer bij te dragen heeft aan wat er al bestaat. Beckett voorzag het script van Krapp's Last Tape van zoveel regie-aanwijzingen dat zelfs een tienjarige jodelaarster niet veel verkeerd zou kunnen doen met de tekst. "Als er niks af mag, dan doe ik er wel wat bij," moet regisseur Johan Simons hebben gedacht, waarop hij het spijtige besluit nam het stuk te laten voorafgaan door een behoorlijk op de zenuwen werkende intro van net geen half uur.

In dat half uur kleedt een verwaaide en volledig naakte Krapp zich langzaam aan, waarbij u 'langzaam' mag opvatten als een understatement. Nadat de - we zien het nu al - eenzame en gedesillusioneerde man even met zijn piemel heeft gespeeld, worden een vuil verkreukeld hemd, een gore broek en versleten schoenen opgevist uit de grote grindhoop die het podium siert. Het uitvergroten van de seksuele frustratie van Krapp lijkt achteraf gezien de meest uitgesproken vorm van 'bewerking' die Simons zichzelf permitteerde. De nadruk op dit aspect van Krapps persoon vertaalt zich in de naaktscène aan het begin van de voorstelling, de spielerei met een microfoon en enkele bananen of een vijftal ejaculerende champagneflessen. Goed gevonden? Bwa.

Less is more. Dat werd ook vanavond, met deze fijne maar jammer genoeg al te lang uitgesponnen versie van wat beter een korte maar krachtige Godverdomme was geweest, opnieuw bewezen.

Dit artikel verscheen op maandag 23 november 2009 in nummer 09 van jaargang 36. - Disclaimer