Interview Pieter Stockmans en Montasser AlDe’emeh

“Op mijn kamer hing een poster van Osama Bin Laden”

06 oktober 2015
Interview
Auteur(s): Amelie Hurkens
Vorige week stelden Midden-Oostenjournalist Pieter Stockmans en islamoloog Montasser AlDe’emeh hun boek "De Jihadkaravaan" voor.

Plaats van afspraak is het gezellige Barbóék waar beide heren later die avond hun boek zullen voorstellen. Het werd een gesprek over de macht van de media, radicalisering, maar ook over verzoening en tot inkeer komen.

"De Jihadkaravaan" laat zich lezen als een roman. Tegelijkertijd kijken we achter de schermen bij jonge Syriëstrijders en gaan we naar Syrië, Jordanië en Palestina. Waarom vermengen jullie een literair levensverhaal met journalistiek?

AlDe’emeh: «Al op vijftienjarige leeftijd had ik de neiging dat op papier te zetten, maar een leerkracht moedigde me aan te wachten. En ik wachtte, terwijl ik evolueerde van radicale haat naar een open houding tegenover de joden.»

«Via Facebook ontdekte ik Pieter als een journalist die in Palestina met de mensen gaat leven en hun persoonlijke inbreng in kaart brengt. Voilà, hij was de ideale man om mij te helpen. Als ik tegen een doorsnee journalist zou zeggen dat ik vroeger een aanslag wilde plegen, zou het om zeep zijn.»

Stockmans: «Vergelijk het met het tipje van de ijsberg. Dat zijn de Syriëstrijders die poseren met een Kalasjnikov. Het tipje van de ijsberg is puur verslaggeving, kort en snel, met het gevaar dat we cruciale informatie missen. Wat daaronder zit is echter een hele roman. Ik wilde Montasser's zijn levensverhaal vertellen in romanstijl om een complex probleem aan een breder publiek uit te leggen.Vele mensen zijn immers op zoek naar duiding van de steeds belangrijker wordende verbanden tussen het het Midden-Oosten en Europa.»

AlDe’emeh: «Mensen die verhalen willen vertellen, krijgen in de media amper tijd om dat te doen. Experts moeten vaak in vijf minuten een heel complex probleem uitleggen. Op die manier gaat veel duiding verloren.»

Jullie nemen de media op de korrel. Werken zij de polarisatie in de hand?

Stockmans: «Mensen zijn van nature op zoek naar de bevestiging van wat we eigenlijk al geloven. Terwijl goede journalistiek de gevestigde denkbeelden en vooroordelen juist in vraag zou moeten stellen moet ingaan. De maatschappij is al zo gepolariseerd. Ik ben teleurgesteld als ik berichten zie, bijvoorbeeld recent over vluchtelingen veralgemeningen maken op basis van geïsoleerde feiten.»

«Angst verkoopt. De reden waarom onevenredig veel aandacht uitgaat naar IS is omdat ze ons rechtstreeks bedreigen. Assad heeft misschien een tienvoud van de doden die IS gemaakt heeft op zijn geweten, maar hij richt zich niet rechtstreeks tegen ons. Maar zijn gruwelen voeden IS, die zich op hun beurt tegen ons keren.»

AlDe’emeh: «Polarisatie is belangrijk voor IS. Als moslimjongeren zich hier goed voelen, zullen ze niet naar Syrië vertrekken. Maar niet alleen IS wil twee werelden creëren: het land van geloof versus het land van ongeloof. Ook extreemrechts in Europa plaatst de westerse beschaafde wereld tegenover de islam, en wordt zo objectieve bondgenoot van IS. En vaak trappen de media er ook in.»

“Waar polarisering en extremisme de norm wordt, vormt verzoening een bedreiging”

Pieter Stockmans

Wortels Van Haat

Meneer AlDe’emeh, u stond zelf ooit op het punt om een aanslag te plegen?

AlDe’emeh: «Neen. Het bleef bij ideëen. Heel mijn leven ben ik veroordeeld voor uitingen van mijn identiteit, tot aan het dragen van een Palestijnse sjaal, een symbool van mijn afkomst, toe. als puber mijn heil elders ging zoeken.»

«Op mijn kamer hing een poster van Osama Bin Laden. Ook ik viel dus in de kloof die Al-Qaeda na 9/11 heeft geslagen tussen de moslimwereld en de westerse wereld binnen onze maatschappij. Terwijl ik geen dommerik was. Ik ben altijd op zoek naar kennis. Veel moslimjongeren zijn vatbaar voor de retoriek van jihadisten. Ze weten niet tot welke wereld ze nu behoren.»

Hoe moeten we met radicaliserende moslimjongeren omgaan?

AlDe’emeh: «In de eerste plaats moeten we empathie inzetten om onszelf in de denkwereld van anderen te verplaatsen. Daarnaast moet iedereen, en moslimjongeren in het bijzonder, tot zelfbevrijding komen. Zij zitten immers gevangen in een kloof tussen twee werelden. Het vergaren van kennis en onvoorwaardelijke empathie kunnen voor zelfbevrijding zorgen. Als ik zeg dat ik opensta voor het verhaal van de joden, word ik door vele mensen verketterd. Het is geen verhaal van zij of wij, maar een verhaal van jezelf.»

Stockmans: «Het is de verantwoordelijkheid van elk individu om kennis op te doen en zo iets meer van onze complexe wereld te begrijpen. Dat is wat Montasser gedaan heeft. Hij is naar de wortels van zijn haat getrokken en hij heeft die één voor één uitgetrokken.»

Uw zoektocht naar kennis zette u voort aan de KU Leuven, waardoor u uitgroeide tot een van de meest vooraanstaande islamologen van België.

AlDe’emeh: «Ik heb veel te danken aan de KU Leuven. Tijdens de oorlog in Gaza van 2008, 2009 zag ik het niet meer zitten. Ik zat er zo diep door dat ik iets effectief wilde doen voor de Gazanen. Dankzij het vertrouwen van de universiteit volhardde ik en slaagde ik met onderscheiding. Ook hebben ze mijn geest bijna letterlijk geopend met wetenschappelijke kennis die je niet vindt in propagandafilmpjes op Youtube.»

Stockmans: «Daarom wilde ik dit verhaal aan de mens brengen. Iemand die uit een politiek conflict komt en daardoor gevormd is, gaat toch de cultuur en de geschiedenis van zijn zogenaamde vijand bestuderen.»

“Als ik tegen een doorsnee journalist zeg dat ik vroeger een aanslag wilde plegen, is het om zeep”

Montasser AlDe’emeh



Martin Luther King

U haalt Martin Luther King aan in uw bevrijding van die haat. “Duisternis kan geen duisternis verdrijven, enkel het licht is daartoe in staat. Haat kan geen haat verdrijven, enkel de liefde is daartoe in staat.”

AlDe’emeh: «En toch was het bij mij de haat die de haat heeft verdreven. Dat lees je in het boek. Om je situatie te verbeteren, moet je bij jezelf beginnen. Ouders en familie Moeders thuis, een imam in de moskee, een straathoekwerker op de straat. Wacht niet op de overheid en doe iets op je eigen niveau. Vererger het conflict in Syrië niet, help in plaats daarvan de Syriërs die in onze maatschappij terecht komen. Ik heb een centrum opgericht, De Weg Naar, waarin ik onder meer moeders van vertrokken en teruggekeerde Syriëstrijders begeleid. Subsidies krijg ik niet. Betekent dat dat ik dan niets moet doen?»

Stockmans: «In ons boek lanceren wij een soort manifest, dat wij “Tien kogels van verzoening” noemen. In een vaak heel negatieve realiteit willen we mensen inspiratie bieden van hoe het anders kan. In een wereld waar polarisering en extremisme aan alle kanten van de maatschappij in de wereld toenemen, vormt verzoening een bedreiging.»

AlDe’emeh: «Voor mij is het niet voldoende om te horen: “Uw verhaal inspireert mij.” Nee. Vertel het verder.Gaan voor verzoening, is radicaal en die boodschap verspreidt zich enkel door elkaar te inspireren.»

“Aan de universiteit ging mijn geest open”

Montasser AlDe’emeh