Lotte Dion

Brabantgedicht

De zonder meer ravissante Limburgse deerne Lotte Dodion werd zaterdag dertig januari jongstleden in het STUKcafé uitgeroepen tot beste Brabantse dichteres. Wij dwongen haar tot een gesprek. Het resultaat hebben we uitgetypt en wordt nu door u gelezen.

Geert Janssen


Veto: Wij zagen je overwinning zaterdag van ver aankomen. Had je het zelf in de gaten?

Lotte Dodion: «Ik wist wel dat ik mij absoluut niet slecht moest voelen als ik verloor. Dan was de jury duidelijk voor iets heel anders te vinden. Langs de ene kant zie je zoiets altijd aankomen. Langs de andere kant moet je toch wachten tot ze je naam afroepen.»


Veto: Rinske Van den Heuvel werd tweede, dat leek ons minder terecht.

Lotte: «Ik denk dat ze rekening hebben gehouden met haar leeftijd. Ze had wel meer présence en minder schrik dan andere finalisten. Ze hebben haar daardoor willen aanmoedigen. Ik vond de teksten van veel finalisten op papier beter dan bij het voorlezen. Spijtig, want voorlezen hoort er voor mij wel bij. Ik vond het een superleuke avond, maar ik weet niet of ik dat ook zou vinden als ik had verloren. Het was ook duidelijk dat Sylvie Marie er op het laatste moment was bijgehaald als presentatrice.»

Klootzakkenpoëzie

Veto: Hoe zou je je stijl, je genre omschrijven?

Lotte: «Wat ik helemaal niet leuk vind zijn heel bloemige, meisjesachtige gedichten. Je hebt dat vaak in Arabische poëzie. Honing en dat soort beelden. Ik hoop daar een antithese tegen te zijn. Ik heb het graag rauw maar meisjesachtig rauw. Klootzakkenpoëzie vind ik ook niet goed. Bij mij komt het bijna altijd neer op liefdesgedichten.»


Veto: Bij één gedicht hadden we zaterdag medelijden met je vriendje. Hoe autobiografisch is je poëzie?

Lotte: «Toon (Vanotterdijk, bassist van de Hechtelse mathrockformatie Six Hands, red.) vond het niet leuk dat gedicht te lezen. Ik haal veel uit mezelf, maar ik overdrijf het altijd. Ik heb vaak één zin of één woord dat gebaseerd is op wat ik meemaak. Daaruit ontstaat het beeld en van daaruit werk ik verder. Ik vertrek ook van wat er in mijn omgeving gebeurt, de scheiding van mijn ouders bijvoorbeeld. Ik schaaf eigenlijk nooit iets bij. Ik wacht heel lang voor ik iets opschrijf, een maand of twee zelfs. Eens neergeschreven wil ik het niet meer veranderen.»

Smijten


Veto: Hoe moeten we je omschrijven? Schrijfster? Dichteres?

Lotte: «Moeilijk te definiëren. Ik schrijf ook theatermonologen en kortverhalen maar dat zijn eigenlijk langgerekte gedichten. Mijn gedichten zijn wel bedoeld om voor te lezen. Ik vind dat gevoel van macht over het publiek leuk, mensen verplichten te luisteren. Ik vind het idee van publicatie in een boekje dat mensen zomaar aan de kant kunnen smijten veel erger.»


Veto: Wat zijn zoal je invloeden?

Lotte: «Ik denk dat mijn grootste invloeden mijn persoonlijke omgeving zijn eerder dan andere kunstenaars. Een paar jaar geleden bij Kunstbende Deluxe was Stijn Vrancken mijn coach. Ik ben hem blijven volgen en alles wat hij heeft geschreven vind ik geniaal. Het is een beetje een cliché maar ik vind Peter Verhelst heel straf.»

Opgefokt


Veto: Je werkt ook in STUK. Denk je dat een dergelijk creatieve omgeving je stimuleert?

Lotte: «Eigenlijk wel. De mensen die daar komen stralen een zeker enthousiasme voor cultuur uit. Als ik zelf naar iets ga kijken, ben ik altijd aan het einde van de voorstelling opgefokt dat ik zelf niet aan het schrijven ben.»


Veto: Waar wil je over tien jaar staan?

Lotte: «In de Dag Allemaal, Geert. (lacht)»


Veto: Dan moet je wel interviews geven die énkel over de echtscheiding van je ouders gaan.

Lotte: «Als ik echt mag kiezen wil ik wel schrijfster slash regisseuse slash actrice slash alles worden. De mogelijkheid om alles te doen onder mijn eigen voorwaarden.»


Veto: Vraag eens een subsidie aan Joke Schauvliege, die kent naar het schijnt toch niets van cultuur.

Een gedicht van Lotte Dodion vindt u op pagina 15

Dit artikel verscheen op maandag 8 februari 2010 in nummer 13 van jaargang 36. - Disclaimer