Eva Mouton: ‘Je moet ervoor oppassen dat je niet te hard wordt’

Navraag

28 november 2016
Interview
Met haar getekende column Eva’s Gedacht creëert Eva Mouton in De Standaard al vijf jaar lang haar eigen luchtige biotoop. Een ‘pastelkleurig kolommeke’ als lichtpunt in een wereld vol problemen.

De blik van de tekenaar: bij Eva Mouton ontsnap je er niet aan. Haar zwarte kat Siepie, die tijdens het interview tussen onze benen cirkelt, vindt ze ontekenbaar, mooie vrouwen zijn hetzelfde lot beschoren en ook onze gezichten worden zorgvuldig gescreend. ‘Ik weet nu al hoe ik je wenkbrauwen zou tekenen.’

Je tekeningen hebben een duidelijke signatuur. Heb je daar lang naar moeten zoeken?
Eva Mouton: ‘De tekeningen die ik maakte als kind waren ook dat soort verhaaltjes en grapjes. Er passeert een ambtenaar met een aktetas en er schijt een vogel op zijn kop. Op Sint-Lucas keek ik op naar andere kunstenaars en probeerde ik iets gelijkaardigs te maken, maar dat mislukte vaak. Terwijl: als ik volledig vrij mijzelf tekende zoals ik in mijn schetsboeken deed, kreeg ik altijd goeie commentaar. Ook bij Eva’s Gedacht vind ik het belangrijk dat alles er spontaan uitziet. Wat slordig en een beetje onaf.’

Voelde je dan druk vanuit je opleiding om een specifiek handelsmerk voor te leggen?
‘Je werd wel gestimuleerd om vanuit je eigen stijl voort te werken, maar ik vond dat de nadruk vaak lag op het verhaal achter de tekeningen. In mijn opleidingen Schilderkunst en Vrije Grafiek werk je rond een jaarproject en daar vragen ze dan: ‘Wat interesseert jou?’ ‘Rond welk onderwerp wil je werken?' Ik moest altijd zeggen: ‘Er is geen onderwerp dat mij interesseert’. Als ik iets volledig fictiefs probeer te schrijven, voel ik dat dat gekunsteld is. Mijn inspiratiebron is altijd het dagelijkse leven geweest.’

‘Eva’s Gedacht is een goede training: het dwingt mij om elke dag anders te kijken’

Is je werk zo autobiografisch?
‘Helaas wel, ja. (lacht) Alles vertrekt vanuit observatie van dingen die ik tegenkom. Wel wordt het fictiever nu. Er zijn veel dagen waarop er niks gebeurt. Eva’s Gedacht is in dat opzicht een goeie training. Het dwingt mij om elke dag anders te kijken.’

Je houdt het vaak erg luchtig in je tekeningen.
‘Dat luchtige zie je ook aan mijn kleuren en de manier waarop ik teken. Maar ik denk dat het ergens ook wel een randje heeft. Een soort onderlaag van melancholie.’

‘Allez, ik ben bijna dertig. Echt waar hoor, je moet ervoor opletten dat je niet te veel door praktische dingen ingenomen wordt. We hebben een zaak, de boekhouder, shit. Die realiteit komt in je leven. Je mist opdrachten, je komt dingen tegen waarvan je denkt: hoe is dat zo gelopen? Je moet ervoor oppassen dat je niet te hard wordt. Ik wil gewoon zacht blijven.’

Vriendenboekje

Soms verwerk je bestaande mensen in je werk. Krijg je weleens reactie van hen?
‘Die les heb ik geleerd toen ik nog studeerde. Ik had een stuk geschreven waarin ik mij excuseerde tegenover een klasgenootje uit de lagere school wiens vriendenboek ik nooit had teruggegeven. (lacht) Ik wilde even nadenken over wat ik zou schrijven en voor je het weet, kwam het op de salontafel terecht en vergat ik het. Dan hoorde ik dat meisje op de speelplaats bezig: ‘Ik ben mijn vriendenboek kwijt en ik weet niet aan wie ik het laatst gegeven heb.' Ik zat natuurlijk mee te knikken: ‘Ah ja, en wie kan dat hebben?’ Dan kan je niet meer terug: je moet dat boek bijna vernietigen. (lacht)'

‘Toen ik dat verhaal geschreven had, had dat meisje zichzelf gegoogeld en haar naam gezien. Dat was een grappig stuk, maar zij had daar heel serieus op gereageerd: ‘Ja, je had dat toch kunnen zeggen.' Tegenwoordig geef ik mensen in mijn werk een ander kapsel of zo.’

Je hebt een heel specifieke stijl ontwikkeld. Vrees je niet dat je na een tijd uitgepraat zult geraken?
‘Ik heb die vrees om de twee maanden, maar dat is ook gezond. Ik had het er laatst nog over met Ilah, de cartooniste van De Morgen. Wij waren aan het chatten, want ja: wij zijn cartoonisten, wij komen natuurlijk niet buiten. (grinnikt) Ik vroeg haar: ‘Kan ik mijn first world problems nog tekenen, nu het in de wereld over al die problemen gaat? Heeft dat nog zijn plaats?’ En zij, in capslock: ‘EVA! Altijd blijven voortdoen.’

‘Ik denk dat elke kunstenaar of maker die zichzelf niet in vraag stelt een probleem heeft. Bovendien: op al die nieuwssites en in de krant gaat het altijd alleen maar over problemen. Ik denk dat mijn pastelkleurig kolommeke daar ook wel in mag.’

‘Commercieel? Ik vond het altijd al leuk om winkel te spelen’

Wij hebben anders nog een plaatsje bij Veto én een goede cartoonredacteur die feedback kan geven.
‘Goed, ja: feedback! Die krijg ik niet echt bij De Standaard. (lacht)'

Maar ze weten wat ze aan je hebben, toch?
‘In het begin was dat wat zoeken, maar eigenlijk krijg ik totale vrijheid. Alleen in het eerste jaar heb ik eens iets moeten bewerken. Ik moest weg die week, dus ik had getekend: ‘Ik ben er niet, beste lezer: maak uw eigen Gedacht.' De redacteur had toen gezegd dat dat niet ging omdat het nog te vroeg was. De mensen kenden mijn stijl nog niet. (krijgt ingeving) Eigenlijk is dat wel cool, als ik van die mannekes teken en je moet er nog zelf haar en ogen op tekenen en dan je eigen Gedacht maken. Misschien moet ik dat doen volgende week.’

Buttonmachine

Krijg je nooit de indruk dat je een vrouwenclubje rond je verzamelt?
‘Er zijn veel vrouwen die mij lezen, maar op de boekenbeurs merk ik dat ook mannen het herkenbaar vinden. Het is ook niet zo dat De Standaard mij cast op mijn vrouwelijkheid. Een vrouwenclubje zou ik het niet noemen. Dat zou wel zo zijn als ik voor een vrouwenblad tekende.’

‘Ik heb al gesprekken gehad met uitgevers die boeken willen maken waarin dan bijvoorbeeld uitknipbare coasters voor onder je glas witte wijn verwerkt zitten. (zet stemmetje op) ‘Want dat is wat vrouwen drinken’. Nee, denk ik dan: zo gaan we het niet aanpakken. Als ze mijn dubbele bodem niet zien, dan stellen ze zulke coasters voor.’

Is het niet moeilijk om dat evenwicht te vinden tussen authenticiteit en commercie?
‘Eigenlijk niet. Ik vond het altijd al leuk om winkel te spelen. De webshop die wij hebben is er gewoon uit goesting gekomen. Een paar jaar geleden, toen wij gingen samenwonen, kregen wij centen van de oma van Bert (haar vriend, red.). In plaats van een koelkast hebben we daar toen een buttonmachine mee gekocht. Dan begon ik buttons te maken en verkocht ik die. Zo werd dat groter. Ik vind het gewoon heel tof om te werken voor een publiek.’

‘Er zullen zeker mensen zijn die neerkijken op wat ik doe. Maar dat geeft niet: ik doe elke dag wat ik graag doe. Bert en ik werken voor grote organisaties, wij kunnen een festivalstand maken voor De Standaard, ik heb een 20 meter lange muur betekend in een designmuseum. Dat zijn allemaal dingen waar ik nooit van durven dromen had. En ik doe dat elke dag!’