Leuven Vlaams, Walen buiten!

De Ommekeer

02 november 2015
Longread
De Leuvense universiteit was niet altijd even Nederlandstalig als vandaag. Eind jaren 60 veroorzaakten de Leuvense studenten de splitsing van hun universiteit.

De kasseien van de Bondgenotenlaan werden projectielen, brandblusapparaten werden in aula’s leeggespoten, studenten gearresteerd. We schrijven Leuven, januari 1968. De universiteitsstad was een strijdtoneel.

In januari 1968 culmineerden spanningen die zich sinds het begin van de jaren 60 manifesteerden in een nooit gezien protest van studenten tegen de gevestigde orde.

Ondeelbaar, maar verdeeld

De instelling van de taalgrens in 1962 zorgde voor een klimaat waarin de Franse instellingen in Vlaanderen onder druk kwamen te staan. Vier jaar later verwierpen de Belgische bisschoppen de splitsing van de Leuvense universiteit en stelden dat Leuven “één en ondeelbaar” was. Jo Tollebeek, professor geschiedenis aan de KU Leuven en auteur van De stad op de berg: Een geschiedenis van de Leuvense universiteit 1968-2005, verduidelijkt waarom die beslissing zoveel impact had.

“Het was niet zozeer de boodschap, maar vooral de stijl en de toon waarin het besluit was opgesteld, die velen tegen de borst stootte.” Veel katholieken waren niet opgezet met zo’n openlijk ingrijpen van de Katholieke Kerk in het seculiere Vlaanderen.

In januari 1968 stelde de Franstalige afdeling van de universiteit haar expansieplan voor, met plannen voor nieuwe investeringen in Leuven. “De Franstaligen verklaarden hoe dan ook in Leuven te blijven. Dat kwam in Vlaanderen over als een bevestiging van het gehate besluit van de bisschoppen,” stelt Tollebeek.

”In 1968 waren de communautaire spanningen niet meer de kern van de zaak”

Jo Tollebeek, professor geschiedenis KU Leuven

Louis Vos, professor emeritus geschiedenis aan de KU Leuven, was in 1968 23 jaar en getuige op de eerste rij. “Vanaf dag één stond de universiteit op zijn kop. Er werden meubels uit de kantoren van de vicerectoren gesleurd en verbrand. De situatie escaleerde."

Kat en muis

Bij het begin van de betogingen verspreidde de Vlaamse Vereniging van Professoren een affiche waarin ze de studenten vroeg om zeer hard te zijn in hun reactie.

“Een cruciaal kantelmoment,” stelt Vos. “De eerste dag vielen Vlaamse studenten de lessen van de Franstaligen binnen en verstoorden de orde. Er werd op de deur gebonkt en wanneer die enkele centimeters geopend was, werd een brandblusapparaat leeggespoten in de aula. De Franstaligen deden hetzelfde. Na verloop van tijd waren er in de universiteitsgebouwen geen brandblusapparaten meer aanwezig.”

”Al snel verbood de Rijkswacht die praktijken,” gaat Vos verder. “De betogingen, vaak verboden, resulteerden in een kat-en-muisspel met de Rijkswacht, waarbij studenten vaak voor een nacht opgepakt werden."

Na verloop van tijd zag een deel van de studenten het nut van de staking niet meer in, waarna ze vertrokken naar huis. “De harde kern, enkele honderden, bleef tot het einde. Zij waren de revolutie aan het voorbereiden,” vertelt Vos lachend. Enkele maanden later zou met mei ‘68 de echte revolutie uitbreken.

Flamingant

De studentenprotesten waren deels een gevolg van de communautaire spanningen van de jaren 60, maar in 1968 was dat niet meer de kern van de zaak, stelt Tollebeek. “In 1968 krijg je een gevaarlijke cocktail van flamingantisme, de afkeer van de autoriteit van de bisschoppen en de Franstalige proffen, en een groeiend antiklerikalisme.”

Ook Vos stelt dat het gedachtengoed sterk veranderde: “Er vond een radicalisering plaats, samen met een algemene golf naar links. In de Leuvense studentenbeweging verschuift het Vlaamse aspect volledig naar de achtergrond en draait het om een nieuwe maatschappij.” Het conflict was bovendien al snel een conflict van studenten tegen de Rijkswacht geworden, niet meer het conflict Nederlands- tegen Franstalig.

Gesplitst

De protesten van 1968 resulteerden in 1970 tot een wettelijke splitsing van de universiteit in de KU Leuven in Leuven en de Université Catholique de Louvain (UCL) in Louvain-la-Neuve. De splitsing viel niet in goede aarde bij de paus, vertelt Tollebeek.

“Vanuit Rome kwam ook het signaal dat er in de sterk geseculariseerde wereld een sterke katholieke universiteit nodig was. De relatie tussen Pieter De Somer en de kerk is nooit een goede geweest.”


De Leuvense universiteitsstad veranderde in een strijdtoneel.

De Somer profileerde zich bovendien als iemand die niet aan de leiband van de Kerk wilde lopen, gaat Tollebeek verder. “Na de splitsing moesten plots veel nieuwe mensen aangeworven worden. De Somer benoemde hiervoor relatief jonge professoren die niets met het conservatisme van de oude universiteit te maken wilden hebben.”

Tegenover dat nieuwe professorenkorps in Leuven stonden de verbannen, Franstalige professoren in Louvain-la-Neuve. “Zij werden verbannen uit Leuven, waar ze altijd hadden geleefd en gewerkt, en kwamen terecht op een bouwwerf, midden in de velden,” stelt Tollebeek. Een grote groep heeft zich dan ook echt gedistantieerd van de KU Leuven en ging meer contacten leggen met de Franstalige wereld. Bij de KU Leuven resulteerde dat in een oriëntering naar de Angelsaksische wereld.

Boekenverdeling

Toen na de splitsing door de studentenpers werd opgemerkt dat er boeken uit de Centrale Bibliotheek naar de UCL-campussen verdwenen, werd een commissie opgericht om de boekencollectie te verdelen. Mark Derez van het Universiteitsarchief verduidelijkt: “De even nummers van de boeken vertrokken naar Louvain-la-Neuve, de oneven bleven hier. Daar ontstond de mythe dat reeksen gewoon werden opgedeeld of encyclopedieën uiteengereten, maar dat is een fabel.”

Na drie jaar was dat werk grotendeels afgerond, maar het archief bleef een symbolisch dossier. Daarom werd er onderhandeld en werden er deals gesloten over het ruilen van documenten. Daarin probeerden de delegaties elkaar de loef af te steken. Derez illustreert: “Zo ruilden de Vlamingen verschillende parochieregisters voor een op het eerste gezicht oninteressant archief van architecten, waar toch brieven van Piet Mondriaan en Louis Couperus bleken in te zitten.”