Een jointje roken met je vader

Splinter

25 april 2022
Splinter
Auteur(s): Jan Costers
Hoewel marihuana al iets meer aanvaard wordt als recreatieve softdrug, blijft het voorlopig hangen in een sfeer van criminaliteit en illegaliteit. Het heersende discours hinkt achter op de realiteit.

Als het in het publieke debat over drugs gaat, zijn er altijd mensen die hun onwrikbare standpunt tegen de legalisering van (soft)drugs willen verdedigen, zoals een zekere burgemeester van Antwerpen. Telkens weer wordt er gewezen op alle gevaren die drugs met zich meebrengen. Maar de argumenten die aangehaald worden zijn vaak makkelijk te weerleggen.

Sommige gevaren van het drugsmilieu – schimmige dealers, eventuele bendevormingen en -oorlogen, drugs waarvan de exacte inhoud onbekend is – zijn echter niet inherent aan de specifieke drugs, maar net aan de illegaliteit ervan. De Amerikaanse drooglegging van de jaren 1920 bewijst dat niet de substantie, maar vooral de criminalisering ervan voor het gevaar zorgt.
Een legalisering zorgt ervoor dat kopers op een veilige manier en bij geverifieerde verkooppunten een gecontroleerde dosis van een bepaald middel kunnen aanschaffen. Veiligheid en zekerheid bij zowel de aankoop als de productie: twee vliegen in een klap.

Maar in het debat verwijzen tegenstanders vaak naar alle mogelijke schadelijke gevolgen die het druggebruik zelf met zich mee kan brengen. De abstracte of hypothetische stellingen verbleken in de praktijk echter al snel tot schijnargumenten.

Als we ons tot marihuana beperken, wordt er al snel gewezen naar de mogelijkheid van een negatieve reactie op de drug, in de vorm van angst- of paniekaanvallen, een psychose of paranoia. Die mogelijke schadelijke gevolgen zijn reëel, maar zijn vooral een argument vóór legalisering. Een centrum waar mensen op een gecontroleerde en veilige manier kunnen kennismaken met marihuana en de effecten die ze ervan ondervinden is alvast te verkiezen boven de groepsdruk van een paar tienervrienden die in het geniep hun eerste joint opsteken.

Als je bier met verstand kan drinken, waarom dan geen jointje roken?

Bovendien zou je die redenering ook kunnen toepassen op alcoholgebruik. Wie die vergelijking niet wil zien, maakt zich schuldig aan hypocrisie. Hoewel alcohol als harddrug geclassificeerd kan worden, en veel schadelijker is dan een softdrug als marihuana, hebben we geen enkel probleem met de legaliteit ervan. Meer nog: we bombarderen het tot een van onze symbolen van nationale trots. Als je bier met verstand kan drinken, waarom dan geen jointje roken? Het argument van de gevaren van een verslaving bij drugs is immers ook universeel. Mensen raken verslaafd aan sigaretten, alcohol, suiker, sporten of hun sociale media. Om die allemaal te verbieden staat er niemand te springen.

Als student ben ik na een nachtje stappen regelmatig wakker geworden met een kater en zwarte gaten over die nacht. Sinds de coronaperiode heb ik de Stella wat meer ingeruild voor de pretsigaret, met alleen maar positieve gevolgen. Het delen van een jointje met wat maten verscherpt het groepsgevoel op een rustige avond. Bij een avondje chillen met een joint komen er geen adjes aan te pas.

In mijn omgeving merk ik ook dat het beeld van de drugsjunkie – op vlak van marihuana – al jaren niet meer opgaat. De mensen waarmee ik al een joint gedeeld heb, variëren even hard als het gemiddelde caféterras: van studenten tot leerkrachten, ambtenaren tot bedrijfsleiders. Wanneer ik af en toe het thuisfront bezoek, is de gebruikelijke pint die vader en zoon delen ondertussen ook al ingeruild voor diens kalmere variant. 'Gaan we vanavond naar de sterren kijken?', luidt de vraag dan. Een uurtje later bezichtigen twee generaties samen de nachtelijke hemel. Af en toe blazen we een gedeeld rooksignaal. Het is een scène van vrede en begrip, niet van criminaliteit.