Vijf vrouwelijke professoren klagen Rutgers University aan voor loonkloof

'Binnen onze academische gemeenschap moeten de principes van economische rechtvaardigheid gewaarborgd worden'

02 november 2020
Artikel
Auteur(s): Lisa De Witte
Aan Rutgers University spannen vijf vrouwelijke professoren een rechtszaak aan tegen hun alma mater. Op jaarbasis zouden ze tienduizenden dollars minder verdienen dan hun mannelijke collega’s.

Een maand na het overlijden van de iconische Amerikaanse opperrechter Ruth Bader Ginsburg is haar invloed nog steeds voelbaar in het dagelijkse leven. Zo herinnert de actuele aanklacht van vijf vrouwelijke professoren tegen Rutgers University aan de strijd van 'RBG' en haar faculteitsleden van 50 jaar terug. Daarin kaartte ze ook de loonongelijkheid aan, wat resulteerde in een loonsopslag voor haar vrouwelijke collega's.

Tot verontwaardiging van onder andere professoren Nancy Wolff, Judith Storch en Deepa Kumar blijft van die overwinning vandaag de dag niet veel meer over. Zo behoren ze tot de kleine groep vrouwen die slechts twintig procent opmaakt van alle professoren met een vaste benoeming. 

Eerder deed Veto al onderzoek naar de verdeling van topposities aan de KU Leuven: ook daar werd er nog een onevenwicht vastgesteld tussen mannen en vrouwen.

Daarnaast constateerden de professoren, naar aanleiding van een studie van 2018, dat hun loon aan Rutgers University twee procent minder bedroeg dan dat van hun mannelijke collega's – die nochtans dezelfde competenties delen.

Pay equity program

Als een gevolg werd in 2019 een akkoord bereikt tot gelijke beloning: een herziening van het salaris kan aangevraagd worden waarop binnen de 90 dagen een besluit moet worden voorzien. Desalniettemin werden die aanvragen op de lange baan geschoven en kunnen de vrouwelijke professoren nog altijd niet rekenen op een eerlijke vergoeding.

'De loonkloof als problematiek is een samenspel van factoren'

Frank Hendrickx, professor arbeidsrecht KU Leuven

Belofte maakt schuld, dachten de vijf vrouwelijke professoren, en de universiteit werd opnieuw op het matje geroepen. Haar verklaring: het creëren van zo'n pay equity program, dat een gelijke beloning moet verzekeren, is een complex gegeven. 'Dat klopt', bevestigt professor en directeur van het Instituut voor Arbeidsrecht Frank Hendrickx: 'De loonkloof als problematiek is een samenspel van factoren en er kan dan ook geen eenduidige oorzaak gegeven worden voor die loonongelijkheid.' 

Dat de universiteit de pandemie en een geslonken budget als oorzaak van de vertraging aanhaalt, stuit op verontwaardiging. 'Er zijn structurele problemen op de arbeidsmarkt waar er juridisch een verschil gemaakt moet worden, maar binnen eenzelfde organisatie zijn loonverschillen veel minder evident', aldus de professor.

Dat vrouwen hun stem laten horen, zien deze professoren niet als vanzelfsprekend: niet iedereen geniet een vaste benoeming. Met dat voordeel in gedachten, nemen zij het heft in eigen handen. 'Binnen onze academische gemeenschap moeten de principes van economische rechtvaardigheid gewaarborgd worden', besluit Wolff en zo geeft ze een duidelijk signaal aan haar studenten.