Monopolieprijzen van uitgeverijen brengen onderzoekers en universiteiten in problemen

Uitgeverijen wetenschappelijke publicaties hebben grotere winstmarge dan Apple

21 maart 2016
Artikel
Om steeds meer winst te maken, eisen uitgeverijen meer geld voor wetenschappelijke tijdschriften. "Onrechtvaardig en onhoudbaar,” klinkt het. Initiatieven zoals Open Access moeten het tij keren.

Om hun werk te verspreiden, publiceren onderzoekers in wetenschappelijke tijdschriften. Vaak zijn die tijdschriften eigendom van private uitgeverijen die gigantische prijzen vragen ondanks dalende verwerkingskosten. Uitgeverij Elsevier heeft volgens een onderzoek van Alex Holcombe, professor aan de universiteit van Sydney, een winstmarge van 36%. Dat is 1% meer dan computergigant Apple.

“De huidige situatie is problematisch,” vindt Rik Torfs, rector van de KU Leuven. “We moeten de monopolistische cijfers doorbreken en de redelijkheid bewaren. Dit is niet duurzaam.”

Bovendien is geciteerd worden in bepaalde tijdschriften een vereiste voor allerlei financieringskanalen. “Wanneer die tijdschriften dan in handen zijn van commerciële uitgevers, zit je met een structureel probleem,” verzucht Torfs.

Ook Demmy Verbeke, hoofd van Artes en docent van het vak Heuristiek, ziet de evolutie met lede ogen aan. “Het is zo dat bij de grote wetenschappelijke uitgevers de prijzen ontzettend gestegen zijn de laatste jaren. Het gaat niet meer om de inhoud, maar om de winst die de artikels kunnen opleveren.”

Soms moeten onderzoekers zelfs betalen voor de publicatie van hun artikels. Volgens de League of European Research Universities (LERU) gaat het soms om duizenden euro’s per artikel. LERU heeft dit jaar een petitie gelanceerd waarin gepleit wordt voor redelijkere prijzen. Al een kleine 10.000 onderzoekers en organisaties hebben die ondertekend. “Onderzoeksgeld moet naar onderzoek gaan, niet naar uitgeverijen,” aldus Kurt Deketelaere, secretaris-generaal van LERU.

"Het gaat niet meer om de inhoud, maar om de winst"

Demmy Verbeke, hoofd Artes bibliotheek

Naast petities zijn er ook heel wat goedkopere initiatieven zoals Open Access, waarbij de artikels voor iedereen toegankelijk worden gemaakt.

Bibliotheken

In 2014 gaf de KU Leuven via haar Universiteitsbibliotheek 6,5 miljoen uit aan haar collecties. 2,5 tot 2,8 miljoen daarvan gaat jaarlijks naar tijdschriften van de zeven grote uitgeverijen. Voor 2015 werd door de universiteit een bijkomend bedrag van 700.000 euro voorzien om alle prijsstijgingen op te vangen. Dat bevestigt Hilde Van Kiel, directeur van de Universiteitsbibliotheek. “De tijdschriften worden te duur verkocht. Ondertussen wordt het meeste werk nog steeds geleverd door onderzoekers. Bovendien zijn de drukkosten enorm gedaald.”

“Elke keer dat we onderhandelen vragen de uitgeverijen gemiddeld 8 procent extra. Voor gekende bladen zoals Nature loopt dat op tot 25 à 30 procent,” vertelt Van Kiel.

Om dat tegen te gaan, probeert de KU Leuven hard te onderhandelen. Via vzw Elektron wordt er Vlaanderenbreed gestreefd naar een lagere prijs voor wetenschappelijke tijdschriften. Van Kiel geeft aan dat onderhandelingen met uitgeverijen vaak een jaar lang duren voordat er een consensus bereikt wordt. "In het nieuwe contract met Elsevier vanaf 2017 zal ook voor Vlaanderen geprobeerd worden het zogeheten flipped model na te streven (een deel van de abonnementsprijs wordt dan omgezet in betaling van de APC fees voor Open Access bij die uitgever)."

Uitgeverij Elsevier heeft een winstmarge van 36%, 1% meer dan computergigant Apple

“Er zijn verschillende manieren om een problematiek te bestrijden. Ik heb alle begrip voor mensen die de weg van de boycot kiezen, maar wij kiezen voor collectieve onderhandelingen en het stimuleren van Open Access,” vult Torfs aan.

De hoge en steeds stijgende kosten zet de universiteitsbibliotheek onder druk. "Een evenwicht zoeken wordt elk jaar moeilijker," erkent Van Kiel.

Boycot

Om de hoge prijzen te omzeilen en toch aan de informatie te geraken, nemen steeds meer onderzoekers hun toevlucht tot illegale websites waar de research op te vinden is. Sci-Hub, het bekendste voorbeeld, heeft ondertussen al 48 miljoen academische papers verzameld die gratis toegankelijk zijn. Uitgeverij Elsevier heeft een klacht ingediend tegen Sci-Hub wegens schending van de auteursrechten.

De meeste onderwijsinstellingen houden zich evenwel ver van die ontwikkelingen. “Wij proberen ons buiten de illegaliteit te houden. Maar het illegale circuit is het beste bewijs dat hervormingen nodig zijn. Het huidige kostenmodel stimuleert illegale uitwassen,” verklaart Torfs de situatie.

Ondertussen worden vele uitgeverijen geboycot. De recentste boycot is er eentje tegen Elsevier, waar iets minder dan 16.000 academici aan deelnemen.

Alternatieven

KU Leuven zoekt actief naar alternatieven. “We kunnen niet volledig afstappen van het oude systeem. We kunnen wel zoveel mogelijk andere opties zoals Open Access propageren,” vertelt Verbeke.

"Het illegale circuit is het beste bewijs dat hervormingen nodig zijn"

Rik Torfs, rector KU Leuven

Ten eerste veronderstelt Open Access dat de auteurs of onderzoekers hun werk publiek beschikbaar maken. Dat is echter niet altijd vanzelfsprekend. “Heel vaak gebeurt het dat wanneer auteurs publiceren de uitgever het volledige copyright vraagt,” vertelt Hannelore Vanhaverbeke, hoofd van Cijfers en Analyse aan de dienst Onderzoekscoördinatie. “De uitgeverij zou u dan in geval van plagiaat kunnen beschermen. Dat is inderdaad belangrijk, maar daar hebben ze niet het volledige auteursrecht voor nodig.”

Ten tweede vereist het model een technische uitwerking ter ondersteuning. Zo zijn er momenteel drie vormen van Open Access in werking. De eerste vorm initiëeerden de bestaande grote uitgeverijen en wordt ook Golden Road genoemd. “Commerciële wetenschappelijke uitgevers zijn op Open Access gesprongen. Zo gebruiken ze het model eigenlijk om nog meer geld te maken,” legt Verbeke uit.

Problematisch hierbij is dat het systeem vaak een extra betaling van de onderzoekers vraagt. De bijkomende kosten worden de Article Processing Charges (APC's) genoemd. Volgens LERU kunnen die kosten oplopen tot duizenden euro’s per artikel. “Men vraagt inderdaad een extra betaling van de onderzoeker zelf die tussen de 400 en de 3000 euro kan liggen,” beaamt ook Carl Demeyere van de Universiteitsbibliotheekdiensten.


Daarnaast is er ook de Green Road. “De Green Road wordt gesteund door de KU Leuven. Universiteiten slaan hierbij hun wetenschappelijke publicaties op in een database die publiek beschikbaar is,” stelt Demeyere. “Hier ervaren we de meeste moeilijkheden met het auteursrecht. Steunpunt Open Access moet telkens onderzoeken of we iets beschikbaar mogen stellen. Uitgevers maken het ontzettend lastig om te vinden wat wel of niet mag," voegt Vanhaverbeke toe.

Ten laatste is er nog een hybride vorm. Hierbij wordt er niet enkel gebruik gemaakt van Gold Open Access maar schaft de universiteit ook nog steeds de tijdschriften aan. “Hierbij verdient de uitgeverij dan dubbel. Enerzijds aan de APC en anderzijds aan de abonnementen van de bibliotheek,” legt Demeyere uit.

De huidige situatie is onhoudbaar. “KU Leuven blijft inzetten op Open Access en intensieve onderhandelingen voeren met uitgeverijen,” stelt de rector. Gelukkig groeien de alternatieven zoals Open Access gestaag. “We zien het aantal gratis beschikbare publicaties continu stijgen,” besluit Vanhaverbeke hoopvol.

LERU is the League of European Research Universities en is opgericht door de KU Leuven.

Sites waar academische tijdschriften te vinden zijn, winnen aan populariteit. Lees er hier meer over.