De Russische beer heeft geen schrik van een ongewapend Europa

Splinter

27 februari 2022
Splinter
Auteur(s): Bram Hulshoff
De oorlog in Oekraïne maakt pijnlijk duidelijk dat leiders als Poetin enkel worden afgeschrikt wanneer economische en militaire macht samengaan, vindt Bram Hulshoff.

In West-Europa, ogenschijnlijk ver verwijderd van de Russische dreiging in het Oosten, lijken we vergeten te zijn dat defensie een publiek goed is. Legers zijn noodzakelijk om de veiligheid van samenlevingen te waarborgen. Niet alleen in België, maar in heel Europa: politiek, cultuur en economie zijn daarvan afhankelijk. Wanneer we het over publieke goederen hebben, gaat het echter vooral over gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur en een duurzaam milieu; zaken die een vrij directe impact op het leven van burgers hebben.  

De paraplu van de VS

Sinds de Koude Oorlog heeft West-Europa zich, onder de militaire paraplu van de VS, voornamelijk gericht op het verstrekken van publieke goederen die de sociaaleconomische kwaliteit van het leven van burgers zichtbaar verbeterde en veel minder op defensie. 

Aan de grenzen van Europa bevindt zich met Rusland echter een gevallen grootmacht die de tandeloze en decadent achteroverleunende Europeanen graag aan het belang van defensie herinnert. Poetin, in de rol van een hedendaagse tsaar, poogt het prestige van Rusland te herstellen door een Groot-Russisch ideaal na te streven.

Europa moet zich definitief emanciperen van de VS

De huidige inval in Oekraïne en de eerdere annexatie van de Krim, de inval in Georgië, het gerommel in de territoriale wateren en aan de grenzen van Europese landen, het veelvuldig schenden van internationale regels en verdragen en een crisis tussen het Westen en Rusland zijn het gevolg. Daarmee worden niet alleen de vrede, de veiligheid en het recht op zelfbeschikking van Oost-Europese landen geschonden, maar wordt ook de ogenschijnlijk veilige en stabiele leefwereld van welvarende EU- en NAVO-lidstaten getroffen.

Nu de VS zijn militaire paraplu steeds verder intrekt om zijn hegemonie in Azië te handhaven tegenover de opkomende macht van China, blijkt Europa uiterst kwetsbaar te zijn tegenover de economische en militaire dreiging van Rusland. Poetin lijkt er immers terecht op te rekenen dat Europa bereid noch in staat is om werkelijk weerstand te bieden aan zijn geopolitieke machinaties. Zolang hij een bepaalde grens, die hij telkens probeert op te rekken, niet overschrijdt, zal Europa 'sterk' veroordelen maar niet handelen.  

Een Europees leger

Dat blijkt wederom het geval bij de Oekraïense kwestie. Rusland, afgezien van zijn gasmacht een economisch zwakke speler, speelt daarbij zijn militaire macht als troefkaart uit. Militaire kracht en zwakte zijn dan ook belangrijke valuta in Poetins geopolitieke spel. In dat spel bleek Europa niet in staat om de militaire spierballen te tonen die Poetin hadden kunnen afschrikken. 

De EU en Europese NAVO-lidstaten zullen daarom een deel van hun aanzienlijke economische welvaart moeten bundelen om een legermacht op te bouwen die in de toekomst wél bereid en in staat is om externe dreigingen het hoofd te bieden. Elke lidstaat zou de NAVO-norm van twee procent van het bbp in een gezamenlijk EU-leger moeten steken waarin onder andere sprake is van volledig gemeenschappelijk materieel, gedeelde wervingen, trainingen en opleidingen, en een gemeenschappelijk commando.

Europa moet zich definitief losrukken van de VS en zich herinneren dat waarden en geopolitieke invloed niet enkel worden afgedwongen door economische, maar evenzeer door militaire macht. Defensie is een publiek goed: schat het op waarde.

 

Bram Hulshoff is kersvers alumnus van de KU Leuven, studeerde filosofie en geschiedenis en doet op dit moment een doctoraatsonderzoek in economische geschiedenis aan Wageningen University and Research.