Een zestiger die voor Veto schrijft, dat is sowieso relevant

Het winteressay van Kristien Hemmerechts

20 december 2021
Essay
Kristien Hemmerechts denkt na over de categorieën 'jong' en 'oud' en pleit voor wederzijds begrip. 'Het is onzinnig om mensen te reduceren tot hun leeftijd, maar het gebeurt voortdurend.'

Afgelopen zomer heb ik mijn zesenzestigste verjaardag gevierd, waarna ik mijn tweede jaar inzette als gepensioneerde. Zoals heel wat generatiegenoten – ik noem hen 'jonggepensioneerden' – is mijn leven intussen weer even druk als voordien zodat er goddank nooit sprake is geweest van enig zwart gat. Als schrijver geniet ik daarbij het grote voordeel dat die beroepsgroep niet met pensioen wordt gestuurd. De docente is met pensioen, de schrijfster niet. Hoe dan ook wil ik de redactie van Veto bedanken omdat ze me hier aan het woord laten komen, en dat terwijl ik officieel te oud word geacht om als docent voor studenten op te treden. Uiteraard besef ik het belang van nieuw en jong bloed, nieuwe en jonge ideeën, nieuwe en jonge invalshoeken, maar dat neemt niet weg dat het best bevreemdend is om officieel te oud te worden verklaard voor onderwijs. Het is niet alsof mijn hersenen plotseling zijn verdampt.

Zoals nogal wat mensen van mijn leeftijd voel ik me niet oud, al weet ik dat ik het bén. Mijn drieënnegentigjarige moeder voelt zich trouwens ook niet oud, ik begin te vermoeden dat mensen zich nooit oud voelen, tenzij ze getroffen worden door ziekte, rampspoed en/of verdriet. Dat is op zich goed nieuws, maar ook slecht nieuws, want oudere mensen zitten dus wel voortdurend aan te hikken tegen de perceptie van anderen die niet klopt met hun zelfbeeld. Dramatisch is dat niet en er valt best mee te leven. Toch denk ik dat het heilzaam is om ons bewust te zijn van de vele vooroordelen die we aan leeftijd koppelen, en dit voor álle leeftijden en in alle richtingen. Dankzij Greta Thunberg weet de wereld intussen dat een jong iemand meer kracht en wijsheid en moed in zich kan hebben dan een legertje ouderen. Het is iets wat 'we' nog altijd te weinig doen: goed luisteren naar jonge mensen, hen aanmoedigen om te uiten wat er in hen omgaat en wat ze denken. Het gebeurt, maar het gebeurt niet genoeg. De leeftijdsgroepen zitten kortom te veel in vakjes, in hokjes, in groepen dus. Die moeten op de schop.

De bejaarde caissière

Ik heb veel jaren een vak creatief schrijven gegeven aan studenten, wat me vaak een unieke inkijk bood in het gemoedsleven en de psyche van mijn jongere medemens. Een van de dingen die me daarbij telkens weer opviel was het uitgesproken negatieve beeld dat van oudere mensen werd geschetst. 'Oud' kon daarbij al betekenen boven de vijfendertig jaar. Ik kan me herinneren hoe oud ik op mijn twintigste iemand van dertig vond, in dat opzicht is er dus weinig veranderd. Zorgwekkend is wel hoe het leven van oudere mensen steevast wordt voorgesteld als leeg, mislukt, eenzaam. Op een bepaald moment begon ik het als een kleine missie te beschouwen om mijn studenten ervan te overtuigen dat er leven is na je veertigste en zelfs nog veel langer. Er is leven, er is seks, er zijn liefde en verliefdheid, er zijn boeiende dingen. Eigenlijk is er leven zolang als je leeft. Punt.


Zoals nogal wat mensen van mijn leeftijd voel ik me niet oud, al weet ik dat ik het bén. Mijn drieënnegentigjarige moeder voelt zich trouwens ook niet oud

Kijk, zei ik, als je niet op tijd doodgaat, word je fataal ouder. Je hoeft er geen inspanning voor te doen, het gebeurt automatisch. Ik zou niet willen dat je denkt dat er je een leven van chagrijn en verbittering en ontgoochelingen te wachten staat.

Het onderwerp kwam andermaal aan bod naar aanleiding van een student die het in haar tekst had over 'de bejaarde caissière' – of voor Vlamingen: de kassierster. Op mijn vraag hoe oud deze dame was, volgde het antwoord: zestig. Ah, zei ik, zestig is dus bejaard, goed om te weten. Ik had die kaap toen al genomen en probeerde te wennen aan de gedachte dat ik voortaan als bejaarde door het leven ging. Een andere studente gaf toe dat ze zich niet kon voorstellen dat iemand boven de zeventig haar iets interessants zou kunnen vertellen. Het gesprek schoot alle richtingen uit en we besloten het als onderwerp voor de volgende schrijfopdracht te kiezen. Zowel bedenkingen als concrete voorvallen mochten aan bod komen.

Een kloof tussen generaties

Van het 'experiment' is me vooral bijgebleven dat jonge mensen zich vaak onheus behandeld voelen door oudere mensen, en dat oudere mensen blijkbaar vaak gemeen uithalen naar jongere, vooral – zo kon ik afleiden uit de teksten – op het openbaar vervoer. Het water tussen de generaties bleek nog veel dieper dan ik had gedacht.

Is dat erg?

Eigenlijk wel.

Oudere mensen hebben niet noodzakelijk de wijsheid in pacht, maar ze hebben wel per definitie meer ervaring dan jonge mensen. Met die ervaring kunnen jonge mensen hun profijt doen. Jonge mensen hebben niet noodzakelijk originele ideeën, maar ze kunnen wel een frisse wind laten waaien. Ze kunnen oudere mensen aan het denken zetten, en hen uitdagen om hun vaste waarden en waarheden in twijfel te trekken. We kunnen kortom veel leren van elkaar.


Het water tussen de generaties bleek nog veel dieper dan ik had gedacht

De laatste tijd groeit het besef dat we mensen misschien beter niet in het hokje man of vrouw kunnen plaatsen, omdat die hokjes niet voor iedereen functioneren. Ze zijn te eng, te beperkend. Misschien kan in een volgende stap de focus op leeftijd worden ontmanteld. Nu gaat er veel aandacht naar; iemands leeftijd wordt heel vaak vermeld en/of gevraagd. We zouden daar eens mee kunnen ophouden, om zo meer de mens te zien, en niet hun leeftijd, en dit voor álle leeftijden. Het is onzinnig om mensen te reduceren tot hun leeftijd, maar het gebeurt voortdurend.

Dat alles neemt niet weg dat een mens uiteraard gevormd wordt door de tijd waarin hij/zij leeft. Wanneer ik mijn jeugd en kindertijd vergelijk met die van kinderen en jonge mensen vandaag, zijn de verschillen gigantisch. Om te beginnen heb ik de indruk dat mijn generatiegenoten meer kind konden zijn, mochten zijn en misschien zelfs moesten zijn. We werden 'onnozel' gehouden, we wisten veel minder én er werd minder rekening gehouden met wat wij wilden of wensten. Veel werd opgelegd, het was te nemen of te laten. Het ging er heel wat strenger en autoritairder aan toe. Het zou een schok zijn voor jonge mensen vandaag om naar die tijd te worden gekatapulteerd. Ze zouden niet weten wat hun overkomt.

Daten: van stamcafé naar Tinder 

Wij hadden uiteraard geen mobiele telefoon, geen internet, geen sociale media. De meeste koten in Leuven hadden zelfs geen telefoon. Als je iemand wilde zien, ging je bij hem of haar langs in de hoop dat die thuis was. Of je ging naar iemands stamcafé, want misschien was hij/zij daar. 

Het begrip 'daten' bestond niet, net zoals trouwens de 'hug'. Die zijn allebei via film en televisie uit de Verenigde Staten overgewaaid. 'Daten' biedt een veel grotere vrijblijvendheid dan hoe het vroeger ging. Hoe ging het dan vroeger? Ik zou zeggen: vraag het eens aan je ouders en/of grootouders.


Als je niet op tijd doodgaat, word je fataal ouder

De seksuele vrijheid is nu vele malen groter dan toen ik jong was. Vandaag wordt het min of meer als normaal beschouwd dat je meerdere bedpartners hebt – niet noodzakelijk tegelijkertijd. In mijn tijd zette je daarmee je reputatie op het spel. Het was een lastig navigeren tussen seks hebben en ook niet hebben. Het was niet evident om aan betrouwbare contraceptie te geraken, wat uiteraard een domper op de sekspret zette. Ik denk dat jonge mensen niet beseffen hoeveel vrijheid en vanzelfsprekendheid ze op dat vlak genieten. Die vrijheid heeft ook zijn prijs. In het datingwereldje kan het er behoorlijk hard en harteloos aan toegaan, dat hebben die teksten creatief schrijven me ook wel bijgebracht. Liefde en seks zullen altijd ingewikkeld blijven, maar er is nu in ieder geval meer ruimte om te exploreren en te experimenteren, ook trouwens voor oudere mensen.

Ik nader het einde van dit 'essay', wat betekent dat het tijd is voor een forse conclusie, iets citeerbaars, een uitspraak die ons de illusie verschaft een stap verder te zijn gekomen, een probleem een beetje uit de weg te hebben geholpen. Helaas kan ik niets uit mijn mouw schudden dat al niet hierboven staat. Over die hokjes en zo. Dat die dringend gesloopt moeten worden. En dat alle vooroordelen op een hoop moeten worden gegooid en in de fik gestoken. En dat we veel met elkaar moeten praten en goed naar elkaar moeten luisteren om van elkaar te leren. Aha, dus toch een conclusie én een slot.


Kristien Hemmerechts is een gevestigde en bekroonde waarde in het Vlaamse literaire landschap. Ze schreef romans, essays, opiniestukken, reisverhalen en zelfs filmscenario’s. Ze doceerde jarenlang creatief schrijven aan de studenten drama van het Conservatorium Antwerpen. Van 2015 tot en met 2020 doceerde ze datzelfde vak aan de KU Leuven.