maandag 8 februari 2010 - jaargang 36 - nummer 13
Onder professoren | Christopher Colclough
Alle kinderen recht op onderwijs
Twee februari 2010. Patroonsfeest K.U.Leuven. 8.15AM. Vandaag reiken de studenten een eredoctoraat uit aan ontwikkelingseconoom Christopher Colclough die zich inspant voor onderwijs voor alle kinderen ter wereld. Onderweg worden wij bijna omvergelopen door een horde jonge kinderen. School. De hele Grote Markt is bedolven onder jongelingen die vrij vermoeid, verstrooid en verward ogen. Velen van hen haten school. Maar ze zouden hun klaslokaal voor geen geld willen missen. Althans, dat beweert professor Colclough.
Remy Amkreutz & Jeroen Deblaere
Veto: Wat beschouwt u als de belangrijkste bijdragen van uw onderzoek en werk?
Christopher Colclough: «Wellicht zal de meest belangrijkste bijdrage zich situeren in het kader van beleidshervormingen in ontwikkelingslanden. Ik heb onder andere proberen aan te tonen hoe regeringen onderwijs aan haar volledige bevolking kunnen aanbieden door een mengeling van het aanpassen van de prioriteiten en een aantal economische en sociale hervormingen.»
«Tegelijkertijd is al die jaren de financiële kloof tussen wat mogelijk en wat nodig is in de armste landen steeds vrij groot gebleven. In de laatste jaren heb ik geijverd voor een significante verhoging van de totale som die we voor onderwijs verplaatsen van het noorden naar het zuiden.»
Veto: Wat is de bron van uw passie?
Colclough: «Het fundamentele geloof dat onderwijs de enige manier is om mensen te bevrijden. Onderwijs is voor mij een van de krachtigste middelen tot sociale mobiliteit. Het kan ervoor zorgen dat mensen die nadelig aan het leven starten toch kunnen opklimmen.»
Veto: Toch moeten we dat effect ook in onze samenleving niet overschatten. Nog steeds worden financiële verschillen en klasseongelijkheden doorgegeven van generatie op generatie. Op welke manier bevordert onderwijs emancipatie?
Colclough: «Bestaande structuren zijn diep verankerd en kunnen niet zo eenvoudig omvergeworpen worden. In werkelijkheid hebben we - als een maatschappij echt meer sociale rechtvaardigheid wenst - sociale en politieke veranderingen nodig. Die veranderingen kunnen gestimuleerd worden door onderwijs, maar ze zullen er niet noodzakelijk door bereikt worden. In sommige van de rijkere Arabische olieproducerende landen is er een relatief hoge scholingsgraad en gaan er zelfs ongeveer evenveel meisjes als jongens naar school. Toch is politieke verandering in die maatschappijen moeilijk bereikbaar. Het gaat er daar natuurlijk om dat die vorm van onderwijs de bestaande structuren bevestigt.»
«Hoe je het ook bekijkt, het is dus niet omdat je jongeren laat deelnemen aan het onderwijssysteem, dat je meteen ook politieke en sociale verandering mag verwachten. Maar het is tegelijkertijd wel zo dat onderwijs een noodzakelijk instrument is in het bereiken van socio-politieke aanpassingen.»
Veto: Volgens uw onderzoek is de genderongelijkheid voor onderwijs niet zozeer te wijten aan armoede, dan wel aan culturele gebruiken. Is secularisatie een oplossing?
Colclough: «Ik denk niet dat secularisatie op zich een belangrijk deel van de oplossing is. Het is veeleer de manier waarop bepaalde geloofssystemen geïnterpreteerd worden, die resulteert in een fundamentele ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. In de grote religieuze teksten staan volgens mij ook geen zaken die aanleiding geven tot genderongelijkheid.»
Veto: Kan uw werk een oriëntalistische aanpak verweten worden? Wil u als 'wijze westerling' en ex-kolonisator de 'armen' en 'behoevenden' helpen?
Colclough: «Ik bekijk het niet op die manier. Het heeft te maken met de verantwoordelijkheid van iedereen - wereldwijd - die het goed heeft om hen die het minder goed hebben te helpen. Het heeft niets te maken met een historische kijk of koloniale verplichting.»
Veto: Vooruitgang betekent voor een economist uiteraard economische vooruitgang. In welke mate vormt het kapitalisme het kader voor het Education for All project? En worden mensen dan beschouwd als middelen voor economische groei?
Colclough: «Ik zie de mensen eerder als de begunstigde partij. Natuurlijk zijn de mensen zelf belangrijk voor de vooruitgang, want zonder zekere competenties van de bevolking zou een economie het heel moeilijk hebben om te evolueren. Maar ik denk niet zozeer in die tegenstelling tussen kapitalisme en socialisme. Het is bewezen dat zowel in kapitalistische als socialistische samenlevingen - hoewel je die laatste tegenwoordig nog moeilijk vindt (lacht) - het inkomen grotendeels bepaald wordt door de graad van scholing.»
«Ik beschouw onderwijs enerzijds als een manier om menselijk potentieel te verhogen, maar anderzijds ook om ze meer productief - in elke zin van het woord - in hun leven te laten staan. Het grote argument voor meer toegang tot beter onderwijs is een hogere alfabetisering, die centraal staat in het leven van elk mens. Wanneer je beroofd wordt van lezen en schrijven, word je voor een deel ook beroofd van deelnemen aan de samenleving.»
Veto: Wanneer wij ontwikkelingshulp aanbieden, exporteren wij dan ook in grote mate ons ideeënpatroon mee?
Colclough: «We moeten daar voorzichtig mee zijn. Diversiteit maakt onze wereld veel rijker. Het zou een ramp zijn mocht de cultuur in pakweg Botswana op het spel staan als een gevolg van de uitbreiding van ons eigen onderwijssysteem.»
Veto: Sommige staatshoofden hebben ongetwijfeld baat bij onopgeleide burgers. Hoe kunnen we dat tegengaan?
Colclough: «Actie is meestal nodig op internationale fora. We moeten die landen herinneren aan waar zij zichzelf toe verbonden hebben met betrekking tot de mensenrechten. Tegenwoordig is de internationale strategie er een die ontwikkelingslanden garandeert dat zij geen problemen zullen ondervinden wanneer ze een goed plan voorstellen. Noordelijke landen komen dan ook zeker over de financiële brug.»
Veto: Wat gebeurt er wanneer corrupte ambtenaren of staatshoofden de geldstromen afromen?
Colclough: «Er zijn inderdaad landen die niet de structuren hebben om het geld op de juiste plaats te doen belanden. Geld geven zou dan alleen maar resulteren in de rijken nog rijker maken. Dat is een héél groot probleem.»
Veto: Op welke manier heeft het Westen belang bij een Zuiden met kwaliteitsvol onderwijs?
Colclough: «Het is ongetwijfeld in ons belang. In de eerste plaats kunnen ze belangrijke handelspartners zijn. Bovendien is onderwijs sinds elf september ook een belangrijk thema geworden in de discussie rond de war on terror. Het fundamentalistische terrorisme wordt vaak veroorzaakt door een gebrek aan opleiding. Velen die geen enkele vorm van onderwijs kregen, zijn makkelijk vatbaar voor fundamentalistische visies.»
Veto: Kan Education for All dan beschouwd worden als een deelproject van de war on terror?
Colclough: «Neen, helemaal niet. Het gaat er om ontwikkeling en vrijheid naar mensen te brengen. Dat is trouwens al een tijdje zo, nog voor de oorlog tegen het terrorisme echt bestond. Mijn punt is eigenlijk dat terrorisme soms de argumenten in het Noorden versterkt, omdat onderwijs ook goed kan zijn tegen terrorisme. Maar het is in elk geval geen hoofdargument van mij om het Education for All project mee te gaan verdedigen.»
Dit artikel verscheen op maandag 8 februari 2010 in nummer 13 van jaargang 36. - Disclaimer
