Studenten getuigen over gruwel in Wit-Russische detentiecentra

'Ik was omringd door halfdode mensen'

20 augustus 2020
Artikel
Na protesten tegen de Wit-Russische president Loekasjenko werden duizenden demonstranten gearresteerd. Dagen van terreur volgden. Wij spraken met enkelen van hen.

Op 9 augustus trok Wit-Rusland naar de stembus om te bepalen wie voor de volgende vijf jaar het land zou leiden. Aleksandr Loekasjenko, die al 26 jaar aan de macht is, stond voor de zesde keer op het stembiljet. Opvallend was de andere naam op het formulier: Svetlana Tichanovskaja, een huisvrouw zonder politieke ervaring. Hoewel de kersverse oppositiekandidaat de weken voor de verkiezingen menigtes van meer dan tienduizend kiezers aantrok, bleef ze steken op amper 10% van de stemmen. Onmogelijk, klonk het.

Meteen nadat de uitslag bekend was gemaakt, trokken woedende Wit-Russen de straat op. Loekasjenko, die ook wel eens 'de laatste dictator van Europa' wordt genoemd, zou volgens hen de resultaten voor de vierde keer op rij vervalst hebben. De ordediensten waren massaal aanwezig in de hoofdstad Minsk en sloegen het protest gewelddadig neer. Meer dan 6.000 manifestanten werden gearresteerd en naar detentiecentra gebracht. 

Interviews met negen gedetineerden, getuigen en vrienden, onthullen het brute geweld waarmee het Wit-Russische overheidsapparaat het verzet neersloeg.

De hel van Okrestina

Twee dagen na de verkiezingen werd Karl* uit zijn auto getrokken. Politieagenten schopten hem in de lever en sloegen op zijn benen met matrakken. Na bruusk in een burgerwagen gestopt te zijn, kwam hij enkele ogenblikken later aan op het lokale politiebureau. Al zijn bezittingen werden afgenomen en vernietigd. Na een korte ondervraging dwongen ze hem op de knieën. Acht uur ging voorbij, met een langdurige afranseling bij elke beweging.

Even later, omstreeks middernacht, reed een bestelbusje de Okrestinastraat in. Bestemming: de beruchte Okrestina-gevangenis. Maksim* bestudeerde zijn wonden en ging met zijn tong langs de stompjes waar een uur eerder nog tanden hadden gezeten, wanneer het busje abrupt remde. De agent, die zijn knie in Maksims nek had gelegd, duwde hem uit de koffer. Hij viel op de grond, en toen hij niet kon opstaan, sloeg en stampte een vijftal agenten hem gedurende enkele minuten.

'Je kan evengoed sterven, want wat kan ons het schelen'

Agent Wit-Russische politie

Naast hem lag een man van middelbare leeftijd. 'Stop, ik smeek u! Ik heb astma!', riep hij. Zijn kreten werden beantwoord met de matrak. Een van de agenten merkte terloops op: 'Je kan evengoed sterven, want wat kan ons het schelen', waarna hij met de hak van zijn laars op de nek van de man ging staan.

De andere negentien mensen in het busje werden naar binnen gevoerd. Voor Maksim hield een jonge vrouw stand. Ze weigerde verder te gaan. Een lid van de geheime dienst ging met een tondeuse door haar lange lokken. 'Als je niet zwijgt, zal je verkracht worden en zullen we je dumpen in het bos. Dat zal het einde van jouw verhaal zijn', waarschuwde de agent.

Maksim werd over de grond naar binnen gesleept. 'Mijn hoofd bloedde, mijn hele lichaam zag blauw en zwart. Ik kon niet bewegen en verloor constant het bewustzijn', schreef hij in een Facebook-post die gedeeld werd door een vriend.

Maksim* had meerdere verwondingen opgelopen in de Okrestina-gevangenis, rechtsonder

Maksim* hield zware verwondingen over aan zijn tijd in de Okrestina-gevangenis, rechtsonder.

Rond dezelfde tijd kwam Karl aan in Okrestina. Hij werd naar een binnenplein gebracht, waar hij twee sneden brood moest delen met meer dan 100 mensen. 'Ik was omringd door halfdode mensen, geslagen, verhongerd en uitgedroogd.' Even later werd een nieuwe lading binnengebracht. Het gerucht dat een van hen priester was, werd doorgefluisterd. Ze gooiden een jonge student naast hem neer, wiens ruggengraat verdraaid was.

Even later kondigde een agent hun vrijlating aan. Maksim en Karl stonden intussen samen op de grote binnenkoer met nog 400 andere gearresteerden. Maar wat een moment van vreugde moest zijn, werd de wreedste episode van de nacht. 'Voordat we vrij werden gelaten, verbrijzelden ze onze benen zodat op straat protesteren onmogelijk werd', liet Karl weten via Telegram, een applicatie waarmee je versleutelde berichten kan sturen.

'Als politieke gevangene werd je zo gewelddadig mogelijk behandeld'

Xmont, betoger

Xmont, die alleen onder zijn chatnaam wou getuigen, werd pas afgelopen weekend vrijgelaten. Hij was veertien dagen eerder, een week voor de verkiezingen, opgepakt omdat hij verkeerdelijk aangeduid was als betoger. De eerste drie dagen waren een nachtmerrie: 'We zaten met 30 in een cel voor zes. Eén nacht moest ik met 60 andere mensen doorbrengen in een kleine ruimte. We werden gemarteld en vernederd. Als politieke gevangene werd je zo gewelddadig mogelijk behandeld.'

De vierde verdieping

Zo’n 300 kilometer ten zuidoosten van Minsk, in de stad Homel, kreeg Leonid een slag op zijn borst. Hij keek rond en zag een politiekorps met knuppels op hem afkomen. 'Na mij in elkaar geknuppeld te hebben, voerden ze me naar een bruin busje.' Nog geen kwartier later keek hij op naar een gebouw dat hij herkende: het Regionale Ministerie van Binnenlandse Zaken.

In een conferentiezaal werd hij op de grond neergedrukt en moest hij zijn gsm ontgrendelen. Tussen zijn apps zaten de onafhankelijke nieuwssites Nexta en Realnaja Belarus, voor de geheime agenten een teken dat hij de oppositie steunde. 'Oh, jij bent er eentje van de oppositie … Naar het vierde dan', zei een agent. De vierde verdieping was naar verluidt de ergste, waar aanhangers van de oppositie eindeloos het hardst werden aangepakt. 'Op het derde sloegen ze al wat minder en op het tweede zaten de minderjarigen.'

'Voornamelijk op de billen en benen sloegen ze, heel hard, heel pijnlijk'

Leonid, betoger

De mythe van de vierde verdieping werd maar al te snel werkelijkheid. 'Ze wierpen me op de vloer en begonnen me heel hard te slaan. "Verandering? Verandering, wil je?", riepen ze. Voornamelijk op de billen en benen sloegen ze, heel hard, heel pijnlijk.' Na uren van martelpraktijken werd Leonid opgedragen naar een afgesloten kamer te kruipen. Daar maakten enkele agenten PV’s op, terwijl ze hem ondervroegen. 'Ik heb ze beide ondertekend, want ik dacht: laat hen schrijven wat ze willen, als ze maar stoppen met slagen.'

Leonid werd tot vrijdag, drie dagen na zijn aankomst in het overheidsgebouw, gevangen gehouden. Ook na de nacht van dinsdag op woensdag hielden de verschrikkingen aan: 'Zwaargewonden lagen in stapels op elkaar. We kregen om vier uur 's ochtends wat water en eten. Dat was ook het enige moment waarop we naar het toilet mochten gaan.'

Rubberkogels en flitsgranaten

Meteen na de verkiezingen ging Fjodor de straat op. En hij was niet alleen. Daar hadden ook de ordediensten zich op voorbereid. Eens ze het historisch centrum van Minsk bereikt hadden, blokkeerden eenheden van de politie hen de weg. 'Maar omdat er zoveel mensen waren, hielden we elkaars handen vast en stapten we allemaal samen vooruit', vertelde Fjodor.

Fjodor was nog geen vijf meter verder, wanneer een projectiel aan de andere kant werd afgeschoten. Een tweede volgde. En een derde. Het bleken flitsgranaten te zijn. Een ervan ontplofte op nog geen meter van Fjodor. 'Door de granaten verloor je je oriëntatie en hoorde je enkel gepiep.' Hijzelf is kunnen ontkomen, maar velen onder hen hadden niet zoveel geluk: 'Zij werden neergeknuppeld.' 

In een ziekenwagen zaten agenten om gewonde betogers in de boeien te slaan

Het bleef niet bij flitsgranaten. SafariCool, wederom een chatnaam, werd onder vuur genomen met rubberkogels. Hijzelf werd niet geraakt, maar een vriend kreeg twee schoten in de romp. Het noodnummer durfde hij niet op te bellen, uit angst voor uitlevering aan de politie. Enkele dagen later werd zijn vermoeden bevestigd: in een ziekenwagen zaten agenten van de geheime dienst, op zoek naar gewonde betogers om in de boeien te slaan.

De rubberkogels die een vriend van SafariCool raakten.

Een vriend van Alesya werd opgepakt omdat hij voedsel aan demonstranten gaf. 'Toen de geheime dienst dat zag, besloten ze dat hij een bandiet was', stelde ze. Enkele dagen later zag Alesya haar vriend op de nationale zender 24 Belarus. Agenten vroegen hem of hij nog eens een revolutie zou organiseren. 'Nee, nee', antwoordde hij.

Het begin van het einde?

Het geweld van de laatste dagen lijkt zich tegen Loekasjenko te keren. Afgelopen zondag kwamen meer dan 100.000 demonstranten samen in Minsk, de grootste betoging in de geschiedenis van de voormalige Sovjetstaat.

'Ik dacht vaak aan zelfmoord. Maar dan zei ik telkens tegen mezelf: nee, ik geef me niet over', vertelde Karl. Ook Fjodor bleef ondanks het geweld vastberaden: 'Nu is niet de tijd om bang te zijn.'

Afgelopen zondag verzamelden meer dan 100.000 demonstranten in Minsk.

Ria Laenen, professor Russische politiek aan de KU Leuven, leest het buitensporige geweld als een wanhoopsdaad van Loekasjenko: 'Het geweld toont hoe zwak het regime op dit moment is. Ze doen weinig moeite om te verbergen hoe wreed ze zijn. Ze voelen zich in het nauw gedreven en dan is geweld het enige antwoord dat ze kennen.'

Deze maandag nog waarschuwde Loekasjenko een groep arbeiders: 'Geen zorgen, ik zal jullie niet slaan, dat is niet in mijn belang. Maar als een van jullie mij uitdaagt, zal ik er wreed op reageren.'

* Karl en Maksim zijn gefingeerde namen