Kritiek op Weyts zwelt aan

KU Leuven volgen? Liever niet

28 februari 2022
Nieuws
Ben Weyts wil het Leuvense mijlpaalsysteem verplichten aan alle universiteiten en hogescholen. Zijn voorstel oogst scherpe kritiek: 'Dit is niet ondersteund door cijfers.'

Een recent wetsvoorstel van Ben Weyts (N-VA), Vlaams minister van Onderwijs, schuift maatregelen naar voren die de studievoortgang en -efficiëntie moeten bewaken: als student moet je je diploma binnen een redelijke termijn behalen.

Zo wil de Vlaamse regering het Leuvense mijlpaalsysteem Vlaanderenbreed invoeren tegen academiejaar 2023-2024. Dan moeten alle studenten na twee jaar studeren een eerste modeltraject van 54 tot 66 studiepunten behaald hebben.

Meerdere wegen leiden naar Rome

De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), een strategisch adviesorgaan, spreekt zich kritisch uit over de plannen van Weyts. Ann De Schepper, voorzitter van de werkgroep die het Vlor-advies heeft voorbereid, betreurt de uniformiserende aanpak van de mijlpaal: 'De cijfers tonen op geen enkele manier aan dat die ene maatregel nu per se in alle situaties de beste maatregel is om studenten sneller een diploma te doen behalen.' 

'De keuze voor een maatregel voor studievoortgang en de invoering ervan hangt van veel zaken af,' vervolgt ze, 'zoals de specifieke context en populatie van een hogeronderwijsinstelling. Er zijn ook verschillen tussen hogescholen en universiteiten.' 

'Het voorontwerp stelt harmonisering voor, zonder een keurslijf'

Koen Daniëls, Vlaams parlementslid (N-VA)

Het voorontwerp stelt geen raamwerk waarbinnen elke hogeronderwijsinstelling zelf bepaalt welke maatregelen zij op welke wijze toepast, maar verplicht om eenzelfde aanpak te hanteren in Vlaanderen. 'Zonder aan te tonen dat die ene manier de enige juiste is', vult De Schepper aan.

Koen Daniëls, Vlaams parlementslid voor N-VA, is het oneens met het advies van de Vlor: 'Instellingen kunnen nog altijd klemtonen leggen, wat ook nodig en logisch is gezien de verschillende profileringen en studentenpopulaties.'

'Het voorontwerp stelt harmonisering voor, zonder een keurslijf, wat duidelijker en leesbaarder is voor studenten', legt hij uit. 'Zeker voor studenten in kansengroepen, voor wie het anders helemaal een kluwen is.'

Studentenstem bleef achterwege

Julien De Wit, bestuurder bij de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS), stelt zich vragen bij de mijlpaal: 'Het is een harde maatregel die voor een student een grote impact kan hebben. We zien geen overtuigend bewijs dat die maatregel Vlaanderenbreed opleggen effectief een beter studierendement in de hand werkt.'

De instellingen kunnen hun onderwijs niet vrij inrichten

De Wit vindt het dan ook jammer dat de mijlpaal niet volgt uit de voorbereiding van het decreet, die ondersteund werd door veel data. 

Impact op de instellingen

Bij de universiteiten en hogescholen ligt vooral de verplichte uniforme implementatie van de mijlpaal moeilijk, duidt De Schepper. Wat momenteel op tafel ligt, staat immers lijnrecht tegenover grondwetsartikel 24: de instellingen kunnen hun onderwijs niet vrij inrichten, afgestemd op de specifieke noden. 

De combinatie van maatregelen kan drempelverhogend werken

Het voorontwerp gaat er bovendien vanuit dat de invoering van haar maatregelen geen implicaties heeft op de organisatie, het financiële plaatje en het personeel van universiteiten en hogescholen. 'Dat is alle drie pertinent niet juist. De impact is zeer groot', aldus De Schepper. De personeelsgeledingen zelf zijn overigens niet geraadpleegd bij de opstelling van het voorstel. 

Democratisering op haar retour

Er ontbreekt een achterliggende beleidsvisie, volgens De Schepper 'omdat het gaat over heel specifieke maatregelen.' De keuze voor een regeling is bovendien niet arbitrair: de combinatie van maatregelen kan drempelverhogend werken. Dat geldt in het bijzonder voor studenten uit kansengroepen. 

Zeker als de studievoortgangsregel bovenop de verplichte starttoetsen komt én de verplichte remediëring als je het slecht doet op de toets, kan de drempel hoog worden, aldus de Vlor.

'Wij zijn voorstander van remediëring, maar die opleggen tast de autonomie van de student aan'

Julien De Wit, bestuurder VVS

In het huidige voorontwerp is ook de invoer van het toelatingsexamen Diergeneeskunde opgenomen. In een vorig advies over de toelatingsproef Diergeneeskunde verwees de Vlor reeds naar de bijkomende barrière die een toelatingsexamen opwerpt voor die doelgroep.

Daniëls stelt dat de voorliggende maatregelen niet voor drempels, maar juist voor kansen zorgen. 'We moeten de maatregelen niet als een bedreiging zien', begint Daniëls. 'Instapproeven voor een opleiding geven tijdig een kijk op waar je staat en wat je nog moet bijspijkeren, samen met het advies van de klassenraad in het secundair onderwijs en de Columbus-oriëntatieproef.'

Verkeerde insteek van verplichte remediëring

Het voorontwerp wil onder meer verplichte remediëring opleggen aan startende studenten die een onvoldoende haalden op hun bindende ijkingstoets of instaptoets, nu 'starttoets' geheten.

De Wit kan zich niet vinden in die verplichting. 'Wij zijn voorstander van remediëring,' stelt De Wit, 'maar die opleggen tast de autonomie van de student. Wat het allemaal zal betekenen voor de student, is nog heel onzeker.' 

Dylan Couck, oud-bestuurder bij VVS en VVS-vertegenwoordiger in de Vlor, vult aan: 'De focus ligt op de maatregelen wanneer een student reeds te ver afgeweken is van het modeltraject, maar de voorstellen grijpen niet in op de onderliggende oorzaken die kunnen verklaren waarom een student slecht presteert in een richting. We weten bovendien ook te weinig wat die oorzaken zijn om daar het beleid op te kunnen richten.'

'Het is niet omdat de universiteiten en hogescholen remediëring aanbieden dat je met eender welke voorkennis kan komen'

Ann De Schepper, voorzitter werkgroep

De Schepper benadrukt vooral dat remediëring haalbaar moet zijn en geen valse verwachtingen bij studenten mag opwekken: 'Het is niet omdat de universiteiten en hogescholen remediëring aanbieden dat je met eender welke voorkennis kan komen, want "het wordt wel opgelost."

'Bij studenten die bepaalde stukken niet goed onder de knie hebben', vervolgt ze, 'kunnen we dat tekort wel wegwerken.'

Meer begeleiding, maar ook meer middelen?

Naast verplichte remediëring heeft de student in kwestie ook recht op begeleiding na een slecht resultaat. Die begeleiding moet studieadvies verlenen en een snellere heroriëntering in het werk stellen.

'We zijn blij dat het recht op begeleiding is opgenomen in het decreet', stelt De Wit. 'We hopen echter dat het meer dan enkel een recht is, en dat er dus wel degelijk meer middelen en mensen worden vrijgemaakt om studenten beter te begeleiden, want daar ligt het eigenlijke probleem.'

'Nu is het vooral nog symbolisch', besluit De Wit kritisch. Of de Vlaamse overheid effectief financiële middelen voorziet, moeten gesprekken met de verschillende onderwijsactoren uitwijzen, informeert Brecht Warnez, Vlaams parlementslid voor CD&V.

Vandaag is de begeleiding voornamelijk gericht op eerstejaars, waardoor ze andere doelgroepen uit het oog verliest

De Wit hoopt bovendien dat de initiatieven zich in de praktijk inderdaad vertalen naar meer aandacht voor heroriënteerders. Vandaag is de begeleiding voornamelijk gericht op eerstejaars, waardoor ze andere doelgroepen uit het oog verliest, aldus De Wit.

Ook kan de trajectbegeleiding momenteel onvoldoende voorbij het eigen erf kijken, aldus Couck. Zo is het heel moeilijk om studenten te wijzen op een 'gepaste' opleiding, die dan op het snijpunt zit van de interesses en de competenties van de student. Het landschap is namelijk te ruim om als begeleider volledig te kennen en trajectbegeleiding is er meestal niet vanop de hoogte omdat zij een meer interne focus hebben, besluit Couck.

Het doembeeld van flexibilisering

De aanleiding van het voorontwerp vormt de flexibilisering van het hoger onderwijs. 'Veel te veel studenten verlaten ons hoger onderwijs zonder diploma, of ze verliezen nodeloos jaren', stelt Weyts in een persmededeling van het kabinet. Ook zijn partijgenoot Daniëls beaamt dat.

Flexibilisering stelt het hoger onderwijs in staat om in te spelen op haar veranderende omgeving door studenten de mogelijkheid te bieden hun eigen leertraject uiteen te zetten. Een veelgehoorde kritiek is dat dat de studieduur verlengt.

'De gemiddelde studieduur is verlengd, maar tegelijkertijd zijn er meer studenten die een diploma halen'

Ann De Schepper, voorzitter werkgroep

Dat studenten langer doen over hun opleiding is althans niet noodzakelijk een probleem. 'Het is helemaal niet zo dat door de flexibilisering iedereen nu maar lang aanmoddert', stelt De Schepper. 'De gemiddelde studieduur is verlengd, maar tegelijkertijd zijn er meer studenten die een diploma halen.'

Korte timing

De implementatie van alle voorgestelde maatregelen rond studievoortgang en remediëring is weliswaar kort dag. De inwerkingtreding van het decreet in academiejaar 2023-2024 is geen haalbare timing, aldus de Vlor. 

'Het voorontwerp moet bovendien nog de gehele parlementaire procedure passeren, zodat het wellicht pas tegen de zomer van 2022 effectief gestemd zal worden en we dan pas de finale maatregelen zullen kennen', licht De Schepper toe. Daarna rest slechts een jaar om de instelling klaar te stomen en instromende studenten tijdig te informeren.