Coronalast weegt zwaar op onderzoeksprojecten

Spreken we later over coronaonderzoeken?

24 december 2020
Artikel
Auteur(s): Sjereno Cörvers
Corona heeft nadelige effecten op lopende onderzoeken, op onderzoekers zelf en op hun beginnende carrière. Het is hoog tijd om deze in kaart te brengen.

Corona schaadt veel processen in de samenleving: van de detailhandel tot de luchtvaartsector.  Wat echter minder in de schijnwerpers staat, is de schade die coronamaatregelen berokkent aan lopende academische onderzoeken. Het is van groot belang dat er berichtgeving is over de problemen die professoren en doctorandi ondervinden en hoe de KU Leuven en externe financierders hun ondersteunen.

Professoren en doctorandi hebben bijvoorbeeld minder toegang tot proefpersonen. Dit mag minder gelden voor fundamentele onderzoeken, maar eens te meer voor bijvoorbeeld sociale en biomedische wetenschappen. 

Anekdotische schade

Roi Pineda uit de Filipijnen zou dit jaar promoveren in de biomedische wetenschappen. Dit jaar zou hij zijn onderzoek afronden, als corona geen roet in het eten had gegooid. Gezien hij onderzoek doet naar multitasken bij verstandelijk beperkte atleten, moet hij zich in één ruimte begeven met zijn proefpersonen, wat momenteel nogal lastig is.

'We wachten geduldig tot mensen moedig genoeg zijn om aan het onderzoek deel te nemen'

Roi Pineda, doctorandus KU Leuven

Dit is helaas niet het enige obstakel waar hij tegenaan loopt. Het is veel lastiger om proefpersonen te vinden gezien zij vaak in een woongroep verblijven. Begeleiders van deze woongroepen staan uiteraard niet te springen om hun cliënten 'uit te lenen' voor onderzoek, hoewel zij hier het nut van inzien. Dit wegens de welbekende coronabubbels en de angst om het virus in de instelling te introduceren. 'We zetten geen druk op de woongroepen, maar wachten geduldig tot mensen moedig genoeg zijn om aan het onderzoek deel te nemen', zegt Pineda. 

Doctorandi proberen creatief te zijn door bijvoorbeeld het literatuuronderzoek naar voren te schuiven en te hopen dat zij in de toekomst hun veldonderzoek wel kunnen uitvoeren. Ook proberen zij creatief om te gaan met de onderzoeksvraag en verwachte resultaten. Pineda zit echter in de laatste fase van zijn doctoraat en het veldonderzoek is een fundamenteel onderdeel van zijn onderzoek. 

In mei zou hij klaar moeten zijn, maar dat redt hij nooit. Daarbovenop komt dat hij niet langer in België mag blijven van de wet, omdat hij een internationale student van buiten de EU is en hij een eindig contract heeft - zoals alle doctorandi - met een vooraf bepaald eindproduct. Dit alles werkt zeer stresserend. Om nog maar te zwijgen over het maandenlange gemis van zijn familie en vrienden in de Filipijnen. 

Ondervonden problemen

Ook onderzoekers en professoren van andere departementen lopen onontkomelijk tegen problemen aan. Wat doet een antropoloog die andere culturen onderzoekt op een ander continent, als hij of zij deze culturen niet kan bezoeken? Hoe kan je als psycholoog een goed interview afnemen via Zoom, waarin toch een groot deel van de non-verbale communicatie, die 70% van onze communicatie behelst, wegvalt? Dit is niet makkelijk te ondervangen. 

'De meeste promotoren proberen om doctorandi te accommoderen door financiële reserves aan te boren als deze er zijn'

Bart Meuleman, professor Faculteit Sociale Wetenschappen

Afgaande op wat meerdere professoren en Reine Meylaerts, vicerector onderzoeksbeleid, vertellen, zijn er nog geen onderzoeken die volledig zijn opgeschort. Dit mag een opluchting zijn. De grootste miserie is zo vooralsnog geen werkelijkheid voor de meesten. Doch zal de tijd moeten uitwijzen of er niet meer en meer gevallen zullen komen waar dit wel gebeurt. Pineda houdt zijn hart in ieder geval vast. 

Buiten het moeilijk vinden van proefpersonen en andere participanten zijn er nog veel andere nadelige effecten van de coronamaatregelen op doctorandi en onderzoeken. Onderzoekers in het buitenland moesten hals over kop vertrekken naar hun thuisland waardoor zij vertraging oplopen. Financierders kunnen het loon helaas vaak niet verlengen. 

Maar ook congressen kunnen niet fysiek bijgewoond worden, terwijl je daar als beginnende academicus veel contacten opdoet. Kathleen Buellens, hoofddocent aan de Faculteit Sociale Wetenschappen, onderstreept daarnaast dat 'de impact van corona zichtbaar is doordat teamwerk moeilijker is'. Een belangrijk onderdeel is het aftoetsen van ideeën met collega's. 'Zoom vangt dit deels op, maar is toch anders dan "echt" contact', gaat zij verder. 

Miserie gaat door

Bart Meuleman, professor aan de Faculteit Sociale Wetenschappen, stelt dat 'de meeste promotoren proberen om doctorandi te accommoderen door financiële reserves aan te boren als deze er zijn'. Hij meent dat 'het grote gevaar is dat mensen gedemotiveerd raken door alle sociale en onderzoeksgerelateerde problemen die zij ervaren'.

De zakken van de KU Leuven zijn niet oneindig diep

Een ander aanzienlijk probleem is financiering. Dit geldt vooral voor doctorandi. Zij hebben namelijk een contract van bepaalde tijd, meestal drie à vier jaar, met een vooraf bepaald eindproduct. Hun loon en de onderzoekskosten worden gefinancierd door de KU Leuven zelf of door externe financierders zoals het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO). Alles hierover is ook van tevoren vastgelegd. 

Volgens Meuleman zijn er niet alleen maar nadelen aan de pandemie. Er zijn ook lichtpuntjes voor (toekomstige) onderzoekers. Zo ontstaan er allerlei nieuwe onderzoeksvragen. Het nadeel is dan weer dat huidige doctoraatsstudenten hier niet meer op kunnen inspelen. Voor virologen, epidemiologen en soortgelijke domeinen is de pandemie qua onderzoek wel een goudmijn. 

Ondersteuning KU Leuven

De KU Leuven doet wat zij kan, maar staat ook met haar rug tegen de muur. Zij heeft een website opgezet met veelgestelde vragen. Er is een coronameldpunt opgezet vanuit de KU Leuven waar problemen veroorzaakt door de pandemie of de maatregelen gemeld kunnen worden. 

Het is zaak voor onderzoekers die vastlopen in hun onderzoek een zo gedetailleerd mogelijke beschrijving te geven van waar zij tegenaan lopen. Er wordt dan gezocht naar een passende oplossing, met prioriteit voor onderzoeken die niet meer op tijd afgerond kunnen worden. 

Daar waar mogelijk zal de KU Leuven zelf financiering verlenen. Maar de zakken van onze alma mater zijn niet oneindig diep. Wat betreft externe financierders kan de KU Leuven naast onderhandelen niet veel doen. Meylaerts en promotoren proberen hier vol op in te zetten, helaas niet altijd met succes. 

Steun van FWO

Het FWO is een financierder voor wetenschappelijk onderzoek van de Vlaamse overheid. Ook zij hebben een informatiewebsite opgezet voor vastlopende onderzoekers. Tot nu toe hebben zij landelijk 25 aanvragen voor verlenging binnen gekregen.

Minister Crevits heeft in de loop van 2020 vijf miljoen euro extra vrijgemaakt om twee specifieke COVID-oproepen te ondersteunen

'Het FWO voorziet in de mogelijkheid om omwille van medische of sociale redenen, waarbij het werk voor langer dan drie maanden moet onderbroken worden, in de mogelijkheid om het mandaat met 1 jaar te verlengen', zegt Hans Willems, secretaris-generaal van het FWO. Dit was vóór de crisis één jaar. Een verhoging van de financiering zodat het loon van een onderzoeker langer betaald kan worden is ook voor hen lastig. Ook hun zakken zijn niet oneindig diep.

Voor bepaalde FWO-programma's die steunen op Europese samenwerkingsverbanden kan de indientermijn verlengd worden. Dit gebeurt niet automatisch en moet dus per onderzoeksproject worden bekeken. Hiervoor dient men een aanvraag in te dienen.

Geldelijke oplossingen kunnen alleen gebeuren indien er extra geld beschikbaar wordt gemaakt door de Vlaamse overheid en er uniforme afspraken gemaakt kunnen worden. Pas dan kunnen alle Vlaamse onderzoekers behandeld  worden volgens het principe van gelijke monniken, gelijke kappen.

Minister Crevits, Vlaams minister van Economie, Werk en Innovatie, heeft in de loop van 2020 vijf miljoen euro extra vrij gemaakt om twee specifieke COVID-oproepen te ondersteunen. Willems zegt hierover: 'Waar de eerste oproep – midden in de eerste lockdown – zich vooral focuste op de medische en virologische impact van de crisis, bood de tweede oproep ruimte aan een brede groep van disciplines die de impact en gevolgen van de huidige situatie als onderzoekstopic hadden.'