'Tytgate' is misschien strategisch, maar daarom niet onbelangrijk

Editoriaal

10 mei 2021
Editoriaal
Auteur(s): Daan Delespaul
Een serene rectorcampagne werd vorige week opgeschud door berichtgeving rond plagiaat in de visietekst van Jan Tytgat.

Een rechtstreekse aanval vanuit het kamp-Sels, zo reageerde de kandidaat-rector, die bovendien veraf staat van een inhoudelijk debat.

We moeten niet naïef zijn; dat deze aanklacht midden in de stemperiode pas opduikt heeft allicht de intentie gehad de kandidatuur van Tytgat te verzwakken. De vraag is of dat ook effectief ongegrond is. 

U mag gerust weten dat wij ons als redactie afvroegen of zulke personalia een plaats in onze berichtgeving moest krijgen. Maar dat een kandidaat-rector in zijn campagne een dusdanige inbreuk op de academische integriteit heeft gepleegd, is toch ook niet onbelangrijk.

Natuurlijk is het het inhoudelijke dat telt, maar zoals professor Tytgat zelf regelmatig stelt is een rector ook de spreekbuis voor de wetenschap. Binnen dat debat zijn de aantijgingen van plagiaat niet irrelevant – hoe kan een rector anders hard maken waarom een slordige bronvermelding van een student of professor niet door de beugel kan?

Het is aan de kiezer om te evalueren of deze feiten hun stem voor een welbepaald programma beïnvloeden

Net daarom is het ook van belang dat deze klacht in de media komt en niet, zoals sommige leden van de universiteit beweren, door de kiescommissie moet worden behandeld. Dit is geen vorm van campagnefraude alleen, maar ook een element dat vasthangt aan iemands kandidatuur. Het is aan de kiezer om te evalueren of deze feiten hun stem voor een welbepaald programma beïnvloeden.

Laat ons los daarvan de discussie ook niet uitbreiden naar de intentie van de melder. Een klokkenluider zou eigenlijk niet in vraag mogen gesteld worden om te spreken van een echt transparante academische cultuur. Een kandidaat-rector zou dat moeten weten.


Daan Delespaul is hoofdredacteur. Het editoriaal wordt gedragen door de voltallige redactie.