Opinie: '100% natuurlijke tips voor Vivaldi en andere bonte regeringscoalities'

Koraalpolitiek

19 oktober 2020
Splinter
Auteur(s): Vincent Cuypers
Sinds kort heeft ons land opnieuw een regering. Het veelkleurige palet van partijen noopt tot eigenheid, als een felle vis in een koraallandschap.

Wie wel eens natuurdocumentaires bekijkt, pakweg over koraalriffen, is ongetwijfeld op de hoogte van het zogenaamde 'co-existentieprobleem'. Sinds Darwin zijn we ervan overtuigd dat in de natuur het recht van de sterkste geldt: er zijn meer organismen dan er habitat en grondstoffen beschikbaar zijn, en dus maken alleen de sterksten een kans om te overleven en zicht voort te planten.

De vraag is echter hoe het mogelijk is dat sommige ecosystemen, zoals bijvoorbeeld koraalriffen, toch zo onmetelijk divers zijn. Men zou verwachten dat één soort alles domineert. Het leven in een koraalrif is geen pretje. Het is een voortdurend slagveld van eten en gegeten worden – Darwin loert om de hoek. Maar toch hebben zich honderden, duizenden soorten ontwikkeld en slagen die er in zich in stand te houden, in allerlei kleuren, vormen en maten.

Het hoeft geen betoog dat de Belgische politiek evengoed door een struggle for existence wordt gekenmerkt. Er zijn meer kandidaten dan zetels en ministerposten, en het vermoeiende stramien van eten en gegeten worden speelt er meer dan waar ook. Toch leidt dat in dit geval niet tot een bont schilderij, maar tot een grijze soep waar niemand nog zin heeft. Er lijkt zelfs niemand dominant – het systeem zakt geleidelijk in elkaar. 

Partijen verliezen kleur door te breed te willen zijn: er kunnen geen vijf brede volkspartijen zijn

Een deel van de verklaring voor het co-existentievraagstuk is uiteraard dat de beschikbare habitats divers zijn, en dat verschillende evolutionaire strategieën naast elkaar succesvol kunnen zijn. Specialisatie is vaak een slimme keuze in de natuur. Partijen verliezen kleur door te breed te willen zijn: er kunnen geen vijf brede volkspartijen zijn, en wie uit te veel vijvers tegelijk probeert te vissen, steekt er uiteindelijk nergens bovenuit. In de natuur wordt op meerdere paarden wedden zelden beloond. Toch is specialisatie niet alles. Ook in gelijkende situaties komen vaak veel soorten samen voor en daarin zit het echte raadsel van het co-existentieprobleem.

Je zou kunnen denken dat een bont kleurenpalet daar ook een rol in speelt. Over waarom de riffauna zo kleurrijk is – het gaat niet alleen om vissen, er zijn zelfs bontgekleurde platwormen – bestaat nog steeds discussie. Je bent immers wel zichtbaar voor mogelijke predatoren. Er zijn verschillende hypothesen die mooi in elkaar haken.

Enerzijds zouden de felle kleurenpatronen ervoor zorgen dat potentiële partners elkaar herkennen. In die wirwar van leven zou het moeilijk zijn een partner van je eigen soort te vinden als alle soorten er hetzelfde zouden uitzien. Opvallende kleurkenmerken maken het gemakkelijker om leden van je eigen soort te vinden. 

In een wereld waar je slechts een hap van de dood verwijderd bent, is er uitspringen gevaarlijk

Anderzijds zouden die patronen juist een soort rol van camouflage spelen – bescherming dus tegen predatoren. Aan de ene kant omdat als de wereld rond je fel gekleurd is, je opvallend gekleurd moet zijn om niet op te vallen, anderzijds omdat contrasterende patronen in een contrasterende omgeving een verwarrend effect hebben op mogelijke predatoren.

De lessen voor Vivaldi, en voor toekomstige coalities – Vivaldi recomposed? – lijken me duidelijk. In een wereld waar je slechts een hap van de dood verwijderd bent, is eruit springen gevaarlijk, maar het helpt om co-existentie mogelijk te maken, en na een tijdje doet iedereen mee. Voldoende specialisatie, een eigenheid, en een duidelijke eigen kleur – diepgeworteld in de inhoud – zodat kiezers hun potentiële partners kunnen vinden en predatoren in de schaduw worden gesteld. Tijd voor meer koraalpolitiek. Daar steekt iedereen er bovenuit. De feloranje clownvis nog het meest van al.