Het rijk der vrijheid

Splinter

24 mei 2021
Splinter
Auteur(s): Vincent Cuypers
Nu het rijk der vrijheid lonkt, zij het enigszins schoorvoetend, moeten we bij hoogdringendheid bedenken wat we exact met die vrijheid gaan aanvangen.

Als mensheid zijn we goed in het streven naar vrijheid, maar hebben we het moeilijk, eens die vrijheid verworven is, er wat nuttigs mee te doen. Ondergetekende houdt zich op in het Instituut voor Wijsbegeerte en voelt de bui al hangen: straks staat men aan de poort, met een verzoek om duidelijke antwoorden wat betreft vrijheidsbesteding. Maar laat antwoorden nu net datgene zijn waar de filosofie maar zelden toe komt.

Misschien is het pretentieus te denken dat iemand met het oog op een zinvol bestaan, of iets dergelijks, ons filosofen om advies zal komen vragen – men zou het even goed bij de theologen kunnen proberen. Maar nu de virologen zich het voorbije jaar zo degelijk van hun taak als expert hebben gekweten, moeten we ons voorbereiden, zodat we niet al te hard door de mand vallen, mocht er dan toch iemand aanbellen.

Of we moeten proactief aan expectation managment doen, vanwaar dit schrijven.

Men moet zich er bijvoorbeeld te allen tijde van bewust zijn dat filosofen – net als virologen overigens – zich ook wel eens kunnen vergissen. Zo wil de overlevering dat de Griekse filosoof Empedocles, die kennelijk nogal flamboyant van aard was, er ten stelligste van overtuigd was dat hij goddelijk en derhalve onsterfelijk was, en dit op een gegeven moment wilde bewijzen door in de Etna te springen. Er werd niets meer van hem vernomen.

Soms is het goed bepaalde verwachtingen omtrent het leven, en waarom niet het rijk der vrijheid, proactief af te stellen

Ook moet men voorbij een aantal onhebbelijkheden van filosofen kunnen kijken. Erasmus maakt zich in zijn Lof der Zotheid druk dat je met name op feesten niets aan filosofen hebt, omdat ze ofwel heel de avond depressief in een hoekje zitten zonder een woord te zeggen, ofwel niet kunnen ophouden met doordrammen over zaken die er eigenlijk niet toe doen. Wie investeert in een tuinfeest met professionele cateraar, kan maar best voorzichtig zijn met wie hij uitnodigt.

Het grootste probleem met de filosofie is echter dat ze de neiging heeft steeds nieuwe vragen bij te maken, in plaats van op de eerder gestelde vragen te antwoorden. Zo blijft men natuurlijk bezig, en dreigt men vooral te vervallen in een kwalijke vorm van besluiteloosheid.

Toch kan wie realistische verwachtingen koestert, en door de problemen heen kan kijken, met de filosofie wel degelijk ergens geraken. Men moet maar denken dat een goudzoeker ook niet kan verwachten zomaar over grote klompen goud te struikelen: men vindt hier en daar wat glinsterend stof, en daar moet men tevreden mee zijn, anders dreigt de waanzin. 

Er bestaat ondertussen wel degelijk voorzichtige overeenstemming dat de mens niet goddelijk en derhalve onsterfelijk is, en dat voor wie met het idee speelt bij wijze van experiment in de Etna te springen, het rijk der vrijheid van korte duur zal zijn. En behoudens enkele fundamentalisten weten we ondertussen ook vrij zeker dat de deugd in het midden ligt, en dus ook dat noch zwijgend en treurend op een stoel zitten, noch extatisch over details peroreren verkieslijke gedragingen zijn. Het menselijke denken is beperkt, maar niet waardeloos.

Voor de rest is misschien net het managen van verwachtingen de belangrijkste bijdrage van de filosofie. Wij worden wel eens pessimisten genoemd, maar soms is het goed bepaalde verwachtingen omtrent het leven, en waarom niet het rijk der vrijheid, proactief juist af te stellen, voor men er door de feiten zelf mee wordt geconfronteerd. Dat helpt ook om het spreekwoordelijke goudstof dat wel in de wereld verborgen zit wel te zien.

Hoe dan ook, als Terzake belt: ik sta klaar.