Ik haat deze lockdown - ze is fantastisch

Kleine kunst

20 december 2020
Artikel
Auteur(s): Thomas Eynatten
Kunst hoeft niet monumentaal te zijn om iets te vertellen. 'Kleine kunst' herbergt woordkunst in zijn fijnste vorm, om in te verzinken, te overpeinzen en van te genieten.

Muze bezing ons, daal weer neer uit uw hoge paleizen,
moge uw stem weerklinken door ’s werelds aards paradijze, 
raap dan uw verzen bijeen zo u wil: uw heil, zo groot!
Maar, godbetert, staakt dan toch deze vergeefse hexameters
want zo bleek vorig jaar nog, de kunst is zijn geld niet waard.
Muze waar zijt ge? Waar hangt ge uit? Muze gij zijt dood!

De kunst van het leven lijkt ons te zijn ontgaan,
wanneer we zo machteloos lijken te staan
bij alles wat we in het leven liever niet zagen gebeuren.
Yvonne wil met Mariette wafels gaan eten!
Mohammed wil een shishabar in brand gaan steken!
Maar sedert februari zagen we de hemel grijs kleuren.
Heil onze ministers, heil zij die ons hierdoor op sleeptouw nemen,
die met hun pas gewiekte pruiken hun vooraf geschreven
pronkredes en preken aan de jeugd staan op te leuren. 
Omdat zij hun cantussen en seksfeestjes wilden behouden, zegt u?
Omdat zij de grootste superverspreiders zijn, zegt u?
Maar nu loopt u wel zelf om uw kerstfeest te zeuren!

Moedeloos en terneergeslagen eindigt men dan alleen
já, alleen, want anderen hoef ik nimmer meer om me heen
en traag kabbelt mijn ziel op de deining naar het dal der tranen.
Het is niet alleen de ziel die zo kaduuk het begeven moet,
ook het lijf ondergaat pijn, kommer, leed en rampspoed.
Als dit niet ophoudt, zal ook mijn lichaam zich snel die weg banen
Maar dan is er ook nog die andere hongerige manische pool 
van een niet te stillen op nergens gebaseerd grandioos geluk.
De poort der waanzin opent zich en de deur gaat nimmer meer toe.
Tierig geld verkwisten, jolig de haren verven, praten, praten, praten,
waanvoorstellingen, wilde plannen, ruzie, kindjes maken.
En nooit maakt dit me dan ook maar enigszins moe.

Ik ben zieker dan ooit geworden in deze lamlendige lockdown.
Geen voet meer om op te staan, een bioritme in as vergaan.
Een kwetsbare geest volledig door het dolle heen gedraaid.
Waar ik vroeger slechts één depressieve en manische windvlaag kende,
wordt mijn gespleten geest nu opengereten door een episode of drie.
En zo gaat dat dan: geen parlementaire haan die daarnaar kraait.
Ach, de wereld staat op de rand van mijn bipolariteit!
Opstaan, werken, slapen, ’s nachts werken en geen vrije tijd!
Maar wat hebben we onszelf nog te verwijten als we voor
de Hades verschijnen en we alleen nog maar zullen
over de lippen krijgen bij het betreden van de volgende wereld:
“Ik heb geschommeld tussen overdrive en depressiviteit!” 

Oh mijn muze, waar bent u dan gebleven in tijden als deze
wanneer we duidelijk onze tijd aan het verbeuzelen zijn
en wij het leven, en het leven ons is komen te staken?
Moge we allen met rasse schreden terugkeren naar de
middelmatigheid van het leven, zonder iets te hebben opgegeven:
opdat we eindelijk uit mijn ziektebeeld weder mogen ontwaken!