'Er staat een huis in de Albertlaan, een tempel van het recht'

De oudste fakbar van Leuven: een portret

08 maart 2021
Reportage
Het Huis der Rechten was de eerste Vlaamse fakbar. Het groeide uit van studentenhuis met jukebox en tafelvoetballende proffen tot danscafé met sluitingsuur en een palet aan kleurrijke tradities.

De Tiensestraat ligt er tegenwoordig verlaten bij. Vooral 's avonds valt het contrast op met vroeger, toen corona nog stond voor een biertje met tequila en anderhalve meter voor zestien pilsjes in een houten plank. Zonder de bonkende muziek en de keuvelende studenten die in normale tijden uit alle hoeken van de stad naar de ‘heilige drievuldigheid’ afzakken, voelt het er haast bevreemdend aan.

De oudste fakbar in de 'Tiense' is het Huis der Rechten (HdR). Ze heeft een roemrijke geschiedenis. In een tijd waarin iedereen naar de heropening van de horeca snakt, strooien wij nog wat zout op uw dorstige tongen met verhalen van vroeger en nu. Het Huis der Rechten: een portret.

5 frank voor een waterachtige pint

Toen het HdR als eerste Vlaamse fakbar in Leuven het levenslicht zag in 1963, was dat niet aan de Tiensestraat, maar aan de Koning Albertlaan. Het initiatief daarvoor kwam van student Hubert Mestrum, vertelt Marc Huybrechts, praeses van VRG in 1964. 'Je kon toen een pintje kopen voor vijf of zes frank, maar het was wel waterachtig bier.'

‘De revolutie werd hier in stilte voorbereid’

Marc Huybrechts, praeses VRG in 1964

Als praeses van VRG zat Huybrechts toen nog op kot in het HdR, wat enkel kon voor de praeses en leden van het kringbestuur: 'Nooit was er rust. Als praeses had ik 20, 25 bezoekers per dag en 's avonds was het niet bepaald geluidsdicht.' 

Samen op kot zitten was ook gewoon nuttig om activiteiten voor te bereiden en te vergaderen, vertelt Luc Van den Brande, praeses van VRG in 1968 en latere minister-president van Vlaanderen. 'Wij waren echte vergadertijgers. Dat was dikwijls tot een kot in de nacht vergaderen over studentenparticipatie en later over splitsing van de universiteit.' Huybrechts bevestigt dit. 'De revolutie werd hier in stilte voorbereid.'

'Dikwijls kwamen er studenten schuilen om te ontsnappen aan een charge van de Rijkswacht'

Luc Van den Brande, praeses VRG in 1968

Vandaag is er voor politieke activiteiten geen plek meer in het HdR. 'Iedereen is hier welkom. Wij willen het café niet affiliëren met een bepaalde politieke kleur', verduidelijkt Sirine, ex-fakbeheerder van HdR.

Schuilen in HdR

In 1968 protesteerden Leuvense studenten wekenlang voor de taalkundige splitsing van de universiteit. Ook het HdR speelde daarin een rol, vertelt Van den Brande. 'De Koning Albertlaan was ideaal om te in betogen, maar ook ideaal voor de ordediensten om "op te ruimen". Je kon vanuit het HdR uitstekend de charges van de rijkswacht in de gaten houden. Dikwijls waren er protesterende studenten die bij ons in het HdR veiligheid kwamen opzoeken en zo vermeden dat ze opgepakt werden.'

Franstalige studenten kwamen toen al niet meer naar de fakbar. 'Door de omstandigheden gebeurde dat niet', legt Van den Brande uit. 'De standpunten stonden fel tegenover elkaar. Leuven Vlaams is één ding, maar je had ook de democratisering van de universiteit toen.' Huybrechts bevestigt: 'Franstaligen kwamen hier enkel over de vloer als zij amoureus waren met een Nederlandstalige.'

Uiteraard was het HdR niet enkel een schuil- of vergaderplaats. Er werden lezingen en conferenties gegeven, maar natuurlijk ook gewoon pinten gepakt. 'Vroeger hadden wij nog een lied over het HdR', herinnert Van den Brande zich, 'dat ging als volgt: "Er staat een huis aan de Albertlaan, een tempel van het Recht."'

In de bar stond vroeger bovendien een jukebox, waarmee regelmatig muziek van Liesbeth List en Boudewijn de Groot werd afgespeeld. Vlak boven de bar op kot zitten, bleek niet altijd ideaal voor de nachtrust, herinnert Van den Brande zich. 'Er was maar één oplossing om te ontsnappen aan het kabaal: zelf in de bar zijn.'

'Het idee van de eerste volledige feestavond geeft me weer kippenvel'

Sirine, fakbeheerder HdR 2019-2020

Er waren af en toe TD's, maar voor het overige werd er eigenlijk nooit gedanst in de bar. 'Ik kan me zelfs niet herinneren dat er ergens in Leuven een danscafé bestond', vertelt Van den Brande. Dat zit nu wel anders, beamen ook Sirine en Tuur, beheerders van HdR. 'Overdag kan je hier terecht om rustig een pint te drinken of een spel te spelen en 's avonds om samen naar het voetbal te kijken. Maar tegen 22u schuiven we de stoelen en tafels aan de kant en transformeren we in een danscafé.'

Van toga's naar après-ski

Qua muziek wordt er van alles gedraaid, al blijken de DJ's hun stiekeme voorkeur voor schlagers en après-skimuziek niet altijd verborgen te kunnen houden. 'Ik heb daar echt een klok op moeten zetten', lacht Sirine. 'De DJ’s wisten dat na een tijd ook. Als ik in de fakbar stond, werden er voor halfvier geen polonaises gedanst. Je kan dat geen hele avond verdragen.'

'Het kan toch nooit slecht zijn voor professoren om te weten wat er onder de studenten leeft?'

Luc Van den Brande, praeses VRG in 1968

'Na zo'n avond de bar runnen, word je ook gewoon een hechte vriendengroep', vertelt Sirine. 'De volgende dag eet je dan samen een broodje aan de toog en kater je wat uit. Als ze dan vragen: "Vanavond terug?", zeg je: "Dat is goed", en zo wordt dat een verslaving (lacht). Nee, maar het idee van de eerste volledige feestavond geeft me weer kippenvel.'

Ook vroeger ontmoetten studenten uit alle richtingen elkaar in de fakbar. Er werden kaartjes gelegd en soms thema-avonden georganiseerd. 'Ik kan me nog een Romeinse avond herinneren waarop iedereen in witte toga's naar het HdR was afgezakt', vertelt Van den Brande. 'De studenten die niet op kot zaten hadden daarvoor lakens gebruikt van de studenten die wel een kamer hadden. Die lakens hebben wij natuurlijk nooit meer teruggezien.'

Toch zijn de tijden en daarmee de uitgaanscultuur veranderd, zoveel is duidelijk. Vroeger was er ook op zaterdag nog les en dus was niet donderdag, maar vrijdag dé uitgaansavond. Van op kot indrinken was in de jaren '60 nog geen sprake en van een sluitingsuur evenmin. 'Een sluitingsuur was er niet, maar tegen 2 à 3 uur vonden wij het meestal welletjes.' vertelt Van den Brande. 'Je ziet: wij waren duidelijk serieuzere studenten dan jullie (lacht).'

Tegenwoordig moet de fakbar om 5 uur verplicht sluiten. 'Sinds een tiental jaar is alles wat overlast en samenwerking met de buurt betreft veel meer gereguleerd', vertelt Sirine. 'We hebben stewards en spreken voortdurend af met de politie en de stad via de studentenflik. Dat is ook logisch: zij hebben ons nodig om de studenten bezig te houden en wij hen als studenten het te bont maken. Maar die samenwerking verloopt echt heel amicaal.'

Tafelvoetballende proffen

De jaren '60 zijn duidelijk de jaren 2000 niet. Zo mengden proffen zich in de jaren '60 nog onder studenten om samen een pint te drinken in het HdR. 'Vroeger stond er een "driftenbak" (kickertafel, red.)', weet Huybrechts nog. 'Professor Blanpain was daarin een echte specialist.'

Van den Brande merkt op dat het totaal niet raar aanvoelde om samen met proffen te ontspannen. 'Zij waren van harte welkom. Trouwens: het kan toch nooit slecht zijn voor professoren om te weten wat er onder de studenten leeft, wat hun gevoelens en aspiraties zijn? Zeker in het kader van de studentenparticipatie was het voor de proffen interessant om te weten hoe studenten dachten en vice versa.'

Het lijkt tegenwoordig haast ondenkbaar dat proffen nog op eigen initiatief naar de fakbar zouden afzakken. 'Assistenten krijgen we hier soms wel nog over de vloer', aldus Sirine. 'En elk jaar wordt er een heuse proffentap georganiseerd. Maar daar blijft het veelal bij.'

Een vat vol tradities

Het HdR is een café met een schat aan tradities. Wie bijvoorbeeld zijn pintjes tijdens de shift niet volgens het boekje tapt, mag zich aan een opdrachtje verwachten. 'Dan moet je je Stella zelf leegdrinken of wordt er voor jou een 'speciale mix' klaargemaakt', aldus Tuur.

'Ons werd altijd verteld dat het HdR vroeger het grootst consumerende café van heel Europa was'

Sirine, fakbeheerder HdR 2019-2020

Een echte biercultuur kenmerkt het HdR. 'Omdat we vroeger in de Europese top drie voor "meest verkochte bier per m²" zaten, is de CEO van AB Inbev zelfs nog langs geweest in ons café', vertelt Tuur. 'Ze vertelden mij dat het HdR vroeger het grootst consumerende café van Europa was', herinnert ook Sirine zich. 'Nu is dat niet meer zo, maar het geeft wel een enorme kick om dat te weten als je hier een avond probeert in goede banen te leiden.'

Ook is er de boksbal die aan de ingang van de fakbar staat, recht tegenover de deur. Wie erin slaagt de exacte score van 666 punten te meppen, krijgt een gratis meter bier. Verder mogen tappers volgens een ongeschreven regel tijdens hun shift niet kussen in het HdR. 'Die traditie wordt nog steeds gerespecteerd', weet Sirine. 'Toch ontstaan er soms romances. Daar is nu eenmaal niets aan te doen.'

'Als ik in mijn bed dook, speelden ze altijd "Welterusten, meneer de president" van Boudewijn de Groot'

Luc Van den Brande, praeses VRG in 1968

Dan zijn er nog tradities waar enkel de echte toogplakkers mee vertrouwd zijn. Naar het einde van de avond toe, wanneer de grote drukte is verdwenen, speelt de dj You'll Never Walk Alone af. Dan gaan alle tappers op de toog staan en neemt iedereen elkaar vast. 'Dat doen we om onze vrijwilligers te bedanken. Zij werken iedere avond keihard, zodat iedereen zich zorgeloos kan amuseren. Dat mag je nooit vergeten.'

Van den Brande herinnert zich nog dat hij zijn persoonlijke 'uitsmijter' had. 'Mijn favoriete nummer op de jukebox was Welterusten, Meneer de President van Boudewijn de Groot. Dat liedje werd naar goede gewoonte afgespeeld als ik mijn bed in dook. Uiteraard een kwinkslag naar mijn praesesschap bij het VRG.'

Tegenwoordig is het steevast Urbanus die als laatste door de boxen klinkt met Ge Moogt Naar Huis Gaan. Dat we maar snel weer de omgekeerde beweging mogen maken.