IFTf recensie: Wina

Niet groots, wel onderhoudend

18 april 2016
Recensie
Auteur(s): Gilles Michiels
Ook Wina ging shoppen bij IFTf-favoriet Hugo Claus. De titel van diens "Kijk, mama, zonder handen" is bij hen een vraag geworden. "Ben ik groots?" Wie geen stuur vasthoudt, kan al eens vallen.

Als je over beperkte middelen beschikt, ga je in het IFTf het best de pretentieloze toer op. Dat is veilig en sympathiek, vaak ook grappig, en van een publiek vraagt het weinig inspanning. AKM begreep dat en injecteerde zelfs een scheut zelfrelativering. Wina houdt het nu eveneens licht en luchtig. Claus’ theatertekst Kijk, mama, zonder handen uit 1959 lijkt te willen bewijzen dat je rond bordkartonnen karakters best wel een betekenisvolle voorstelling kunt bouwen. Over iemand zijn en iemand willen zijn, over verering en verbeelding.

Dubbelleven

Kijk naar Stefan. In de ogen van zijn gezinsleden is zijn onbeholpenheid pure poëzie. De nieuwe godenzoon van het gevleugelde woord heeft drie weken lang zitten broeden op het vers ‘Kijk, mama, zonder handen’. Hij is groots, zeggen ze.

De opschepperige stiefvader Hippoliet Baers licht dan weer Jan en alleman op met zijn verzinsels en charismatische grootspraak. En volgens huishoudster mevrouw Tristan kan de heiligverklaring van ene Prosper van Wijdendaele niet lang meer op zich laten wachten. Wie dat is, weten we nauwelijks. Maar groots is hij. Tussendoor wil de huishoudster die Baers maar wat graag naar die andere hemel verhelpen.

Een karikaturaal personage hoeft niet in elke zin dezelfde karikatuur te zijn

Al gauw wordt het kleurrijke pop-upgezin opgeleukt met de komst van Rafaël, een dichter met Kanye Westiaans zelfvertrouwen. In de schaduw van hem en zijn ego strompelen ook de stelende Mol en zijn zwangere zus Jackie binnen. Zij blijken de andere helft van Baers’ dubbelleven te kennen. Zijn nakende verjaardagsfeest zou wel eens verstoord kunnen worden.

Façade

Ben ik groots? loopt vol met personages die de realiteit ontvluchten. Ze scheppen zich een façade met wat hun dagdromen en snobismen hen als materiaal verschaffen. Helaas blijf je als kijker vooral aan die façade hangen. Het is moeilijk om verder te kijken dan de vlakke personages, de schoolse enscenering en de overacting die bij vlagen overheerst.

Somt valt het stuk te vaak in herhaling. Een karikaturaal personage hoeft niet in elke zin diezelfde karikatuur te zijn. Wie Rafaël nog steeds als een uiterst timide jongeman beschouwt, wordt om de twee minuten aan het tegendeel herinnerd. Voor de elfendertigste keer declameert mevrouw Tristan uit de hagiografie van Prosper van Wijdendaele. Verrassen doet Ben ik groots? zelden.

De acteurs zijn het best als ze overdrijven buiten de grenzen van hun karikatuur

Gelukkig vindt het tweede deel een toch enigszins verloren gewaande dynamiek terug. De inbreng van de motorverslaafde tante Liesje zorgt bij vlagen voor schwung. Het slot is dan weer best grappig. Baers die een dolle verjaardagsdans uit zijn oude botten schudt. Of Baers die stuiptrekkend voor zijn leven vecht, terwijl de rest al zijn overlijden aan het bespreken is. De momenten waarop de tekst de acteurs toelaat om meer te zijn dan de karikatuur, zijn Wina het meest op het lijf geschreven.

Ergens zou je in Ben ik groots? de contouren van een goed opgezette maskerade of een zoektocht naar identiteit kunnen zien. Dan moet je wel door de overacting en de wat karikaturale aanpak kunnen kijken, die het verhaal soms overschaduwen. Om boven de middelmaat uit te stijgen, had Wina wat meer handen aan het stuur kunnen gebruiken.

Cast:

Hippoliet Baers: Andreas Nuyts

Stefan Baers: Karim Réga

Mariette Tristan: Lisa Ronsyn

Rafaël ten Harent: Anton Vandeghinste

Mol: Simon Maenaut

Jackie: Nicky Rondelez

Tante Liesje: Marike Goyvaerts

Prosper van Wijdendaele: Steven Van Waeg

Regie: Simon Dirckx

Decor en rekwisieten: Kristien Moeremans

Techniek: Sander Cobbaert

Ondersteuning: Lynn Houthuys

Poster: Andreas Nuyts

Stuntcoördinator: Freek Holvoet

Auteur: Hugo Claus

Gerelateerde Artikels