Altijd al heb je lange stijle haren gehad

Kleine kunst

14 december 2020
Artikel
Auteur(s): Charlotte Van Gucht
Kunst hoeft niet monumentaal te zijn om iets te vertellen. 'Kleine kunst' herbergt woordkunst in zijn fijnste vorm, om in te verzinken, te overpeinzen en van te genieten.

Altijd al heb je lange stijle haren gehad, maar lieve zus, de keren dat ik ze zo uit je hoofd wilde trekken, zijn niet meer op één hand te tellen. Zoals wanneer je me niet met je barbies liet spelen. Je had me geduldig uitgelegd dat ik ze alleen maar vuil zou maken en ik had geschreeuwd dat jij niets anders deed dan ze wassen en aankleden. Ik daarentegen, zou ze mee op avontuur nemen en ze de tuin laten ontdekken! Ik mocht niet. Ik deed het toch. Ik stak ze achteraf keurig terug in hun dozen, hopende dat je de klompen modder in hun blonde haren niet zou opmerken. Je hebt me dagen genegeerd terwijl je vastberaden hun haren waste in de gootsteen.

Wanneer je naar voren leunde om op play te drukken op je nieuwe laptop, voelde ik vanop mijn plaats op je schoot hoe je haren mijn wang kietelden. Jij was acht jaar ouder dan ik dus jij wist alles over het internet en waar je de films kon vinden die wij leuk vonden. Uiteraard keken we als eerste alle films van Twilight. Jij moest iedere vijf minuten op pauze drukken om mij uit te leggen wat er gaande was, maar je keek nooit zonder mij. En wanneer ik groter werd en mijn Engels beter, haalde je er gewoon een extra stoel bij.

Wanneer je uit huis ging, gebeurde dit geleidelijk. Als een soort omgekeerde dief bracht je jouw spullen naar zijn huis. Het startte waarschijnlijk onschuldig, met je tandenborstel of zo. Het eindigde met het uiteen schroeven van je IKEA kleerkast, aangezien het merendeel van je kleren toch al bij hem lag. Het enige wat je achterliet, waren je lange haren die het doucheputje verstopten. Oh, en je barbies, die liet je ook achter voor mij.

Wanneer je trouwde, zat je haar in een half opgestoken kapsel. Het was niet je eigen haar, maar ik denk niet dat de gasten opmerkten dat jouw haar iets dunner was geweest. En een beetje donkerder. Ze hadden toch niet dichtbij genoeg kunnen komen, mama waarschuwde hen om hun handen en kussen bij te houden. Ik was jouw getuige. Mijn handtekening was nog niet bindend dus mama moest ook tekenen, maar jij had mij de taak toegewezen om daar vooraan naast jou te staan.

Wanneer ik terugkwam van school in het tweede middelbaar, zat je daar in onze fauteuil bij het raam. Met gesloten ogen en de zon op je gezicht. Het zonlicht deed je huid onnatuurlijk bleek lijken, bijna doorschijnend. Ik kon de aderen in de huid rondom je ogen zien. Dun als een eierschaal. Wanneer ik met mijn hand over je hoofd ging voelde het glad en koel, maar verrassend stevig.

Wanneer haar terug groeit na een chemobeurt kan het een andere kleur en textuur hebben, dat had jij ergens gelezen. We brachten onze dagen door al fantaserend over hoe jouw haar eruit zou gaan zien. Wat als je plots een dikke bos krullen had? Wat als je plots borstelige wenkbrauwen had? Wat als je plots ros was? We lachten en lachten en lachten. Tot je zo uitgeput was dat je moest gaan rusten.

Je haar groeide terug in dezelfde kleur. Onvoorstelbaar zacht.