KU Leuven - AB InBev: gefinancierde opleiding legt vragen bloot over publiek-private samenwerking

Corporate capture of noodzakelijke vooruitgang?

02 maart 2020
Artikel
De KU Leuven en bierbrouwerij AB InBev richtten onlangs een nieuwe opleiding tot bierbrouwer op. Maar is het wel wenselijk dat de KU Leuven zo verbonden raakt met een private partner als AB InBev?

Het partnerschap tussen de KU Leuven en bierbrouwer AB InBev ging onlangs een nieuwe fase in met de nieuwe leerstoel voor het postgraduaat Malting and Brewing Sciences. Het nieuwe project doet vragen rijzen: Wat is de rol van AB InBev binnen deze samenwerking? Hoe moet naar dit soort partnerships tussen bedrijven en universiteiten worden gekeken? 

Een relatie van jaren

Dat de KU Leuven en AB InBev al sinds jaar en dag een hechte relatie hebben, is geen geheim. De bierbrouwerij en de universiteit sloegen onder meer de handen ineen bij de campagne tegen alcoholmisbruik (Lazarus) en in 2017 werd een testbrouwerij in Leuven geopend. Deze samenwerking ging onlangs een nieuwe fase in, toen de KU Leuven en AB InBev aankondigden een nieuwe postgraduaat Malting and Brewing Sciences op te richten dat via een nieuwe leerstoel wordt gefinancierd door AB InBev.

De opleidingsverantwoordelijke van dit postgraduaat, Christophe Courtin, noemt als argument voor dit opleiding de toegenomen mogelijkheden tot innovatie door de expertise en de financiële middelen van AB InBev. Hoewel de leerstoel op naam staat van AB InBev, worden experts van andere bedrijven niet geweerd, maar juist aangemoedigd hun kennis binnen deze opleiding te delen. Daarbij bepaalt alleen de KU Leuven hoe het onderwijsaanbod in deze opleiding eruit gaat zien. Ook wordt de opleiding, gedurende de looptijd van de leerstoel (vijf jaar) niet gesubsidieerd met publiek geld, maar met geld van AB InBev zelf. 

Gewenst partnerschap?

AB InBev's steun voor de opleiding lijkt dan wel legitiem, toch wijst de Leuvense professor Luc Van Liedekerke erop dat de partnerschap tussen een universiteit en een private partner niet altijd even wenselijk hoeft te zijn. Zo ging The London School of Economics door het stof na geaccepteerde giften van de Libische dictator Khadaffi. De vraag is dan natuurlijk of ook de samenwerking van de KU Leuven met een bierreus zo goedaardig is, gezien het risico op alcoholmisbruik. Volgens Van Liedekerke is dit een proces van ‘due diligence’, oftewel het checken van de integriteit van de betrokken partij. 

‘Je moet heel duidelijk afbakenen: patenten die eruit komen, gezamenlijk onderzoek, intellectuele eigendomsrechten en vrijheid van intellectuele ontwikkeling.’

Luc Van Liedekerke

Dan blijft het feit dat de KU Leuven overwegend met de grote spelers in het bedrijfsleven werkt, iets dat Van Liedekerke als een noodzakelijke oneerlijkheid beschouwt. Volgens de prof hebben alleen bedrijven als AB InBev de financiële middelen om echt zoden aan de dijk te zetten. Al toont de nieuwe opleiding wel dat de KU Leuven ook open staat voor iedereen die wilt bijdragen.

Duidelijke grenzen

Toch geeft ook Van Liedekerke aan absoluut niet tegen partnerships tussen universiteiten en bedrijven te zijn. Bepalend voor hem is dat het bedrijf het universiteitsbeleid niet beïnvloedt en dat er duidelijke grenzen worden getrokken: ‘Je moet heel duidelijk afbakenen: uw patenten die eruit komen, uw gezamenlijk onderzoek, uw intellectuele eigendomsrechten, uw vrijheid van intellectuele ontwikkeling.’ Dit houdt ook in dat de partnership gelimiteerd wordt tot opleidingen die concrete vaardigheden aanleren, zoals bierbrouwen. Een bedrijf heeft volgens Van Liedekerke dus niets te zoeken bij opleidingen die algemeen vormend zijn, zoals filosofie of sociale wetenschappen.

Een leerstoel wordt opgericht door een schenking van een particulier of een organisatie. De KU Leuven en de schenker bepalen in overleg naar welk domein of veld het geld gaat. De partner heeft vervolgens geen invloed op de concrete besteding of op het uit te voeren onderzoek of onderwijs.